Ter Veld krijgt een standje in de senaat

DEN HAAG, 31 MAART. “Het moet mij toch van het hart”, verzuchtte waarnemend voorzitter Tummers van de Eerste Kamer gisteravond, “dat wij geen middelbare school zijn die naar het departement is gekomen om voorlichting te krijgen, maar om een debat met u aan te gaan.”

Het standje was bestemd voor staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken), die net de verdediging van haar begroting had afgerond. Maar tot een echte gedachtenwisseling over de toekomst van de sociale zekerheid was het niet gekomen.

Tummers, net als Ter Veld lid van de PvdA, bleek niet de enige te zijn die zich aan haar optreden had gestoord. CDA-senator Rongen: “De staatssecretaris heeft zich er met een Jantje-van-Leiden van afgemaakt, ze heeft de problemen niet willen bediscussiëren”. Ook VVD'er Heijmans vond het “teleurstellend” dat Ter Veld niet was ingegaan op “de lijn van mijn betoog”. PvdA-senator Van de Zandschulp stelde vast: “Het gaat niet goed met de sociale zekerheid en het debat erover. We strompelen ad hoc van bezuinigingsoperatie naar bezuinigingsoperatie. Dat doet de roep ontstaan om een bredere, meer toekomstgerichte visie van het kabinet”.

Ter Veld toonde zich niet onder de indruk van het beheerste kabaal in de Senaat. Zij had zich vooral geërgerd aan het feit dat het CDA, gesteund door de VVD, opnieuw had gevraagd om een “gedepolitiseerde studie” naar het sociale-zekerheidsstelsel. En dat terwijl de Tweede Kamer al een parlementaire enquête uitvoert naar de werknemersverzekeringen, de externe Commissie-Van der Zwan in opdracht van Ter Veld de bijstandswet bestudeert en de Tweede Kamer daaraan nog het nodige onderzoek wil toevoegen. “De essentie is”, zei Ter Veld, “dat het altijd om politieke keuzes zal gaan.”

Ze maakte tevens duidelijk wat bij de algemene bijstand haar keuze in elk geval niet is: een helemaal geïndividualiseerd systeem, waarbij iemand een uitkering krijgt ongeacht het inkomen van zijn partner, en evenmin een basisinkomen voor iedereen. “Want dan bestrijden we fraude alleen maar door het geen fraude meer te noemen.”