Slag om de gunst van eigenaars van huizen

DEN HAAG, 31 MAART. CDA en PvdA lijken begonnen aan een slag om de gunsten van de huiseigenaar, waarbij de PvdA de huurder niet uit het oog wil verliezen. De CDA-fractie in de Tweede Kamer vindt dat het huurwaardeforfait, de belasting voor huiseigenaren, volgend jaar niet omhoog hoort te gaan. In dat geval moet van de PvdA ook de huurverhoging worden beperkt.

De manier waarop de partijen de huiseigenaren tegemoet willen komen, is gecompliceerd. Zo werkt de PvdA-fractie aan een voorstel om het groot onderhoud aan woningen fiscaal aftrekbaar te maken. Dit belastingvoordeel voor huiseigenaren mag er van fractieleider Wöltgens niet toe leiden dat daarvoor het huurwaardeforfait wordt verhoogd. Coalitiepartner CDA steunt het PvdA-voorstel alleen als aan die voorwaarde is voldaan.

Eén ding staat vast: de stijging van het huurwaardeforfait zal in het verkiezingsjaar 1994 beperkter zijn dan het kabinet eerder van plan was. Dat liet PvdA-minister Kok (financiën) in januari van dit jaar al in de Eerste Kamer weten. De verhoging van dit forfait, dat een huiseigenaar bij zijn belastbaar inkomen moet optellen, kan al gauw tot een lastenverzwaring van enkele honderden gulden per jaar oplopen. De hoogte van het forfait is afhankelijk van de waarde van het huis.

Anderhalve week geleden bevestigde CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort dat het forfait, nu 2,9 procent van de waarde van een huis in bewoonde staat, ongeveer 3,1 procent zou gaan bedragen. Volgens eerdere kabinetsplannen zou het forfait in 1994 naar 3,3 procent gaan. Deze lagere stijging betekent dat het kabinet volgend jaar 75 miljoen gulden minder in kas krijgt en er op termijn 130 miljoen per jaar bij inschiet.

PvdA en CDA voeren sinds 1991 elk jaar een gevecht over de hoogte van het huurwaardeforfait. Het CDA aarzelt elk jaar meer over deze belastingverhoging voor huiseigenaren, die toen is afgesproken. De toezegging die Kok eerder dit jaar in de Eerste Kamer deed, was nodig om het CDA zover te krijgen dat het niet tegen de dit jaar doorgevoerde verhoging van het forfait (van 2,5 naar 2,9 procent) zou stemmen. Bovendien, beweren Kok en Van Amelsvoort, komt de beperkte verhoging voort uit de wijze waarop het huurwaardeforfait wordt berekend. Volgens deze redenering komen de bewindslieden uit op 3,1 procent.

Pag.3: PvdA bepleit minder huurverhoging

Het Tweede-Kamerlid G. de Jong van het CDA zei vanochtend niet strikt te eisen dat de verhoging van het huurwaardeforfait volgend jaar niet doorgaat, “maar als je de berekeningen correct uitvoert, kom je op 2,9 procent”. Met andere woorden: geen verhoging. Maar De Jong erkent, net als het kabinet, dat de echte berekening pas later dit jaar valt te maken, bijvoorbeeld omdat dan meer duidelijkheid bestaat over de ontwikkeling van de inflatie dit jaar.

Lagere of geen stijging van het huurwaardeforfait is voor de PvdA-fractie het signaal om te pleiten voor een beperking van de huurverhoging, die volgend jaar opnieuw zo'n 5,5 procent zou bedragen. Sinds het kabinet bij de Tussenbalans in 1991 bezuinigingen en lastenverzwaringen voor de lopende kabinetsperiode aankondigde, hecht de PvdA-fractie aan de politieke koppeling tussen huren en huurwaardeforfait. De lastenverzwaringen voor huurders en huiseigenaren mogen niet te veel verschillen. Exact is het percentage van 5,5 niet, omdat verhuurders binnen zekere marges sinds dit jaar de huurverhogingen zelf mogen bepalen. De landelijke huurverhoging bestaat niet meer, maar heet nu: subsidie-afbraakpercentage. Het is het percentage waarmee het ministerie van volkshuisvesting zijn bijdrage aan de exploitatie van sociale huurwoningen vermindert. Een subsidieverlaging dus. De CDA-fractie heeft moeite met de politieke koppeling die de PvdA tussen huren en huurwaardeforfait legt, omdat zij vindt dat er op subsidies in het algemeen en die in de volkshuisvesting in het bijzonder moet worden bezuinigd. Een lagere huurverhoging betekent: minder bezuinigen.

Inmiddels werkt het Tweede-Kamerlid Vermeend van de PvdA het voorstel van zijn fractieleider Wöltgens over het groot onderhoud uit. CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort verzet zich tegen dit plan, omdat het volgens hem onvermijdelijk moet leiden tot een verhoging van het huurwaardeforfait. De berekening van het forfait is mede gebaseerd op het gegeven dat de huiseigenaar onderhoudskosten heeft en die niet van de belasting kan aftrekken. Zonder wijziging van de bestaande berekeningswijze van het forfait, kan het groot onderhoud dus niet aftrekbaar worden gemaakt. Vermeend doet een poging om toch een systeem te bedenken waarbij èn het groot onderhoud aftrekbaar wordt èn het huurwaardeforfait niet wordt verhoogd. Want als het groot onderhoud wel tot een hoger forfait leidt, dan is het PvdA-voorstel “niet aantrekkelijk”, zei Vermeend vanochtend.

Grafiek: Het huurwaardeforfait is een fictief bedrag dat de eigenaar van een huis bij het belastbaar inkomen moet optellen. De waarde is vastgesteld op 60 procent van de verkoopprijs van het huis in onbewoonde staat. Sinds 1 januari '93 is het huurwaardeforfait met 0,4 procent verhoogd tot 2,9 procent. De in de tabel vermelde bedragen moeten worden opgeteld bij het inkomen waarover de huiseigenaar belasting betaalt. Het is dus niet het bedrag dat een eigenaar heeft moeten betalen voor de woning.