Simonis wil als opvolger van Gijsen een lachende Limburgse bisschop

AMERSFOORT, 31 MAART. De nieuwe bisschop van Roermond moet vooral goed kunnen communiceren. Een van de zwakke kanten van de afgetreden bisschop Gijsen is geweest dat zijn communicatieve vermogen onvoldoende was.

“Als er een goede Limburgse bisschop komt die wat kan lachen, zou mij dat welkom zijn. De nieuwe bisschop zal een schaap met vier poten zijn dus ook weer behept met beperktheden. Ik hoop dat er een schaap komt dat ook een beetje herder weet te zijn”. Dat zei kardinaal Simonis gisteren in het NOS-journaal, na afloop van de tweedaagse bisschoppenconferentie die in Amersfoort plaats had.

Volgens Simonis was er tot het midden van de jaren tachtig sprake van “een geweldige polarisatie in de kerk, die misschien wel wat door hem is versterkt maar die misschien ook heeft geholpen de zaak wat meer uit te kristaliseren”. Tijdens het afscheidsdiner, maandagavond, prees Simonis de vertrokken bisschop om diens plichtsbesef en om zijn bestuurlijke bijdrage in de bisschoppenconferentie.

Oud-bisschop Gijsen van Roermond wordt geestelijk verzorger in het Loreto-bezinningshuis van de Zusters van Sint-Petrus Claver in Walpersdorf bij Herzogenburg in Oostenrijk. Dit heeft het bisdom bevestigd.

Twee Nederlandse zusters die op het generalaat van de orde in Rome werken, hadden in de Osservatore Romano over het aftreden van Gijsen gelezen. Ze hebben daarop contact gezocht met hem. In Nederland heeft de orde, die in Maastricht is gevestigd, nog vijf leden.

Kort voor zijn vertrek op 23 januari heeft Gijsen nog ingestemd met de benoeming van drs. J. Schreurs tot deken van Schinnen in het bisdom Roermond. Schreurs, aalmoezenier in de Oostelijke mijnstreek volgt pastoor-deken J. Keuls op. Beiden staan te boek als progressief en niet behorend tot de richting-Gijsen. De Vereniging Pastoraal Werkenden (VPW) in het bisdom heeft met instemming gereageerd op de benoeming van Schreurs. Maar volgens de voorzitter van de VPW, M. Gubbels is het nog te vroeg “om uit deze benoeming af te leiden dat er een nieuwe wind door het bisdom gaat waaien”.