Schoolstrijd woedt nu binnen CDA

DEN HAAG, 31 MAART. Hoeveel macht mag de gemeentelijke overheid krijgen over het bijzonder onderwijs? En hoever mag de samenwerking gaan tussen openbare scholen en bijzondere? Volgens de commissie-Van Es, die gisteren in een advies aan staats secretaris Wallage een lans brak voor verregaande autonomie voor scholen, is zulke samenwerking zelfs “cruciaal” voor het onderwijs. De organisaties van het bijzonder onderwijs willen er echter niets van weten.

Deze steeds actueler wordende vragen zouden gemakkelijk kunnen leiden tot een felle strijd tussen PvdA en CDA. Maar omdat het CDA intern verdeeld is geraakt, dreigt "de nieuwe schoolstrijd' vooral een achterhoedegevecht te worden tussen christendemocraten onderling. De partij zwalkt heen en weer tussen pragmatische bestuurlijke verhoudingen en principiële bescherming van het bijzonder onderwijs.

Minister Ritzen en staatssecretaris Wallage, het "PvdA-duo op Onderwijs', willen de scholen, openbaar en bijzonder, veel meer ruimte geven om zelf hun beleid te bepalen. Om al te grote versnippering te voorkomen, willen de bewindslieden de rol van de gemeentelijke overheid juist versterken met een aantal coördinerende taken van de rijksoverheid, zoals het overkoepelende beheer van de schoolgebouwen. Om de "dubbele-petten'-problematiek in het openbaar onderwijs te voorkomen (de gemeente zou dan tegelijk toezichthouder èn schoolbestuur zijn) kunnen besturen van zulke scholen in aparte commissies of stichtingen worden ondergebracht, op grotere afstand van de gemeentelijke overheid.

In de praktijk worden de ideeën inmiddels al hier en daar toegepast. In Uden werd vorige week het bestuur over een openbare school niet alleen op afstand gebracht, maar namen de katholieke schoolbesturen en de gemeente het gezamenlijke besluit om drie katholieke scholen en een openbare school onder één bestuur samen te brengen, als voorbereiding op een fusie. In een ongebruikelijke inmenging in lokale politiek keurde CDA-partijvoorzitter W. van Velzen het "Udense model' ogenblikkelijk in het openbaar af: hij vreesde een onduidelijke mengelmoes van openbaar en bijzonder onderwijs. Dat beperkt de keuzevrijheid van ouders. Bovendien onttrekt de gemeente zich zo aan haar verantwoordelijkheid voor echt openbaar onderwijs.

Het antwoord van de verantwoordelijke wethouder uit Uden P.L.A. Rüpp - een partijgenoot van Van Velzen - legt de vinger op de zere plek voor het CDA. “Ouders kiezen hier al lang niet meer een school op grond van identiteit maar op grond van kwaliteit”, zei de Brabantse wethouder. De huidige bijzondere scholen in Uden zijn ook allang geen “traditionele katholieke scholen meer”. “Bidden op school elke ochtend doen we niet meer.”

De pragmatische CDA-wethouder staat met deze woorden dicht bij ideeën die vooral in de PvdA leven. Een van de voorstellen die de PvdA-fractie vorig jaar deed - tot afgrijzen van het CDA - was een periodieke peiling van de vraag welke soort scholen ouders in een bepaald gebied wensen. Als zou blijken dat er te veel bijzondere scholen en te weinig openbare zijn - wat op grond van onderzoek door het Nijmeegse Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen vooral bij het katholiek onderwijs waarschijnlijk is - kan het zelfs zover komen dat bijzondere scholen van identiteit zullen moeten veranderen.

Ook over de vraag of de gemeente bepaalde coördinerende taken van het ministerie van onderwijs moet overnemen nu de scholen meer mogelijkheden krijgen om een eigen beleid te voeren, is het CDA verdeeld. De PvdA'er en staatssecretaris van onderwijs Wallage vindt van wel, en hij gaat voortvarend te werk. “De gemeente mag geen bevelspositie krijgen ten aanzien van het bijzondere onderwijs”, zei echter CDA-onderwijsspecialist en Kamerlid Hermes vorige week donderdag. Hij is fel tegen overheveling van ministerie naar gemeente van de "bevelvoering' over het gebouwenbeheer. De scholen moeten zelf maar hun gebouwen beheren, vindt hij.

Een dag later lag er een brief van CDA-premier Lubbers aan de Tweede Kamer op de mat, waarin de woorden van Hermes werden genegeerd. “Door de gemeenten na overleg met het bijzonder onderwijs afwegingen te laten maken inzake het gebouwenbeheer kan een grotere doelmatigheid worden bereikt”, stond in de brief, opgesteld onder mede-verantwoordelijkheid van staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) en minister Hirsch Ballin (justitie), beiden uit het CDA. Het wetsvoorstel is al in voorbereiding, meldde Lubbers monter.

Dat de strijd in het CDA niet gaat om autonomie van de scholen tegenover macht voor de gemeenten, blijkt uit een ander meningsverschil tussen Lubbers c.s. en de CDA-onderwijsspecialisten. Onder aanvoering van Hermes verzetten de fractiespecialisten zich tegen Wallages plannen om de directe financiering van de pedagogische centra (die de scholen adviseren bij leerplan-ontwikkeling en dergelijke) om te zetten in een vrij te besteden budget voor de scholen zelf. De vrees van Hermes c.s. is dat als de landelijke centra, die per zuil zijn georganiseerd, afhankelijk zouden worden van vrijwillige besteding van gelden door scholen, een belangrijke peiler onder het identiteitsgebonden onderwijs wegvalt. De brief van Lubbers maakt korte metten met die CDA-bezwaren: “Het is niet de taak van de overheid om door rechtstreekse financiering het aanbod in stand te houden.”

In het CDA wordt veel gemopperd over de twee PvdA-bewindslieden op het departement van onderwijs. Nu heeft het CDA op het voor die partij zo gevoelige terrein van de relatie tussen openbaar en bijzonder onderwijs ook nog het initiatief verloren en is hierover zelfs intern verdeeld. En dat zou op de langere termijn wel eens het belangrijkste nadeel kunnen worden voor het CDA van die PvdA-dominantie.