Rusland blijft kernafval in zee dumpen

LONDEN, 31 MAART. Rusland is niet langer in staat de veiligheid aan boord van kernonderzeeboten te garanderen omdat het niet beschikt over opslagmogelijkheden voor kernafval. Rusland blijft radioactief afval in zee dumpen en zal dat tot zeker 1997 blijven doen.

Dat staat in een rapport van de Russische regering, dat gisteren door de milieu-organisatie Greenpeace in Londen werd gepubliceerd. Het rapport is opgesteld op last van president Boris Jeltsin en geschreven door zijn adviseur voor milieuzaken, Aleksej Jablokov.

Volgens het rapport heeft de Sovjet-Unie respectievelijk Rusland tussen 1966 en 1991 achttien kernreactoren en 13.150 vaten met radioactief afval in zee gedumpt, ofwel in de Karazee en de Barentsz Zee ten noorden van Rusland, ofwel ten oosten van Siberië. Zeker zes van de kernreactoren bevatten nog radioactieve brandstof. Het cruciale probleem voor de Russen is dat ze een groot tekort hebben aan opslagmogelijkheden. Op het ogenblik worden grote hoeveelheden radioactief afval - het equivalent van de brandstof van 140 kernreactoren - op drijvende opslagplaatsen bewaard. Driekwart van de afgeschreven Russische kernonderzeeboten bevat nog steeds hun radioactieve brandstof; tot het jaar 2000 zullen nog eens driehonderd kernreactoren worden afgeschreven. Pas in 1997 zal een begin kunnen worden gemaakt met het opslaan van afval te land. Rusland beschikt op het ogenblik in totaal over 228 kernonderzeeboten met 394 kernreactoren en over zeven met kernenergie aangedreven ijsbrekers met dertien reactoren.

Volgens Greenpeace moeten Jeltsin en de Amerikaanse president Clinton tijdens hun topontmoeting in Vancouver later deze week dit probleem bespreken en afspraken maken over een verbod op het gebruik van kernenergie bij hun marines. Rusland, aldus een woordvoerder van Greenpeace, “kijkt nu al aan tegen een radioactieve nachtmerrie, een dodelijke erfenis van de Koude Oorlog”. (Reuter, AP)