PvdA-senator wil tijdelijke banen via transferpunten

DEN HAAG, 31 MAART. Een "transfer-organisatie', waarin overheid en bedrijfsleven samenwerken, moet ervoor zorgen dat werklozen aan een tijdelijke baan worden geholpen en daarna naar een bedrijf doorstromen.

Dat idee opperde het Eerste-Kamerlid R. Jaarsma (PvdA) gisteren bij de behandeling van de begroting van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. De organisatie die Jaarsma voor ogen staat kan gebruik maken van loonkosten- en scholingssubsidies, maar moet verder opereren “op een strikt economische basis”. Het mag een coöperatie zijn, een samenwerkings-BV of welke andere juridische vorm dan ook, “als het maar géén overheidsstichting is”.

Minister De Vries bleek weinig heil te zien in het plan van de PvdA-senator, maar was wel bereid ernaar te kijken als ze met een uitwerking komt. De Vries liet bovendien weten grote twijfel te hebben over een uitbreiding van de bestaande banenpools met nog eens 10.000 plaatsen. De fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer, Wöltgens, deed deze week op een spreekbeurt dit voorstel.

Ook Jaarsma, die tevens voorzitter is van de Regionale Arbeidsvoorziening Flevoland, was niet enthousiast over het voorstel van Wöltgens, waarvan de kosten circa 400 miljoen gulden per jaar zouden zijn. Banenpools bieden werk tegen het minimumloon aan bij de overheid of non-profitorganisaties. Maar de minder geslaagde experimenten met alternatieve, door de overheid gesubsidieerde vormen van werkvoorziening zijn volgens de PvdA-senator reden voor “een essentieel andere aanpak”.

Een belangrijk verschil met de huidige banenpools en de WSW, de sociale werkvoorziening voor gehandicapten, en haar eigen plan is volgens Jaarsma dat zij uitgaat van de vraag naar arbeid en niet van het aanbod van werkzoekenden. Ook commerciële bedrijven kunnen er een beroep op doen. Het gaat om werk waar bedrijven wel belangstelling voor hebben, maar waar ze niet het gangbare loon voor willen betalen; het verschil moet dus worden gesubsidieerd. Als voorbeelden noemde Jaarsma het beheer van kantoren, winkelgebieden en bedrijfsterreinen, kleinschalig vervoer en dienstverlening in de maatschappelijke sector.