Overcapaciteit op de wereldmarkt drukt de winst; Van Leer sluit vijf fabrieken

AMSTELVEEN, 31 MAART. Overcapaciteit op de verpakkingsmarkt en toenemende concurrentie zijn de voornaamste redenen voor de winstdaling die verpakkingsconcern Van Leer vorig jaar moest incasseren. De winst daalde tot 10 miljoen gulden.

Door de overcapaciteit ziet het bedrijf zich genoodzaakt af te slanken en vijf fabrieken te sluiten. In Duitsland zullen twee van de vijf vatenfabrieken worden gesloten wat zal leiden tot het verlies van 500 tot 1.000 arbeidsplaatsen. Ook de Van Leer-dochters in de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Thailand treft dit lot. Voor deze reorganisaties heeft het bestuur een eenmalige voorziening van 44 miljoen gulden getroffen. De investeringen worden teruggebracht van 230 miljoen gulden in 1992 tot 150 miljoen dit jaar.

De omzet bij Van Leer - 17.000 werknemers, waarvan 1.100 in Nederland, over 130 vestigingen in 35 landen - steeg het afgelopen jaar met 35 procent tot ruim vier miljard gulden door de overname van 4P-verpakkingen van Unilever vorig jaar januari. Het bedrijfsresultaat nam toe met 37 procent tot 229 miljoen gulden. Maar de financiële lasten stegen door de acquisities van 72 tot 109 miljoen gulden. Ook tegen die achtergrond rekent bestuursvoorzitter W. de Vlugt in 1993 op een moeilijk jaar. Er zijn nog geen tekenen dat de recessie afneemt waarbij het verpakkingsconcern met hele smalle marges moet werken.

De Vlugt stak de hand in eigen boezem. De opening van een fabriek in Thailand bleek een marketing-fout. Van Leer bouwde er vorig jaar voor vijf miljoen een fabriek voor papieren vaten, die in november alweer moest worden gesloten.

Een eventuele groei moet volgens de bestuursvoorzitter vooral komen uit de consumentenverpakkingen. Een markt waar ondanks de hevige concurrentie nog enige rek in zit. Van Leer haalt veertig procent van zijn omzet momenteel uit consumentenverpakkingen en 60 procent uit industriële.