Nationalisme als "nieuwe pest' Europa

KREMS, 31 MAART. “Nationalismus - Nein Danke”. Onder dat motto heeft de Wetenschappelijke Landesakademie voor Neder-Oostenrijk het afgelopen weekeinde een internationaal symposium gehouden waar wetenschapsmensen, politici en journalisten van gedachten konden wisselen over wat was geafficheerd als “een nieuwe geestelijke pest” in Midden-Europa.

Als gevolg van het wegvallen van het kunstmatige internationalisme dat onder het communisme bestond heeft het decennia lang onderdrukte nationalisme in Midden-Europa de afgelopen jaren weer ruimte gekregen, vaak, zoals in het voormalige Joegoslavië, met desastreuze gevolgen. Als een veenbrand die geen zuurstof kon krijgen vlammen her en der in de voormalige communistische wereld, van de Baltische landen tot diep in Aziatisch Rusland, de nationalistische sentimenten op.

“De tendens om zich af te scheiden heeft langzamerhand bizarre vormen aangenomen”, vindt Petr Pithart, de premier van de Tsjechische republiek toen Tsjechoslowakije nog bestond. Iedereen wil op zichzelf staan, wat “even stompzinnig als belachelijk” is in een tijd dat er juist grotere internationale verbanden tot stand komen. Volgens Pithart is het nationalisme een “gemakzuchtige ideologie”: “De nationalist probeert steeds weer een interne of externe vijand te ontdekken. Als die eenmaal gevonden is wordt alles logisch. Eigenlijk is nationalisme een soort regressie van de wereld van volwassen verantwoordelijkheidsgevoel naar die van het kind.” Pithart gelooft dat pas als er een nieuw “Europa van de regio” komt, er een eind zou kunnen komen aan het nationalisme.

Maar of nationalisme ooit verdwijnt betwijfelden de meeste deelnemers aan het symposium, Tsjechen, Polen, Slovenen, Slowaken, Kroaten, Hongaren en natuurlijk Oostenrijkers. Die laatsten hebben enig recht van spreken omdat in hun monarchie tenslotte niet minder dan 21 nationaliteiten vreedzaam waren geïntegreerd, zegt professor Peter Kampits, de initiator van het symposium in Krems. De Landesakademie wil met haar symposium kracht bijzetten aan het streven om de akademie in Krems uit te laten groeien tot “Donau-universiteit Krems”, een instelling die zich vooral zal richten op post-universitair onderwijs voor studenten uit heel Midden-Europa.

Nationalisme heeft als positieve bijwerking ook een emancipatorische functie, betoogde bijvoorbeeld dr. Heinz Fischer, de voorzitter van het Oostenrijkse parlement, en kan niet zonder meer als een negatief begrip worden afgedaan. Otto Urban, hoogleraar aan de Praagse universiteit, was het daarmee eens en wees op het nationalisme dat zich niet altijd in negatieve zin bij sportevenementen manifesteert. Ook Katja Boh, de ambassadeur van Slovenië in Oostenrijk, zag de positieve elementen van het nationalisme in haar nog maar kortgeleden onafhankelijk geworden land: het bevestigt de mensen in hun verwachtingen, vindt zij.

De vraag of nationalisme als “moderne pest” moet worden beschouwd viel dan ook moeilijk te beantwoorden. Natuurlijk, nationalisme kan worden uitgelegd als een extreme vorm van nationaal bewustzijn, maar hoe flinterdun de scheiding is tussen “gezond” en agressief nationalisme wordt duidelijk als men de constatering “wij zijn verschillend” vervangt door “wij zijn anders”, de nationalistische leuze par excellence, die immers “wij zijn beter” impliceert. En hoeveel politieke partijen voeren als leus voor de verkiezingen niet “.....(de naam van het betroffen land) eerst”?

En hoe moeten de media zich opstellen tegenover het vaak zo onschuldig lijkende, maar duidelijk discriminerende jargon in de berichtgeving? Alleen het woord “buitenlander” heeft meestal al een negatieve lading. Verhelderend in dat verband was de opmerking van een deelnemer die erop wees dat het woord “ellende” afkomstig is van het oud-nederfrankische elelendi, een samenstelling van alja (elders) en land. Met andere woorden: degene die uit een ander land komt verkeert per definitie in een ellendige situatie.

Geheel in lijn daarmee was de analyse van Hans Rauscher, adjunct-hoofdredacteur van het Oostenrijkse massablad Der Kurier, die het nationalisme van zijn landgenoten vooral tot uitdrukking gebracht ziet in de wens “met rust gelaten te worden”. Symposia als dit zijn meestal sterk in de diagnose, maar zwak in de therapie, vond Rauscher. De enige remedie tegen nationalisme, meende een collega, is dat we ons provincialisme afleggen en tolerant zijn.

Maar tolerantie kan worden tenietgedaan doordat mensen zich in hun economische bestaan bedreigd voelen. Het wegnemen van die bedreiging is dus een belangrijke voorwaarde voor het verminderen van het nationalisme. Maar daarmee belandt de socioloog die het verschijnsel bestudeert al snel op economisch terrein.

Dat nationalisme bestreden moet worden, daar was iedereen het in Krems wel over eens, maar dat het iets is waarmee we “moeten leren leven” realiseerde men zich ook.

Nationalismus - Nein danke? Ach, zo meende een nuchtere symposium-inleider, het is eigenlijk net zo'n leus als de waarschuwing op een pakje sigaretten: roken schaadt de gezondheid. Iedereen weet het, maar niettemin wordt er duchtig doorgerookt.