Loonontwikkeling desastreus voor werk

DEN HAAG, 31 MAART. De loonontwikkeling sinds 1990 is “desastreus” voor de winstgevendheid en werkgelegenheid. “Voor de korte termijn is geen verbetering te verwachten van de economie.”

Dit zei vanmorgen prof.drs. G. Zalm, directeur van het Centraal Planbureau bij de presentatie van het Centraal Economisch Plan 1993.

De reële arbeidskosten (loonkosten minus inflatie) zijn sinds 1990 met ten minste twee procent per jaar gestegen en vorig jaar zelfs vier procent. Voor dit jaar voorspelt het CPB een stijging van twee procent. “De loonmatiging van de jaren tachtig is daarmee van de baan”, meent Zalm.

In combinatie met de “zorgelijke ontwikkeling in het buitenland en met name de economische situatie in Duitsland” leidt dit volgens de CPB-directeur tot een verslechtering van de werkgelegenheid. De werkloosheidsuitkeringen stijgen voor het eerst sinds 1984, aldus Zalm. De CPB-prognoses waren al eerder bekend en daaruit bleek onder meer dat het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering stijgt van 585.000 in 1992 via 635.000 dit jaar tot 685.000 in 1994.

Voor de periode 1995-1998 heeft het CPB een behoedzaam en een gunstig scenario geschetst. “Zelfs in het gunstige scenario verbetert de werkgelegenheid en de winstgevendheid van het bedrijfsleven maar mondjesmaat”, aldus Zalm. In het andere scenario stijgt het aantal werkzoekenden zonder baan met gemiddeld 13.000 per jaar.

“Als het economisch tij tegen zit en de werkloosheid loopt op dan moet je tijdig de loonafspraken aanpassen”, aldus Zalm. Werkgevers en werknemers willen “op begrijpelijke gronden” de afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten niet openbreken “hoewel daar wel alle aanleiding toe is”, meent de CPB-directeur. “Alle looneisen boven de nul zijn absoluut te hoog.” Er zal volgend jaar een forse correctie “op de te dure CAO's” moeten plaatshebben. Zalm riep werkgevers en werknemers op de lonen te matigen. De overheid kan daar aan bijdragen door pas op de plaats te maken met de lastendruk (belasting en sociale premies).

Zalm wees er op dat een voor de economie cruciale variabele, de arbeidsinkomensquote (het deel van de toegevoegde waarde dat wordt besteed aan loonkosten), is gestegen van ruim 81 procent in 1990 tot ruim 87 procent volgend jaar. Terugkeer naar het niveau van 1990 zou een loonsverlaging van meer dan 10 punten vergen, aldus Zalm.

Pag.22: "Economie op apegapen'

CPB-directeur Zalm maakte een vergelijking met de economische situatie eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Ook toen lag de economie “op apegapen”. De koopkracht is toen in vijf jaar met in totaal dertien procent gedaald door een matiging van de lonen. Ambtenaren en mensen met een sociale uitkering leverden nog meer in. Dit leidde ertoe dat de de winstgevendheid en daarmee de werkgelegenheid halverwege de jaren tachtig weer aantrok.

Zalm reageerde ook op de voorstellen van een CDA-commissie onder leiding van oud-premier dr. J. Zijlstra. Deze commissie vindt dat de komende kabinetsperidoe de uitgaven van het rijk alleen maar mogen stijgen met de inflatie. Wanneer wordt uitgegaan van een nulgroei van de uitgaven voor de collectieve sector noopt dit tot bezuinigingen van 12 to 15 miljard in de komende kabinetsperiode. Het Kamerlid Melkert (financieel woordvoerder van de PvdA-fractie) zei vanmorgen dat het “bestuurlijk en politiek” ongewenst is bij het vaststellen van de finaciele beleidsruimte voor de rijksbegroting op voorhand uit te gaan van strikt genormeerde keuzes. Melkert zei dit in Rotterdam tijdens een lezing aan de Erasmus Universiteit. Hij vindt de Zijlstra-norm te “rigide” en wil de groei van de overheidsuitgaven een bovengrens aan te geven. Die zou moeten bestaan uit de helft van de groei van het binnenlands produkt. Met de "Melkert-norm' wordt de afspraken die in Europees verband zijn gemaakt om het overheidstekort terug te dringen, gerealiseerd.