Izetbegovic tekende uit vrees voor isolement en verder terreinverlies; Vredesplan: Servisch "ja' lijkt nog ver weg

LJUBLJANA, 31 MAART. In Sarajevo is men niet onverdeeld gelukkig met het vredesverdrag dat de Bosnische president en moslimleider, Alija Izetbegovic, vorige week in New York heeft ondertekend. Hijzelf noemde het al direct na de ondertekening “een slechte oplossing maar de enige kans dat er een einde komt aan het bloedvergieten”.

De nederlagen van het regeringsleger aan de frontlijnen lieten Izetbegovic echter weinig keus: doorvechten zou voor de moslims waarschijnlijk neerkomen op nog meer terreinverlies aan de Serviërs. Die hebben inmiddels ruim 70 procent van het grondgebied van Bosnië onder controle. De moslims hebben lang geweigerd akkoord te gaan met de in het vredesplan voorziene opdeling van Bosnië in tien provincies. Dat verzet was niet zozeer ingegeven door het feit dat het vredesplan een einde maakt aan het streven van de moslims naar een eenheidstaat: die optie was door Izetbegovic al afgeschreven. Hij nam echter vooral aanstoot aan de landkaart van Vance en Owen, omdat de Serviërs in hun drie provincies 43 procent van het Bosnische grondgebied toegewezen krijgen. In Sarajevo werden Vance en Owen ervan beschuldigd met hun indeling de Serviërs te belonen voor hun agressie en de "etnische schoonmaak'. “Had de internationale gemeenschap de moslims niet verzekerd dat de Serviërs nooit beloond mochten worden voor bezetting van een groot deel van Bosnië?”, zo redeneerde Izetbegovic.

Na de machtswisseling in de VS was er voor de Bosnische president weer enige hoop op steun voor zijn kritiek op het vredesplan, zeker toen president Clinton bleek te vinden dat de landkaart van de bemiddelaars “te vriendelijk” is voor de Serviërs. Toen echter ook Clinton verklaarde achter het vredesplan te staan werd Izetbegovic duidelijk dat, als hij internationaal niet geïsoleerd wilde raken en thuis niet nog meer grondgebied aan de Serviërs wilde verspelen, hem niets anders over bleef dan het plan te accepteren.

In Sarajevo maakt men zich nu blij met het vooruitzicht dat de Serviërs 20 procent van de gebieden die zij bezet hebben aan de moslims moeten overdragen. Een Bosnische diplomaat in Zagreb merkt daarbij op dat Izetbegovic vorige week van het Witte Huis de garantie heeft gekregen dat Clinton de Serviërs desnoods met militair geweld zal dwingen mee te werken aan de uitvoering van het vredesplan. Het bericht dat de NAVO bereid is 60.000 man naar Bosnië te sturen is volgens deze diplomaat een bewijs dat de Amerikaanse president zijn toezegging serieus neemt.

De leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, die de landkaart van Vance en Owen nog “onaanvaardbaar voor het Servische volk” noemt, wil nu dat het parlement van de Bosnische Serviërs zich uitspreekt over de kaart. Dat parlement heeft eerder ingestemd met het deel van het vredesplan waarin de hoofdlijnen van een nieuwe grondwet en een wapenstilstand zijn vastgelegd. Het is echter de vraag of het tevreden zal zijn met de grenzen van de provincies. De Servische leiders zeggen niet van plan te zijn een aanzienlijk deel van het grondgebied dat zij nu in handen hebben over te dragen aan de Kroaten en de moslims. Zij willen zelfs dat gebieden aan de Bosnisch-Servische grens die op de kaart aan de moslims en Kroaten zijn toegewezen, bij de Servische provincie Banja Luka worden gevoegd, zodat de provincie aan Servië grenst en een vrij verkeer tussen Banja Luka en Belgrado verzekerd is. Vance en Owen hebben die eisen afgewezen. Daarop antwoordden de Serviërs met een offensief bij Gradacac en Srebrenica; bovendien willen ze zich nu met militaire middelen van een corridor van Banja Luka naar Servië verzekeren.

Het is daarom de vraag of politieke en diplomatieke druk op de Serviërs vruchten zal afwerpen. Tot nu toe hebben sancties en VN-resoluties geen bijzonder positieve invloed uitgeoefend op het strijdverloop in Bosnië. Waarnemers zijn nu wel plezierig verrast door het feit dat het sinds zondag geldende staakt-het-vuren slechts incidenteel geschonden wordt. Ook het feit dat gisteren opnieuw een hulpkonvooi Srebrenica bereikte wordt door sommigen gezien als een teken van goede wil van de Serviërs. Pessimisten menen echter dat niet de goede wil maar de sneeuwval er de oorzaak van is dat de gevechten zijn afgenomen. Zij verwachten dat het parlement van de Bosnische Serviërs het vredesplan zal afwijzen of in het gunstigste geval zal besluiten dat er een referendum moet plaatshebben om de Bosnische Serviërs in staat te stellen “over hun eigen toekomst te beslissen”. Voor de organisatie van zo'n referendum zullen de Servische leiders natuurlijk de tijd nemen, wat tot nieuwe vertraging van het vredesproces kan leiden.