Eerste waterloze toilet op school in Delft stinkt niet

DELFT, 31 MAART. “Als je erin valt, zit je in een konijnenhok”, roept Roel (11). “Het is goed voor het milieu en bespaart 60.000 liter water”, weet Christiaan. “En het stinkt niet.” Daarover zijn de leerlingen van groep zeven van de Jacques P. Thijsseschool in Delft het allemaal eens. Vanochtend werd daar het eerste waterloze toilet van Nederland - dat menselijke uitwerpselen verwerkt tot compost - geopend.

De uitwerpselen die in de "Compact Composteur' worden gedeponeerd komen in een bak met stro terecht. Vervolgens moet men aan een handel trekken om de "faecaliën' te egaliseren, aldus S. Leeflang van het Centrum voor alternatieve technologie de Twaalf Ambachten dat het toilet heeft ontwikkeld. “Het hoeft slechts tweemaal per jaar geleegd te worden en is volstrekt reukloos”, beweert hij. “Bovendien komt er bij het legen slechts een flinke emmer droge compost uit.” Het toilet - ook als bouwpakket te verkrijgen - is bedoeld als wapen in de strijd tegen de drinkwaterverspilling. “Veertig procent van ons water wordt direct weer weggespoeld”, aldus Leeflang. Zijn instituut heeft zeven jaar gewerkt aan de ontwikkeling. Door schade en schande zijn ze wijs geworden daar bij de Twaalf Ambachten. In de eerste experimentele fase kwamen ze erachter dat, wil het toilet goed werken, de uitwerpselen gekeerd moeten worden. Maar toen zaten zij wel met een bak vol “stinkende troep”. Zelfs na “dertig keer douchen en wassen met bleekwater” bleven ze dagenlang stinken. Maar dat probleem is nu uit de wereld. Door een uitgekiend mechaniek wordt het afval gekeerd.

Leraar D. Scherft beargumenteert dat het waterloze toilet goed past in het beleid van de school. Men probeert daar de leerlingen milieubewust te maken. Zo houden ze kippen, scheiden al jaren hun afval en zijn er biologische schooltuinen. En nu is er dan de Compact Composteur. Zesduizend gulden heeft de school ervoor betaald, terwijl de gemeente de 23.000 gulden installatiekosten voor haar rekening heeft genomen, aldus Scherft. “Dat is inderdaad duur”, erkent hij. Maar het betreft hier dan ook “een voorbeeldproject” waarvan hij hoopt dat er een “positieve werking naar anderen” van zal uit gaan.