De twee levens van de Duitse politicus Herbert Wehner

Wehner - Die unerzählte Geschichte, portret in twee delen. Die Nacht von Münstereifel, Duitsl.1, 20.15 tot 22.00u. en Hotel Lux, Duitsl.1, 23.05-00.50u.

“Meneer Brandt baadt graag in lauw water”. Zo laconiek-onverbiddelijk sprak de strenge SPD-paus Herbert Wehner (1906-1990) in 1974, toen hij vond dat Willy Brandts kanselierschap lang genoeg had geduurd. Die opmerking, en de gevolgen voor Brandt, waren zowel kenmerkend voor Wehners machtspositie in de SPD als voor de abrupte manier waarop hij, niet meer bruikbare partijvrienden zonodig kon laten vallen.

Want dat kon de in de Bondsdag zeer gevreesde SPD-Zuchtmeister, die in het SPD-hoofkwartier regeerde als Onkel Herbert, als geen ander. Volgens velen was dat - de bereidheid om individuen te offeren voor een “groter”, collectief belang - een van de karaktertrekken die hij had overgehouden aan de jaren dertig, jaren waarin hij als communistisch-Duitse immigrant onder Stalins schaduw leefde in het bekende Moskouse hotel Lux aan de Gorkistraat. Met de Ulbrichts, Piecks en andere uit Hitlers Derde rijk vertrokken KPD'ers, die in de Sovjet-hoofdstad samen-sidderend de tijd van de Stalins Grote Zuiveringen probeerden te overleven. Desnoods door elkaar, lotgenoten of niet, vrienden of niet, aan te geven als volksverrader, denunciaties dus die ellendige, ja zelfs dodelijke, gevolgen konden hebben. Ook de Dresdense communist Wehner (schuilnaam toen: Kurt Funk) heeft zich in Moskou alleen kunnen redden door anderen op Stalins altaar verdacht te maken.

Op het eerste Duitse televisienet is vanavond een serie in twee delen, samen drieëneenhalf uur, te zien over het leven van Wehner. Of eigenlijk: over zijn twee levens, het eerste - dat duurde tot hij in 194l in Zweden het communisme afzwoer - en het tweede, dat hij na de oorlog begon als SPD'er. “Jij gaat naar Bonn”, zei de fysiek zwaar beschadigd uit het Derde Rijk gekomen SPD-chef Kurt Schumacher. “Ze zullen mij als ex-KPD'er daar het vel van het lijf trekken”, zei Wehner. “Daar kun je wel tegen”, was het antwoord.

Zowel Wehners vrees als Schumachers vertrouwen in zijn incasseringsvermogen bleek gerechtvaardigd in de 45 jaar Westduitse politieke geschiedenis die zouden volgen. Wehner werd de strateeg die de SPD via haar programma van Bad Godesberg (1959) bevrijdde van lastige ideologische barrières en haar vervolgens naar een grote coalitie met de CDU loodste, die er in 1966 kwam en waarin hij zelf een ministerspost aanvaardde. Maar dat ministerschap (1966-1969) was voor hem toch een soort intermezzo in zijn SPD-bestaan, dat hij liever alleen als Bondsdaglid en almachtig partijpolitiek regisseur beleefde.

De vanavond aan zijn leven gewijde tweedelige en vaak zwart-witte ARD-film biedt een gemengd geheel van veel documentair materiaal, interviews en een “gespeeld” verhaal. De maker, Heinrich Breloer, heeft gebruik kunnen maken van Sovjet-archieven (o.a.: de zogenoemde “kader-dossiers”) uit de jaren dertig, die in 1990 toegankelijk werden. Het lange leven van Wehner, dat door twee acteurs wordt gespeeld (Ulrich Tukor als jonge Wehner, Heinz Baumann als de na-oorlogse), wordt in omgekeerde volgorde gepresenteerd. Het eerste deel behandelt zijn rol in de SPD, het tweede zijn verscheurde communistische jeugd en de gruwelijke wereld van hotel Lux. Al met al dus ook bijna een eeuw Duitse geschiedenis, boeiend voor de liefhebber. Het wordt een lange en late zit, wie zo wil kan er - al dan niet voor een tweede blik - ook een lange videoband mee vullen.