Amato blijft premier tot een nieuw kabinet

ROME, 31 MAART. In een poging het beeld van een stuurloos Italië te voorkomen is president Oscar Luigi Scalfaro gesprekken begonnen over de vorming van een nieuw kabinet terwijl het oude van premier Giuliano Amato nog niet demissionair is.

Inmiddels is de minister van financiën, Franco Reviglio, afgetreden, omdat ook tegen hem een onderzoek wordt ingesteld wegens smeergeld. Amato heeft tijdelijk zijn post overgenomen.

Amato had gisteren zijn mandaat ter beschikking gesteld, omdat hij wil voorkomen dat zijn kabinet het slachtoffer wordt van de verlamming onder de regeringspartijen die is veroorzaakt door de onderzoeken naar corruptie en banden tussen politiek en mafia.

Na lang overleg met de voorzitters van Senaat en Kamer en daarna met Amato heeft president Scalfaro geappelleerd aan het plichtsgevoel van Amato en hem gevraagd aan te blijven tot overeenstemming is bereikt over een nieuw kabinet. In een korte verklaring liet Scalfaro weten dat hij geen onmiddellijke actie ondernam, maar zich het recht voorbehoudt later “de nodige stappen” te zetten.

Scalfaro streeft naar een naadloze kabinetswisseling. De situatie is zo al moeilijk genoeg. De protestpartij Lega Nord roept dat de chaos zo groot is dat een staatsgreep niet onmogelijk is. En hoewel de meeste Italianen dat beschouwen als hallucinerende retoriek, werd op de valutamarkten gisteren duidelijk hoe weinig krediet Italië nog heeft. De lire zakte door de psychologisch belangrijke bodem van 1.000 lire per Duitse mark. Vanmorgen in Milaan opende zij iets hoger.

Vlak nadat de kabinetscrisis onder controle gebracht en gefaseerd was, kwam Amato opnieuw in de problemen. Minister van financiën Franco Reviglio trad gisteravond af nadat hij formeel was ingelicht dat het onderzoek in de smeergeldaffaire zich ook tot hem uitstrekt. Hij wordt niet verdacht van corruptie, maar zou als president van de staatsholding ENI tussen 1983 en 1989 hebben geweten dat er steekpenningen zijn betaald aan de christen-democraten en de socialisten. De verdenking betreft een groot project van een ENI-dochter in Nigeria waarin voor miljoenen aan smeergeld zou zijn betaald.

Reviglio, een socialist die in zijn ENI-tijd naam heeft gemaakt als een a-politiek manager, zei in een toelichting op zijn aftreden dat hij als president van de ENI een einde heeft proberen te maken aan alle geheime kassen en betalingen van smeergeld waarvan hij op de hoogte was.

Verwacht wordt dat het kabinet-Amato uiterlijk tot aan de referenda op 18 april aanblijft. In die referenda moeten de Italianen zich onder andere uitspreken over een hervorming van de kieswet, die het begin zou kunnen zijn van een politieke herschikking.

Een sleutelrol in de feitelijke kabinetsformatie die nu aan de gang is speelt de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS). Deze heeft geweigerd deel te nemen aan het kabinet-Amato of aan een ander kabinet dat wordt geleid door een christen-democraat of socialist, omdat zij niet als schaamlap voor de regeringspartijen wil fungeren en bang is dat haar deelname aan zo'n kabinet koren op de molen is voor de communistische hardliners en andere oppositiepartijen. Partijleider Achille Occhetto streeft naar een "institutioneel' kabinet, geleid door de voorzitter van Senaat of Kamer, die los van de partijen zijn ministers moet kunnen kiezen. De voorkeur als premier heeft Kamervoorzitter Giorgio Napolitano, lid van de rechtervleugel van de PDS.