Acties Franse vissers maken Londen furieus

LONDEN,31 MAART. Ruim een week geleden blokkeerden 70 Britse vissersboten de op één na drukste commerciële haven op Brits grondgebied, die van Teesport in Noord-Oost Engeland. Enkele dagen later was Plymouth, aan de zuidkust, aan de beurt. Boze vissers wilden daarmee afdwingen dat de eigen regering aanstuurt op het verbieden van goedkope import van vis - vooral kabeljauw en schelvis - uit vooral Rusland en Noorwegen. Het was, in de Britse orde der dingen, een geheel nieuw schouwspel.

“Het wordt tijd dat we eens van de Fransen leren hoe we voor ons brood moeten vechten,” zei een boze visser bij die gelegenheid. Een dergelijke uitlating is een godslastering gelijk, want in het algemeen kent hier de verontwaardiging geen grenzen over de manier waarop Franse boeren in het verleden onder andere uit Groot-Brittannië geëxporteerde lammeren levend hebben verbrand, zonder dat de regering in Parijs hen afdoende afstrafte. Dat heeft hier de populaire perceptie bevestigd dat de Fransen een onbeschaafd volk zijn, met een veel te grote eigendunk. John Gummer, de heetgebakerde Britse minister van landbouw, mag die impressie graag uitspelen: “De wet in eigen hand nemen en zo het slechte voorbeeld van de Fransen volgen, dat dóe je gewoon niet!” snerpte hij op 23 maart verontwaardigd tegen de Britse vissers.

Gisteren nam de NFFO, de Nationale Federatie van Visserij Organisaties, haastig afstand van de suggestie als zouden Britse en Franse vissers over één kam zijn te scheren. Gekrenktheid van nationale gevoelens kreeg de overhand nadat Franse vissers het in het weekeinde gewaagd hadden een marineschip, op bezoek in Cherbourg, te enteren en daar de vlag - de Britse! - in brand te steken. Het was het tweede incident binnen even zovele dagen: eerder had de kapitein van een Franse vissersboot schipper en God op zijn eigen schip gespeeld en Britse visserij-inspecteurs "ontvoerd' naar Cherbourg.

Terwijl de Franse ambassadeur in Londen, Bernard Dorian, nog op het Foreign Office in Londen zijn gedwongen excuses stond te maken voor de incidenten, stoomde maandagmorgen een vloot van 36 Franse schepen uit Granbille, St Malo, Carteret en Cherbourg op naar de haven St Peters Port op het Kanaaleiland Guernsey, op afstand gevolgd door een machteloze Britse marine, die niet meer deed dan toezien. De NFFO was woedend: omdat het Guernsey-conflict over iets anders gaat en dus de aandacht van de eigen actie afleidt, omdat de Britse marine niets deed en omdat de Franse vissers bij hun collega's op Guernsey kwamen afdwingen wat ze bij hun eigen regering in Parijs niet voor elkaar konden krijgen.

“Onze vissers hier zouden nóóit, nóóit de Navy aanvallen,” zei NFFO-baas Richard Banks. Dat hij en zijn mede-vissers bij de blokkade in Plymouth, de marinehaven, de Navy belet had met haar daar gelegerde schepen binnen te lopen, was duidelijk van een andere orde.

Ruzie tussen Franse en Britse vissers is niets nieuws. Al eerder kwam het tot aanvaringen tussen Fransen en vissers uit Cornwall op de grens van de Britse en Franse wateren. De acties rond de Kanaaleilanden gaan om een omstreden rijke visgrond waar èn Franse èn Guernsey-vissers op krab vissen. De Guernseyvissers zetten tot 90 procent van hun vangst af in Franse havens. Maandag sloten Franse vissers die havens voor afzet van de Kanaaleilanden, door met patrouilles op de wallekant te staan en - zeggen de Guernseyvissers - de kopers in de afslagen te intimideren.

“Onze handelaar in Cherbourg wilde niet het risico lopen onze vangst aan te nemen omdat hij bang was dat plaatselijke vissers hem zouden aanvallen en de vis zouden vernietigen,” zei de schipper van de Fleur de France, Ray Bisson van Guernsey. Vijf ton krab ging weer terug de zee op.

De Normandische vissers, die later die dag naar St Peters Port opstoomden, kwamen om vanuit hun machtspositie van die dag een deal te doen. Zij zouden hun havens weer openen voor de afzet uit Guernsey, in ruil voor toegang tot de rijke visgronden ten oosten van Guernsey, de Schole Bank. Bijna vijf uur onderhandelen later deden de Fransen als ogenschijnlijke winnaars tevoorschijn komen. De Franse actieleider sprak op de kade van de haven van St Peters Port gloedvol zijn medestanders toe. Even later vertrokken de Franse schepen naar zee, nagekeken door Guernsey-vissers, die hun woede nauwelijks konden bedwingen. In de café's op de kade was er eerder nogal wat verstolen hilariteit geweest over de furieuze reactie in het verre Londen over het verbranden van de Union Jack, want de Kanaaleilanden achten zich trots onafhankelijk en een eigen volk. Maar dit optreden ging ook Bill Ogier, de voorzitter van het Guernsey Vissersverbond te ver. Hij sprak van “je reinste intimidatie.”

In Londen steeg de verontwaardiging van minister Gummer door deze actie tot een absoluut kookpunt - zozeer dat hij zelfs dreigde dat de Britse Marine voortaan gewapend aan boord van Franse vissersschepen zou komen, als die zich niet aan de regels hielden. Gummer beroept zich op een akkoord tussen de Franse en Britse regering van eind vorig jaar, afgesloten op verzoek van de Fransen, waarin de verdeling van de visgronden rond de Kanaaleilanden precies is gedefiniëerd. De omstreden Schole Bank is volgens dit akkoord alleen toegankelijk voor vier met name genoemde Franse schepen en dan nog maar gedeeltelijk. De verdeling van de rest van de visgronden behoort tot de gecompliceerdste die er bestaan, met uitzonderingen op de 6-mijlzone en 12-mijlzone die gelden voor Guernsey, Alderney en Sark, maar niet voor Jersey, dat zijn eigen historische afspraken met Frankrijk heeft.

De Britse premier John Major sprak gisteren in het Lagerhuis de sterkst mogelijke afkeuring uit over het gedrag van de Franse vissers: “totally unacceptable”, terwijl achter de schermen een staatssecretaris van defensie aan minister Gummer uitlegde dat het niet een goed idee was om je bondgenoot, Frankrijk, met gewapende actie te dreigen. Gummer bond daarop in, maar liet wel weten dat de Britse regering verwachtte dat aan Franse zijde werd duidelijk gemaakt dat een akkoord een akkoord is. Het feit dat Frankrijk na de verkiezingen van zondag nog geen minister van visserij heeft, was geen excuus.

De laatste stand van zaken is nu dat de Franse vissers gistermiddag inderdaad in Parijs te horen hebben gekregen dat hun afgedwongen regeling niet geldt en dat zij zich aan de afspraak op regeringsniveau hebben te houden. De Guernseyvissers, die al een dag niet zijn uitgevaren vanwege de bestaande onzekerheid, wachten op de dingen die komen gaan. De Royal Navy, zo wordt uit Londen gemeld, is eveneens “on standby”.