Stuurgroep bereidt een nieuw Filmfonds voor

AMSTERDAM, 30 MAART. Minister d'Ancona van WVC heeft een rompbestuur benoemd dat de oprichting van een nieuw Nederlands Fonds voor de Film moet voorbereiden. Dit nieuwe fonds moet de plaats innemen van het bestaande Productiefonds (lange speelfilms op 35mm) en het Filmfonds, officieel Fonds voor de Nederlandse Film, dat bijdragen verstrekt aan producenten van low budget-speelfilms, korte films, documentaires, animatie- en jeugdfilms.

Het werkbestuur staat onder voorzitterschap van Leo Spigt, jurist en voormalig deken van de Nederlandse Orde van Advocaten. De overige leden zijn Hans Tijssen (algemeen secretaris van de Nederlandse Federatie voor de Cinematografie, voorheen de Nederlandse Bioscoopbond), Emile Fallaux (directeur van het Filmfestival Rotterdam en documentairemaker) en de Deen Bo Christensen (tot voor kort directeur van het Deense Filminstituut, nu algemeen directeur van het European Script Fund in Londen). De voorzitters van het Productiefonds en het Filmfonds, Jan Blokker en Rinus Haks, zullen het nieuwe bestuur voorlopig bijstaan als adviseurs.

Het nieuwe Filmfonds is een uitvloeisel van de door d'Ancona geformuleerde voorstellen in de nota Cultuurbeleid 1993-1996. Voor dit fonds is een subsidie van vijftien miljoen gulden per jaar gereserveerd, drie miljoen meer dan de budgets van de huidige twee fondsen bij elkaar opgeteld. Het nieuwe fonds, dat hopelijk dit najaar operationeel geworden, moet zich richten op verhoging van de kwaliteit van de filmproduktie, verbetering van de continuïteit, coaching van beginnende filmmakers, meer ruimte voor de ontwikkeling van projecten, verbetering van de samenwerking met de televisie en versterking van de markt. Een hoge prioriteit moet gegeven worden aan internationaal aansprekende genres als de documentaire, de animatiefilm en de jeugdfilm.

De benoeming van Bo Christensen in het voorlopig bestuur wijst op een warme belangstelling van de minister voor wat wel "het Deense model' genoemd wordt. Mede door een ruimere overheidssteun en de beoordeling van projecten door zogenaamde "consulenten' met een grote mate van individuele armslag in plaats van door commissies, werden in Denemarken een aantal jaren aansprekende resultaten behaald, bij voorbeeld in de vorm van twee Oscars voor de beste niet-Engelstalige film. Naar verluidt zou men echter nu in Denemarken weer af willen van het consulenten-systeem. Ook de door Blokker en Haks opgestelde nota ter voorbereiding van het nieuwe Nederlandse Filmfonds geeft de voorkeur aan anonieme beoordelingscommissies (zoals die bij het Stimuleringsfonds voor Culturele Omroepprodukties functioneren) boven consulenten.

Bestuurslid Fallaux nam in een onlangs geschreven, en aan de minister verstuurde notitie nog meer afstand van het Deense model en bepleit adviescommissies met telkens een buitenlander als lid. Volgens de festivaldirecteur ligt de kracht van de Nederlandse produktie in het maken van kunstzinnige en goedkope films. Die sector zou verder versterkt moeten worden, mede door investeringen in de filmvertoning, het actief zoeken naar internationale coproduktie en een betere filmpromotie in het buitenland. In tegenstelling tot Blokker en Haks ziet Fallaux weinig in de automatische subsidie van dure, commerciële films van "succesvolle' producenten, zonder kwalitatieve toetsing.