Saddam Hussein mag van VS nu aanblijven

NEW YORK, 30 MAART. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië staan er niet langer op dat het handelsembargo van de Verenigde Naties tegen Irak pas wordt opgeheven als president Saddam Hussein is verdwenen. De Veiligheidsraad van de VN heeft gisteren het embargo verlengd omdat Bagdad nog steeds niet aan de voorwaarden van het staakt-het-vuren heeft voldaan.

Zowel de vroegere Amerikaanse president Bush als de Britse premier Major had herhaaldelijk Saddams lot gekoppeld aan de sancties, hoewel dit niet het geval is in de talrijke resoluties die de VR aan Irak heeft gewijd. Gisteren echter antwoordde de Amerikaanse VN-ambassadeur Madeleine Albright op de vraag of de VS nog altijd Saddams vertrek eisen: “Daarover praten we niet.” Minister van buitenlandse zaken Christopher had zondag al gezegd dat de VS de kwestie willen “depersonaliseren” omdat “we willen dat die resoluties niet alleen door Saddam Hussein maar ook door zijn eventuele opvolger worden nageleefd”. De Britse VN-ambassadeur Sir David Hannay op zijn beurt zei dat “de instructies die ik heb ontvangen ten aanzien van de heroverweging van de sancties geen betrekking hadden op Saddam Husseins aanblijven”.

Irak heeft zich sinds president Clintons aantreden uitgeput in verzoenende verklaringen. Albright onderstreepte echter dat die uitspraken niet waren vertaald in concrete actie.

Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken heeft gisteren Iran beschuldigd van schending van de sancties tegen Irak door de aankoop van een hoeveelheid olie. Iran spreekt de beschuldiging tegen. (Reuter, AFP)