Ruim tweeduizend mensen gered uit enclave in Bosnië

TUZLA, 30 MAART. In ziekenhuizen en opvangkampen in Tuzla in Bosnië hebben artsen, verplegers en andere hulpverleners zich gisteren en vannacht ontfermd over meer dan tweeduizend vluchtelingen die eerder gisteren in een aangrijpende uittocht uit Srebrenica naar Tuzla waren overgebracht.

De vluchtelingen uit de al elf maanden door de Serviërs belegerde en uitgehongerde stad Srebrenica werden met negentien vrachtwagens van de Verenigde Naties naar Tuzla gebracht. De vrachtwagens waren een dag eerder met voedsel en medicamenten in Srebrenica aangekomen. Het was de bedoeling dat ze bij hun vertrek uit de moslim-enclave 650 vrouwen, kinderen, bejaarden en gewonden naar Tuzla zouden evacueren.

Bij het vertrek uit Srebrenica kwam het tot een bestorming van de vrachtwagens door duizenden wanhopige inwoners van de stad. Ondanks pogingen van de politie en het VN-personeel om orde in de chaos te brengen drongen zich duizenden mensen op de vrachtwagens. Toen ze voor de acht uur durende tocht door de bergen naar Tuzla vertrokken bevonden zich in totaal 2.346 mensen op de laadbakken, onbeschermd tegen de felle kou en dicht opeengepakt, hongerig, vuil en uitgeput. Niemand kon zitten of liggen. Onderweg schoot bij een van de vrachtwagens de klep van de laadbak los, als gevolg waarvan tientallen mensen uit de wagen vielen. Een kind kwam daarbij om het leven. Tijdens de tocht stierf nog ten minste één andere vluchteling aan de ontberingen. Volgens ooggetuigen waren veel mensen bij aankomst in Tuzla de dood nabij. “Zelfs als er vijftig vrachtwagens waren geweest zouden die het aantal mensen dat Srebrenica wil ontvluchten niet hebben kunnen vervoeren. Iedereen wilde weg”, aldus een van de ooggetuigen. Een van de chauffeurs zei dat hij in Srebrenica op een bepaald moment honderdzestig mensen op de laadbak had, die boven op elkaar waren gaan liggen. Bij aankomst in Tuzla bleek dat veel kinderen zonder hun ouders Srebrenica hebben verlaten.

Onderweg werd het konvooi vijf uur lang opgehouden door een grondige inspectie van de Bosnische Serviërs. Vóór de eerste Servische controlepost werden door het VN-personeel de mannen onder de vluchtelingen gedwongen naar Srebrenica terug te keren, omdat de Serviërs het konvooi niet zouden doorlaten als ze de mannen zouden aantreffen.

Het staakt-het-vuren, van kracht sinds zondagmiddag, heeft gisteren in heel Bosnië stand gehouden, een ontwikkeling die door VN-woordvoerders als uiterst bemoedigend werd omschreven. In New York deed gisteren de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, een beroep op de Veiligheidsraad om het vredesplan van de bemiddelaars Vance en Owen goed te keuren en de Bosnische Serviërs onder druk te zetten om dat eveneens te doen. In een verslag aan de Veiligheidsraad schreef Boutros-Ghali dat internationale waarnemers naar Bosnië moeten worden gestuurd om de situatie van de mensenrechten te bestuderen.

EG-bemiddelaar Owen drong gisteren aan op verdergaande sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) om de Serviërs te dwingen tot het aanvaarden van het vredesplan. (Reuter, AP, AFP)