Lächerlich

Sukkels zijn we. We doen ons best om origineel te zijn, de dingen te beschouwen zoals ze zelden worden beschouwd. En wat krijgen we ervoor terug? Een stortvloed van clichés.

Ik bedoel het Duitse cliché van draconische suppoosten, vrouwen die nog wat te vereffenen hebben. Je hoeft maar naar een doek te wijzen, laat staan te neigen tot het kijken naar een kleinigheid, of ze schieten ruw berispend toe. In dit museum bestaat publiek uit louter ongewenste vreemdelingen.

Ergens staat zo'n vrouw te praten in een telefoon. Daartoe heeft ze een kastje geopend, dat tevens een haspel bij brandslang blijkt te bevatten.

Ze zegt: “Aber das geht doch nicht.” Ze zegt: “Wir machen uns doch lächerlich.” Ze zegt: “Die Leute gucken schon.” En tot besluit: “So, dat ist erledigt.”

Nu ga ik twee zalen terug. Hier is een meisje op de grond gaan zitten bij een transparant stilleven van Morandi. Een rond gezichtje met een dopneus en een baret. Zij zal verwijderd worden, ik zal daarvan notitie nemen.

Ik wacht.

Ik begin me af te vragen of er iets anders gaande is, iets elders, iets lächerlichs dat buiten mij om erledigt wordt. Maar dan: of die vrouw soms juist met de Behörden heeft gebeld om te bereiken dat dat meisje met rust werd gelaten.

Je weet het niet. Je weet het meeste niet.