Kooijmans wil nieuwe steunoperatie voor Jeltsin

WASHINGTON, 30 MAART. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, en zijn Nederlandse collega Kooijmans willen dat er een nieuwe steunoperatie voor het Rusland van president Boris Jeltsin komt, waaraan alle westelijke landen een bijdrage leveren.

Net als de Verenigde Staten steunt Nederland president Jeltsin onverkort, zo bleek maandag in Washington uit de woorden van Kooijmans na een bezoek aan Christopher. Rusland en het voormalige Joegoslavië waren de hoofdonderwerpen in het gesprek tussen de twee ministers.

Kooijmans is het niet eens met de dreiging van president Clinton, vorige week, om het wapenembargo tegen de Bosnische moslims op te heffen. “Ik zou het niet hebben gedaan”, zei hij over Clintons uitspraak. Kooijmans wil niet “nog meer zware wapens toevoegen” aan het conflict in Bosnië.

Christopher en Kooijmans bleken het erover eens dat druk op de Servische president Milosevc moet worden opgevoerd, opdat de Bosnische Serviërs hun handtekening zetten onder het vredesplan dat de bemiddelaars Vance en Owen voor Bosnië hebben ontworpen. Als ze blijven weigeren om te tekenen “zijn alle opties weer open”, aldus Kooijmans.

De minister herhaalde dat pas nadat alle partijen het Vance-Owen-plan hebben ondertekend een grote vredesmacht van de NAVO onder de hoede van de Verenigde Naties naar Bosnië zal worden gestuurd om de naleving van dat akkoord af te dwingen. Wat Nederland aan de vredesmacht kan bijdragen, is volgens Kooijmans door de bezuinigingen nog niet duidelijk.

Verwacht wordt dat Clinton komend weekeinde tijdens zijn topontmoeting met Jeltsin in het Canadese Vancouver zal aankondigen dat de VS aan Rusland ruim een miljard dollar hulp zullen geven. Hoe dat bedrag moet worden besteed zou in de groep van zeven rijke industrielanden (G-7) moeten uitgewerkt.

Ook andere westerse landen kunnen zich aansluiten bij de hulpactie, zo heeft Christopher tegenover Kooijmans verklaard. Deze heeft zijn Amerikaanse collega voorgesteld de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de club van de 24 rijkste industrielanden, hierbij te betrekken.