Kamer gaat Betuwelijn mogelijk zelf onderzoeken

DEN HAAG, 30 MAART. De Tweede Kamer zal onderdelen van de Betuwelijn zelf nog eens laten onderzoeken, als blijkt dat het standpunt van het kabinet over de aanleg van de lijn vragen oproept. Het kabinet zal zijn standpunt naar verwachting in mei bepalen.

De Tweede Kamer heeft dit besloten tijdens een besloten vergadering van de Vaste commissie voor verkeer en waterstaat. Volgens het Kamerlid Feenstra (PvdA) zijn de fracties van mening dat het voor de Betuwelijn verrichte onderzoek “wel erg uit één koker komt - die van de NS en het ministerie van verkeer en waterstaat”. Feenstra verwacht dat de Tweede Kamer bij de presentatie van het kabinetsstandpunt met name zal letten op de economische effecten, de financiële gevolgen en de weerslag op het milieu van de Betuwelijn. Als daar vragen over rijzen, dan zal de Kamer onafhankelijk tegenonderzoek laten verrichten.

Zijn collega Leers (CDA) zegt dat het hierbij “niet om grote onderzoeken zal gaan. Het is niet onze bedoeling om de besluitvorming over de Betuwelijn te vertragen”. Volgens Leers zou dat het onderzoek naar de geluidsoverlast of naar het vervoer van gevaarlijke stoffen kunnen worden. Onderzoek naar ondergrondse aanleg of naar economische prognoses acht hij uitgesloten: “Dat zou maanden in beslag nemen, en dat kan niet.” De Tweede Kamer wil, zegt Leers, een onderbouwde keuze kunnen maken tussen de conclusies van enerzijds de NS en het ministerie van verkeer en waterstaat en aan de andere kant de bewoners van Betuwe en Alblasserwaard, die tijdens de inspraakronde vaak met heel andere cijfers kwamen. “Dan kun je wel een vinger in de lucht steken en zeggen: dit is het juiste cijfer, maar wij willen het liever objectiveren.”

Het kabinet formuleert zijn standpunt later dan was voorzien. Het was de bedoeling dat de Tweede Kamer nog voor het zomerreces over de Betuwelijn zou debatteren, maar dat zal waarschijnlijk niet meer lukken. Pas vorige maand kwam de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening met een standpunt. Deze week wordt het rapport verwacht waarin het Overlegorgaan voor de Verkeersinfrastructuur zijn conclusies uit de inspraakronde trekt, die zo'n 1.900 brieven en ongeveer 400 sprekers tijdens 18 hoorzittingen heeft opgeleverd.