Huisgenoten des geloofs Maatstaf 1993/3, ...

Huisgenoten des geloofs Maatstaf 1993/3, februari. De Arbeiderspers, 88 blz.ƒ17,50

We menen wat we doen Mens & Gevoelens, lentenummer. Betty Asfaltprodukties Amsterdam, 52 blz.ƒ4,95

Schuimende poëtische uitvallen Optima 37, 1993. Contact, 91 blz.ƒ12,50

Huisgenoten des geloofs

“Hartstochtelijke interesse gecombineerd met een verbluffende blikvernauwing” zegt Maarten 't Hart in de nieuwe Maatstaf over de literaire visie van Trouw-criticus Tom van Deel. Hij sluit zich gretig aan bij een eerder stuk in dit tijdschrift van Gerrit Jan Zwier waarin Van Deel werd beschimpt om zijn vriendschappelijke gevoelens voor Brakman, Krol en Brouwers, die toon en teneur van zijn recensies zouden bepalen. Het is maar de vraag of Van Deel zich meer dan wel opvallender dan anderen laat leiden door sympathieën in zijn kritieken. In elk geval is hij in dit opzicht de laatste tijd wel de gebeten hond. Ook filosoof Jaap van Heerden viel dat op, zo bleek uit zijn column "Literaire verwijten' in het Cultureel Supplement van afgelopen vrijdag. Wat in de literaire kritiek al meteen "vriendjespolitiek' heet is in de wetenschappelijke kritiek een volstrekt normaal, geaccepteerd verschijnsel, zo legde hij uit. “ Te puriteins”, oordeelt Van Heerden over dergelijke normen in de literaire kritiek, en “is de zuiverheid van oordeel niet een kinderlijke illusie?”

't Hart is dan in elk geval wel geestig kinderlijk. Hij betoogt dat Van Deel nooit losgekomen is van een in vele opzichten Gereformeerd soort broeder- en zusterschapssentiment in de literatuur. 't Hart voelt zich buitengesloten en reageert kenmerkend hyperbolisch: “Dat Van Deel speciaal weldoet aan de huisgenoten des geloofs, ofwel de leden van het literaire kerkgenootschap waarvan hij een ootmoedige ouderling is, verklaart niet alleen zijn "vriendjespolitiek', maar ook zijn uiterst - ja wat moet men zeggen? - benarde? bekrompen? beperkte? eenzijdige? begrensde? literatuurbeleving”.

Grandioos somber is het verhaal "Rust' van Myriam Crijns, een en al bijna barstende adolescente eenzaamheid en onbegrepenheid, waarin met een dikke beschuldigende vinger naar de goedbedoelende ouders wordt gewezen. Een medestudent, die géén last heeft van door Heidegger bevestigde zwaarmoedigheden: “Rust, rust, jij hebt het almaar over rust. Ik begrijp je niet. Na je dood heb je een eeuwigheid lang rust. Waarom leef je niet? Als één uur in mijn agenda niet is ingevuld, zie ik dat uur al als een zwart dood gat waarin ik niet weet wat ik moet doen.”

Verder is in dit nummer de poëzie - van Aleksander Blok, Poesjkin, Rob Schouten, Willem Jan van Wijk - bijzonderder dan het proza, vooral secundair werk over een Couperus-dissertatie en één gedicht van Eva Gerlachs. Onbedoeld actueel is Herman Leenders in zijn verhaal over getourmenteerde katholieken: “Gelovigen hebben een neus voor vreemde elementen. Eerst zonderen ze je af en daarna stoten ze je uit.”

Maatstaf 1993/3, februari. De Arbeiderspers, 88 blz.ƒ17,50

We menen wat we doen

Het niet gesubsidieerde tijdschrift Mens & Gevoelens van Margreet Dolman is erin geslaagd de eerste vijf jaar vol te maken. Met gerechtvaardigde trots - vorig jaar klonken nog noodkreten - presenteert Dolman het negenendertigste nummer. “Dit is een jubileumnummer maar geen spektakel jubileumnummer. Wel een gedegen, ontroerend, kunstzinnig en vooral gevarieerd nummer. En wat je door het hele blad heenproeft... we menen wat we doen. Kent u een blad waar dat zo overtuigend is?”

Zonder twijfel is Mens & Gevoelens het meest toegankelijke literaire tijdschrift van Nederland. Op twee manieren: het vraagt het vaakst en vriendelijkst om ingezonden werk, en het plaatst dankbaar allerlei verhalen en gedichten die door andere tijdschriften waarschijnlijk als te amateuristisch teruggestuurd zouden worden. Daar staat een enthousiasme en genieterigheid tegenover, die in die andere tijdschriften weleens te weinig te proeven valt. Trouw aan de titel Mens & Gevoelens wordt in elk verhaal iemand verliefd en/of in de steek gelaten. Véél ships that pass in the night ook.

In de uitgebreide brievenrubriek combineert Dolman haar werk voor de VPRO met M&G, en juist omdat je haar erbij ziet zitten, en die krankzinnige stem haast hoort, is het een leuke rubriek - of juist niet natuurlijk, voor wie niet van Paul Haenen houdt. De seizoenen hebben een sterke invloed op Mens & Gevoelens, vooral de herfst en de lente. Dolman: “Ik ben op dit moment niet verliefd maar ik voel, na lezing van jouw brief, wel een zekere gloed van m'n hersenen naar m'n maag vloeien. Ik kijk uit het raam en besef, de eerste de beste aantrekkelijke voorbijganger zal het slachtoffer worden”.

Vaste interviewer Maarten Slagboom sprak voor dit lentenummer met schilder Jopie Huisman - “een straal van zes kilometer, groter is mijn wereld eigenlijk nooit geweest”. Huisman vertelt op zijn onopgesmukte wijze over zijn gevoelens: “Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld door alles wat door de wereld genegeerd wordt, dan wel als vanzelfsprekend wordt ervaren. Het afval, het tuig; de vissersmannetjes, allemaal zuiplappen in een streng calvinistische omgeving. En ik was stapelgek met ze. Een verrijking. (-) Ik voel me, als beschadigde, aangetrokken tot beschadigden.”

Zulke ontboezemingen kunnen in M&G komen te staan naast kitsch als "geen minuut zonder liefde / die mij de inhoud van het leven leert // geen seconde zonder vrienden / die me laten wezen en worden wat ik ben' of een hedendaags liefdesverhaal over moederschap rond de veertig als dit “"Komt tijd, komt zaad,' troostte zij. Ze dacht even na en opperde toen: "Ik kan Max voor je regelen'. (-) Weldra kraakte mijn Franse bed lustig mee op het gekraak van de oude grammofoonplaat. De plaat en wij waren tegelijk klaar.”

Mens & Gevoelens, lentenummer. Betty Asfaltprodukties Amsterdam, 52 blz.ƒ4,95

Schuimende poëtische uitvallen

Contacts kwartaaltijdschrift Optima is volgens de commissie die onlangs de subsidiegelden voor de komende drie jaar verdeelde "gezichtsbepalend voor de Nederlandse literatuur in de nabije toekomst'. Ga er maar eens aan staan. Het trio Atte Jongstra, Arno Breekveld en "garçon' (of is dit één man?) probeert het in dit nummer samen met onder anderen Stephan Sanders, Frank Koenegracht, Anne Vegter, Maarten Doorman, J.M.H. Berckmans en Michaël Zeeman. Optima neemt gek genoeg geen biografische gegevens op, zodat we in een wolk van niet-weten hangen waar het bijvoorbeeld de identiteit van de intrigerend dichtende Henk van der Waal betreft. Als je gezichtsbepalend moet zijn kun je toch om te beginnen je eigen gezicht tonen? Zo klinkt Van der Waal: “zodat het vreemde vreemd moet zijn gelopen om je/ daar de pas af te snijden, je de blinddoek/ af te rukken en je je afwezig gelaat

voor ogen te toveren, dat zich/ heimelijk al verheugde op de/ dorre lichtvoetigheid/ van de weg/ terug.''

Heel wisselend is als steeds de poëzie van Koenegracht; tussen uitgebluste versjes treffen opeens mooie regels: "Muisstil, half oud en ontevreden / zit je op een kleed van duizend gulden. // Maar gelukkig zijn er kleine / Chinese schaartjes in papieren doosjes. // Ach kon je maar knip knip doen heel je leven / terwijl het buiten windloos sneeuwt.'

Atte Jongstra, Peter Nijssen, "Garçon' - laten ze niet zijn wat ons te wachten staat. Liever Stephan Sanders en Berckmans met hun proza over vreemde bewustzijnsniveaus, Zeeman met zijn liefdesgedichten en een béétje Breekveld met zijn schuimende poëtische uitvallen tegen de Nederlandse letteren. “Dat ze d'r gedrukt VVL opstaan, de / daasendonkse kunst- en gunstelingen / (m/v) der vrije lipletteren, der / verhemelte-letteren, die bij met / hedeneeuwse vormstof van ondermondgrond / naar klinkgat ruisgat op te knokken / dachten.”

Optima 37, 1993. Contact, 91 blz.ƒ12,50