Hollywood laat z'n humane gezicht zien op Oscar-gala

AMSTERDAM, 30 MAART. Jack Valenti, president van de Motion Picture Association of America, kon het tijdens de 65ste uitreiking van de Academy Awards niet laten. Een miljard televisiekijkers in 97 landen - die natuurlijk niet allemaal de drie en een half uur durende show integraal bekijken - moesten ervan doordrongen zijn dat de Amerikaanse filmindustrie een aanzienlijke bijdrage levert aan het handelsoverschot. Het instituut van de Oscars draagt daar door de enorme publiciteit traditioneel flink aan bij.

1992 leek een dramatisch jaar te worden voor de Oscaroogst van Hollywood. De inkomsten waren hoger dan ooit, vooral door een internationale afzetmarkt die sneller groeit dan die in het binnenland. Maar een handvol onafhankelijk van de grote studio's geproduceerde (en dus goedkopere) films hadden verrassend veel nominaties voor de bekendste filmprijzen ter wereld binnengehaald. De verwachte blamage viel uiteindelijk mee.

In tegenstelling tot andere jaren waren er in het Dorothy Chandler Pavillion te Los Angeles gisteren geen echte winnaars. Clint Eastwood, die zijn sterstatus met Italiaanse spaghettiwesterns uit de jaren zestig vestigde, won voor zijn door Warner Bros. verspreide, maar in eigen beheer geproduceerde western Unforgiven vier Oscars: beste film, beste regie, beste montage en voor de mannelijke bijrol van Gene Hackman. In zijn dankwoord bedacht de nooit eerder genomineerde Eastwood (62) ook met name de Franse filmcritici, die zijn werk al waardeerden toen dat in Amerika “nog niet in de mode was”.

Ook de met drie Oscars bekroonde Britse produktie Howards End van regisseur James Ivory - actrice Emma Thompson, decors en scenariobewerking door Ruth Prawer Jhabvala van E.M. Forsters roman - behoort zonder meer tot de kwalitatieve top van de wereldproduktie van het afgelopen jaar. Dat kan niet gezegd worden van de met drie technische Oscars (make-up, geluidseffecten en kostuums) beloonde visie van Francis Ford Coppola op Bram Stoker's Dracula. De nieuwe Disney-tekenfilm Aladdin won net als vorig jaar Beauty and the Beast de twee muzikale Oscars, voor beste "score' en het liedje Whole New World. De door het Hollywood-establishment gevreesde opmars van de door een kleine, onafhankelijke distributeur uitgebrachte Ierse produktie The Crying Game bleef beperkt tot een Oscar voor het originele scenario van Neil Jordan.

De prijzenverdeling bracht veel kleine verrassingen, zoals de bekroning van Marisa Tomei voor haar bijrol in de bescheiden komedie My Cousin Vinny, de cameraprijs voor het werk van Fransman Philippe Rousselot in Robert Redfords A River Runs Through It, de trucages van Death Becomes Her en de geluids-Oscar voor The Last of the Mohicans. Naar verwachting werd de al met vijf Césars onderscheiden Franse film Indochine uitgeroepen tot beste niet-Engelstalige produktie.

Het leek wel of de perfect uitgevoerde Oscarshow, waarin een reclamespot van dertig seconden een half miljoen dollar kost, dit jaar minder sprankelde en vooral minder emoties bevatte dan gebruikelijk. Het narcisme van Hollywood, doorgaans vol sentiment en aantrekkelijke glamour, wordt misschien een beetje getemperd door de geest van het nieuwe Clinton-tijdperk. De spraakmakende filmgemeente doet zich nu graag voor als liberaal, humanistisch en rechtvaardig. Niet alleen de eerste Oscar voor de zes keer eerder vergeefs genomineerde acteur Al Pacino (als het blinde lastpak in Scent of a Woman) werd met een staande ovatie begroet. Applaus weerklonk ook voor prijswinnaars en presentatoren die opriepen tot meer vrijheid voor de Tibetanen (Richard Gere), het toelaten van 263 seropositieve Haïtianen tot de Verenigde Staten (Susan Sarandon en Tim Robbins) en het uitwissen van de schande van de invasie in Panama. Aan de vorig jaar hier debuterende rode lintjes op de revers ten teken van het bewustzijn van de AIDS-epidemie, waren nu paarse toegevoegd voor bewust zwarte acteurs en oranje voor vrouwen die onderzoek naar borstkanker propageren. Maar liefst twee liefdadigheid bedrijvende dames (Hollywoods nichtenmoeder Elizabeth Taylor voor haar anti-AIDS-campagne en postuum UNICEF-ambassadrice Audrey Hepburn) ontvingen de zogenaamde Jean Hersholt Humanitarian Award.

Het hele programma stond in het teken van een hommage aan de rol van vrouwen in film. Eerdere Oscar-winnaressen werden in het zonnetje gezet, filmcompilaties prezen de moed en integriteit van vrouwelijke personages en Liza Minnelli zong een lied over het instellen van een Ladies Day ("Hilary will lead the way'). Slechts Barbra Streisand, die vorig jaar niet als regisseur genomineerd werd voor de wel als beste film genoemde Prince of Tides, temperde de feministische euforie door de hoop uit te spreken dat een dergelijke campagne in de toekomst overbodig zal zijn, wanneer iedereen op zijn of haar capaciteiten beoordeeld wordt.

Er werden gisteravond negen Oscarbeeldjes aan vrouwen uitgereikt, 28 aan mannen. Maar in de hele geschiedenis van de Academy is slechts een keer een vrouwelijke regisseur genomineerd (de Italiaanse Lina Wertmüller in 1976) en nog nooit een vrouwelijke director of photography, want die bestaan niet in Hollywood.

Misschien verrichtte de 73-jarige Federico Fellini, geëerd met een honoraire Oscar voor zijn hele oeuvre, wel de meest oprecht gemeende vrouwvriendelijke daad van de avond. De fameuze schuinsmarcheerder en regisseur van de in 1980 al voor seksistisch versleten film Vrouwenstad zei dat hij in zijn leven het meest te danken had aan zijn echtgenote. “En alsjeblieft, Giulietta, stop met huilen!”, voegde hij eraan toe op het moment dat de camera Masina's tranen in de zaal in een close-up ving. Het was een van de weinige spontane momenten van een volmaakt georkestreerde manifestatie van goede wil. Al die krakkemikkige prijzengala's elders in de wereld kunnen er veel van leren, dat wel.