Fictief rendement bestaat al lang

ROTTERDAM, 30 MAART. "Zeer prematuur', noemde ABN Amro gisteren de plannen van de kamerleden Vermeend en Vreugdenhil om de rentegroeifondsen te gaan belasten door middel van het instellen van een fictief rendement van 3 procent. Ook vindt de bank dat het onduidelijk is "of zo'n ontwerp niet op wets-technische problemen stuit'. Bij Robeco vroeg men zich af of het instellen van een fictief rendement op vermogensgroeifondsen wel haalbaar is. Toch kampten de beheerders van rentegroeifondsen vrijdag en gisteren met een massale uittocht van beleggers.

Groeifondsen keren geen rente of dividend uit, maar potten in plaats daarvan de winst op. Zo stijgt de waarde van het fonds, en dus van de aandelen. De winst van het fonds wordt alleen belast met het vennootschapstarief van 35 procent. De particuliere belegger geniet een - belastingvrije - vermogenswinst. Waren rente en dividend wel uitgekeerd, dan had de belegger daar inkomstenbelasting over moeten betalen, en dat komt voor de meeste beleggers neer op 60 procent. Een door de fiscus ingesteld fictief rendement van drie procent doet het belastingvoordeel deels teniet. De belegger betaalt volgens het plan inkomstenbelasting over drie procent van de waarde van zijn belegging in het fonds.

Fiscalisten stelden vanmorgen dat, afgezien van praktische bezwaren, het invoeren van een fictieve heffing op rentegroeifondsen relatief eenvoudig is. “Er bestaat al geruime tijd een dergelijk systeem voor buitenlandse beleggingsfondsen,” zegt de Amsterdamse fiscalist K. Vink. Dergelijke fondsen, zoals het Robeco-fonds Rorento dat op de Antillen is gevestigd, maken daar gebruik van het lagere belastingtarief. De fiscus gaat dat tegen door beleggers in die fondsen een fictief rendement op te leggen, waarover alsnog belasting moet worden afgedragen. “De systematiek is dus al bekend,” constateert Vink.

Het fictieve rendement leidt in de al bestaande praktijk van buitenlandse beleggingsfondsen overigens niet altijd tot het betalen van meer belasting. Als een fonds kan bewijzen dat het behaalde rendement onder het fictieve rendement is gebleven, kan het voor zijn beleggers een ontheffing van belasting aanvragen. Een obligatiefonds dat minder rente heeft opgebracht dan het fictieve rendement, kan dus uitsluiting aanvragen. Waardestijgingen van de beleggingsportefeuille zelf blijven daarbij buiten schot.