Er bestaat geen Bosnische entiteit

Ook in Nederland komt steeds meer kritiek op het vredesplan voor Bosnië-Herzegovina van de bemiddelaars Vance en Owen. Mient Jan Faber keert zich in de Volkskrant van 17 maart op grond van principiële bezwaren tegen het plan en A.J. van Vuuren zet in NRC Handelsblad van 23 maart kritische kanttekeningen bij de praktische uitvoerbaarheid. Beiden hebben echter in hun beschouwingen hetzelfde vertrekpunt gekozen, namelijk dat "Bosnië als onafhankelijke staat behouden moet blijven'. Juist dat uitgangspunt is echter aan herziening toe.

De republiek Bosnië-Herzegovina (gemakshalve Bosnië te noemen) is immers een kunstmatige staat; een etnische lappendeken zonder enig gemeenschappelijk nationaal bewustzijn of gezamenlijk verleden. Een onafhankelijke staat Bosnië heeft feitelijk nooit bestaan. Sedert het ontstaan van het koninkrijk Joegoslavië na de Eerste Wereldoorlog maakte Bosnië deel uit van Servië; daarvoor sinds 1878 van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Niet alleen Servië, maar ook Kroatië meent rechten te kunnen doen gelden op (in elk geval een deel van) Bosnië, tenminste afgaande op landkaarten die door Kroatische nationalisten worden verspreid. Het is in dit verband interessant te wijzen op een overeenkomst die in 1939 werd gesloten tussen Servië en Kroatië, waarin aan Kroatië niet alleen verregaande autonomie werd toegezegd, maar waarbij bovendien een gedeelte van Bosnië (voornamelijk het gebied Herzegovina, toen ook al bevolkt door overwegend Kroaten) onder Kroatisch gezag zou worden gebracht. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is deze overeenkomst nooit in werking getreden en bovendien loste de Duitse bezetter het probleem in de praktijk op door geheel Bosnië (als dank voor de nog te bewijzen diensten) aan het toen fascistische Kroatië toe te wijzen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd onder het communistische regime die merkwaardige Joegoslavische federale staatsstructuur van zes republieken en twee autonome provincies in het leven geroepen. De grondslag voor die structuur werd al in 1943 door Tito gelegd in het Bosnische stadje Jajce, dat toen (cynisch genoeg) de bakermat vormde voor Tito en de zijnen. Daar werd in een (later door de communistische partij beroemd gemaakte) bijeenkomst besloten dat het naoorlogse Joegoslavië zou worden bestuurd volgens een federatief beginsel met volledige gelijkgerechtigheid "voor alle volken van Joegoslavië'.

Mooie idealen, maar de werkelijke reden voor deze constructie was dat Tito - als Kroaat misschien wel instinctief - steeds in de Servische machtsaspiraties de grootste bedreiging voor de federale staat zag en derhalve naar mogelijkheden zocht om de Servische machtspositie in te dammen. De "Socialistische Republiek Bosnia i Hercegovina' werd slechts opgericht om het labiele interne Joegoslavische machtsevenwicht in stand te houden; het betekende niet de automatische erkenning van een "Bosnische natie'. Tekenend is een oproep van de communistische partij van 12 juli 1941, waarin het volk wordt opgeroepen verzet te plegen tegen de bezetter. Hierin worden alle Joegoslavische volkeren nadrukkelijk met name genoemd; het "Bosnische volk' ontbreekt echter in deze opsomming. Ook in andere documenten uit die periode wordt wel gewag gemaakt van Bosnië en Herzegovina, maar uitsluitend in geografische betekenis. Dat de republiek Bosnië onder het communistische regime nooit is uiteengevallen, was te danken aan een uitstekend functionerende en repressieve interne veiligheidsdienst.

Er bestaat, kort en goed, geen nationale Bosnische entiteit; die heeft nooit bestaan en zal - zoals de huidige ontwikkelingen ons leren - in de toekomst evenmin totstandkomen. Dat betekent dus dat een onafhankelijke republiek Bosnië (ten minste binnen de tegenwoordige grenzen), van welke vorm of structuur ook, een staatkundig monstrum zal blijven, een potentiële tijdbom op de Balkan. En juist dat is het kernprobleem van elk vredesplan.

In zekere zin draagt "het Westen' mede schuld aan dit probleem, de Westeuropese landen hebben immers als eerste - weliswaar onder politieke druk, en overhaast - Bosnië als soevereine staat erkend, waardoor het ook kon toetreden als lid van de VN, met alle rechten en plichten van dien. Vanzelfsprekend draagt het Vance-Owen plan hiervan de sporen. Het probeert immers het onverenigbare te verenigen, namelijk enerzijds het handhaven van de territoriale integriteit van de republiek Bosnië en anderzijds de uitdrukkelijke wens van twee van de drie politieke actoren op dat toneel om hun eigen weg te gaan. Dit resulteerde in een ingewikkeld en gekunsteld vredesplan, waarin elke partij een redelijke mate van autonomie heeft in drie niet aaneengesloten gebieden die onderling zullen worden verbonden door neutrale corridors. Dat geheel zou dan uit het neutrale gebied Serajevo moeten worden overkoepeld door een centrale regering. Zelfs al zou het vredesplan door alle partijen worden geaccepteerd, dan nog is het voorspelbaar dat dit plan een kortstondig leven beschoren zal zijn. De eventuele bereidheid van de NAVO een troepenmacht op de been te brengen van veertig- tot vijftigduizend man om dit vredesplan desnoods met geweld op te leggen, zal daaraan niets veranderen.

Doorgaan met dit uiteindelijk tot mislukken gedoemde Vance-Owen-plan is een verkeerde keuze. Bosnië heeft als onafhankelijke staat geen bestaansrecht, heeft het nooit gehad en zal het nooit krijgen. Wij bedriegen onszelf als wij deze fictie ten koste van veel energie en (Bosnische en NAVO) mensenlevens in stand willen houden.

Er resteert slechts één alternatief, het terugkeren op eerdere beslissingen. Een moeilijke beslissing, maar wij zullen moeten accepteren dat de Westerse inzet om het voortbestaan van een autonome republiek Bosnië binnen haar oorspronkelijke grenzen te garanderen, een onrealistische doelstelling was en dus een verkeerde keuze. Een herziening ervan zal politieke en morele weerstanden oproepen en ongetwijfeld zal het verwijt vallen dat het Westen is gezwicht voor geweld en terreur. De Servische en Kroatische elementen zullen sowieso hun eigen weg gaan. Het Westen zal echter politieke en economische maatregelen moeten nemen om het voortbestaan van de moslims in een soort mini-moslimstaat Bosnië te garanderen.

Welke beslissing wij ook nemen, doorgaan met de huidige vredespolitiek of de status van Bosnië alsnog herzien, beide beslissingen zullen internationaal politiek gezichtsverlies betekenen; in het ene geval op de lange en in het andere geval op de korte termijn. Het verschil tussen beide opties is echter dat alleen door te kiezen voor een re-evaluatie van de status van Bosnië, op korte termijn een einde kan worden gemaakt aan het geweld en onnodig bloedvergieten.