Democraten Volkscongres zetten zichzelf buitenspel

MOSKOU, 30 MAART. Over bijna vier weken mogen de Russen naar de stembus. Naar twee stembussen wel te verstaan. In het ene hokje mogen ze de vraag beantwoorden of ze vertrouwen hebben in de president, of ze diens sociaal-economische politiek goedkeuren en of ze vervroegde verkiezingen voor het presidentschap en de volksvertegenwoordiging noodzakelijk vinden.

Dat is het hokje dat het parlement inricht. In een ander stemlokaal mogen de burgers zich uitlaten over de vraag of ze met hun vertrouwen in Boris Jeltsin ook zijn ontwerp-grondwet willen goedkeuren. Dat wordt het lokaal van de president en zijn plaatselijke gouverneurs.

In beide stembureaus zullen na afloop van de burgerplicht de kiezers boterhammen met worst, kaas danwel vis worden geserveerd. Want zo hoort het in Rusland. Maar hun stemmen zullen niettemin op geheel verschillende wijze worden geteld. Het referendum van de Opperste Sovjet is alleen geldig als een meerderheid van het aantal stemgerechtigden "ja' antwoordt. Dit referendum heeft wettelijke status. De "stemming' van de presidentiële bestuurders is daarentegen een succes als de helft van het aantal opgekomen kiezers positief reageert. Dit is een "peiling' die geen consequenties heeft maar door de organisatoren hetzelfde gewicht zal worden meegegeven als Maurice de Hond met zijn enquêtes doet.

Er wordt de Russische politici dezer dagen veel verweten, maar niet dat ze geen fantasie hebben. De huidige generatie bestuurders en volksvertegenwoordigers is opgegroeid met de theorie over de “dubbele macht” die Lenin in 1917 zo “geniaal” heeft weten te hanteren. Hun is met de paplepel ingegoten dat je pas echt iets voorstelt in de politieke wereld als dat ook kan. Ze hebben er het afgelopen jaar dan ook alles aan gedaan om deze situatie, die ze uit de communistische catechismus kennen, voor zichzelf te creëren. Die dubbele macht is er nu: de ene macht (de presidentiële) resideert in het Kremlin en de andere (de parlementaire) in het Witte Huis iets verderop. Het dubbele plebisciet van 25 april is de voorlopige bekroning van hun vlijt.

Het beeld dat het Congres en het presidentiële kamp de afgelopen dagen hadden opgeroepen was vooral manisch-depressief. Gisteren waren de afgevaardigden in een depressieve fase, zoals Jeltsin zaterdag toen hij het parlement in ontreddering had toegesproken. Maar in de dagen daarvoor hadden ze evenzoveel manische momenten beleefd waarbij ze op het randje mochten lopen, momenten van hoogspanning en crisis. De stemming was elk uur van kleur veranderd, die van Jeltsin nog het meest.

Hogere tactische vondsten om valkuilen voor de tegenstander te graven, provocaties, demonstraties, ogenschijnlijk allesbepalende stemmingen en het volk, alles had daarin zijn plaats gevonden. Het was als een voetbalwedstrijd. Op het veld de voetballers, in de gescheiden vakken de supporters (met het Manegeplein als vak P voor de nationaal-communisten en het Rode Plein als vak F voor de Jeltsinisten) en daartussen de politie met knuppels, overvalwagens en paarden. Zelfs de reacties na afloop waren identiek. Terwijl Jeltsin zondag zijn aanhang dankte voor haar steun en zelf de yell "Rossia, Rossia' aanhief, zoals een voetballer dat na het behalen van een beker doet op het balkon van het stadhuis, had parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov in de kleedkamer van het parlement gezegd dat de race voor de “verdediging van de grondwet” nog niet gelopen was. Waarna hij er gisteren toe overging om zijn presidium met een aantal mensen uit te breiden, in de hoop dat de parlementsleiding zich zo het aureool van schaduw-regering zou kunnen aanmeten.

Temidden van dit gewoel was het moeilijk om de rode draad te vinden. Maar die is er wel. Kort samengevat is er de afgelopen dagen het volgende gebeurd. De presidentiële democraten hebben zich uit de parlementaire strijd teruggetrokken omdat daar de “revanchisten” de dienst uitmaken. Ze gebruiken de volksvertegenwoordiging nog slechts als platform om de bevolking duidelijk te maken dat het parlement een lachwekkend college is. Zelfs een bescheiden semi-politicus als Sergej Kovaljov, de voorzitter van de mensenrechten-commissie, heeft zich daaraan niet kunnen onttrekken en heeft gisteren daarom met 41 anderen besloten om niet meer aan de beraadslagingen deel te nemen doch voortaan slechts als “waarnemer” op te treden. In het Rusland van vandaag kun je parlementariër zijn zonder het te zijn.

De conservatieven hebben aldus hun handen vrij gekregen om te doen wat ze willen. Ze kunnen ongestoord resoluties aannemen waarin ze Jeltsin “ongrondwettig gedrag” verwijten, opsporing en vervolging eisen van zijn woordvoerder Vjatsjeslav Kostikov of de massamedia claimen. Zonder dat al deze moties consequenties hebben. De president op zijn beurt strooit met oekazes ten gunste van de kleine spaarders en militairen die evenmin gevolgen hebben.

En in dat vacuüm is premier Viktor Tsjernomyrdin nu bezig het pad omhoog sluipenderwijs te beklimmen. Tsjernomyrdin is solidair met Jeltsin en begrijpt Chasboelatov. Zo kan hij nu eens zijn hand bij de één en dan weer bij de ander ophouden. Met als resultaat dat bijna alle shocktherapeuten van zijn voorganger Jegor Gaidar verdwenen zijn, president Viktor Gerasjtsjenko van de centrale bank als minister in het kabinet én onderdaan van het parlement zijn bankbiljettenpers kan laten draaien en de fabrieksdirecteuren van de staatsbedrijven op eigen gezag hun ondernemingen kunnen blijven leiden. Tsjernomyrdin is de man van de gematigde conservatieven in het politieke spectrum geworden, de middengroep die de macht heeft en zwijgt maar ondertussen rustig voort kan gaan met haar eigen werk. Want zowel Jeltsins team als het kamp van Chasboelatov heeft daar belang bij. Beide partijen zijn namelijk alleen nog maar bezig met het leggen van een fundament voor later. Welgemoed werkt men aldus naar de 25ste april toe. Het is alleen de vraag of die dag er ook daadwerkelijk komt. Menigeen wacht namelijk op de derde macht die aan alles een einde maakt, hoewel niemand weet wie daaraan nu zijn handen zou durven branden.