De koe van Clingendael

Uitspraken over de aard en de intensiteit van het duitslandbeeld onder Nederlanders berusten vaak op persoonlijke inschattingen. Empirisch onderzoek is dus noodzakelijk. Dat schrijft het Instituut voor internationale betrekkingen Clingendael in een voorwoord bij de gisteren gepubliceerde resultaten van een enquête (Bekend en onbemind) naar het duitslandbeeld van werkende jongeren en scholieren van vijftien tot negentien jaar.

Het in de krant van gisteren weergegeven resultaat van de enquête, die grotendeels klassikaal werd gehouden, maakt duidelijk dat Duitsland bij veel Nederlandse jongeren inderdaad zeer onbemind is. En ook dat dat buurland nogal onbekend is. Dat valt af te leiden uit de antwoorden op zogenoemde kennisvragen. Wat verder opvalt is dat het onderzoek najaar 1992 is gehouden. Dus in de boze maanden van "Rostock', "Mölln' en bijna dagelijks nieuws over aanvallen van rechtsradicale Duitse jongeren op asielzoekers en andere buitenlanders.

Anders gezegd: het onderzoek is gehouden onder een qua kennis “kwetsbare” groep jongeren tegen de achtergrond van een dagelijkse nieuwsstroom met een hoge en zeer negatieve dramatische lading. “Het is een opname op een kritisch moment, een vergelijkende herhaling over enige tijd zou de waarde van dit onderzoek kunnen vergroten”, schrijft Clingendael in zijn voorwoord. Dat is een waarheid als een koe, zij het opgevoerd per understatement.