Crisis van het kapitalisme

De economische wereldcrisis legt steeds duidelijker de fundamentele zwakheden van het triomferende kapitalistische systeem bloot. Het ziet ernaar uit dat dit stelsel met al zijn grote materiële successen van binnenuit wordt bedreigd.

Het beeld is niet vrolijk: een groeiend leger werklozen en armen, ontwrichte samenlevingen waarin misdaad en geweld zich nestelen. De sterkste economieën, die als dragers van het liberalisme gelden - de Verenigde Staten en Duitsland - zijn ernstig gedestabiliseerd. In de landen van de Europese Gemeenschap is de werkloosheid opgelopen tot 10 procent van de beroepsbevolking, waarmee het peil van 1988 weer is bereikt.

De economische neergang van de jaren negentig is een proces van het produktiesysteem zelf. Ditmaal is er, in tegenstelling tot de oliecrises van de jaren zeventig, geen sprake van externe schokken.

De recessie vertoont geen samenhang met de politieke of ideologische configuraties. De crisis slaat even hard toe in het al jaren door Conservatieven bestuurde Verenigd Koninkrijk als in het door sociaal-democraten geregeerde Frankrijk. Zelfs Japan kan zich niet meer aan de mechanismen van de kapitalistische markteconomie onttrekken.

De stelling van de grote kenner van dat land, Karel van Wolferen, dat de eigenaardige economische en politieke structuur Japan nagenoeg immuun maken voor de wetmatigheden van de vrije markteconomie lijkt te worden gelogenstraft. Volgens Business Week maakt de Japanse economie een periode van herstructurering door die dwingt tot het opgeven van veel van de ondoorgrondelijke eigenschappen die buitenlanders zowel onrustig als jaloers maken.

Het Franse tijdschrift Lignes ziet, in een analyse van de logica van het kapitalisme, de actuele crisis niet als een afwijking maar als een noodzakelijkheid. Het systeem kan volgens deze visie alleen maar overleven door de ongelijkheden en onrechtvaardigheden die het veroorzaakt. "Alleen naïevelingen zullen zich daarover verbazen', schrijft Michel Surya. De drie miljoen werklozen zijn de prijs die Frankrijk moet betalen voor de modernisering van zijn economie en dus voor zijn verrijking. De ellende in Afrika, in Zuid-Amerika of in de landen van het Oosten zijn de voorwaarden voor de ontwikkeling van het Westen. "Verre van een element te zijn van pacificatie en vooruitgang voor iedereen, voedt het kapitalisme zich met de conflicten die het oproept.'

We zijn met deze analyse wel heel ver van Fukuyama's theorie van het "einde van de geschiedenis' dat met de definitieve triomf van het kapitalisme en van het politieke model van de Westerse democratieën zou zijn aangebroken.

Nederland onttrekt zich natuurlijk evenmin aan de wereldwijde recessie, maar slaat internationaal gezien toch niet zo'n beroerd figuur. The Economist vraagt zich zelfs af of Nederland één van de best geregeerde landen van Europa is. Het blad roemt onze kerngezonde staatshuishouding, met de sterkste munt van Europa, betalingsbalansoverschotten, lage inflatie en gering begrotingstekort. Dat is volgens het gezaghebbende Britse weekblad te danken aan onze overlegeconomie, aan onze coöperatieve vakbeweging die zich zo gematigd opstelt bij haar looneisen en ook aan het CDA met zijn middenpositie, dat van regeringspartner kan veranderen als het dat nodig vindt.

De zwakke punten van onze economie zijn de grote werkloosheid en het buitensporige aantal arbeidsongeschikten. Ook behoort de inkomstenbelasting tot de hoogste van Europa. Er is volgens het blad ruimte genoeg voor hervormingen.

Kandidaat-premier Brinkman draagt in zijn zogenoemde lentebrief aan Lubbers een heel programma van hervormingen aan. Het valt daarbij op dat hij ongunstige inkomenseffecten, vooral voor de zwakke groepen in de samenleving, accepteert als prijs voor wat hij als efficiëntieverbetering van de samenleving ziet.

Een zelfde geest ademt een rapport van een CDA-commissie onder leiding van oud-premier Zijlstra. Daarin wordt als de beste weg voor de komende kabinetsperiode een keuze voor de nullijn voor de overheidsuitgaven aanbevolen. Zijlstra vindt terecht dat een nieuw kabinet niet opnieuw in de fout moet vervallen zich rijk te rekenen aan de illusie van economische groei. In de slechte vooruitzichten ziet hij de dreiging van "een ouderwetse conjuncturele neergang van een intensiteit zoals wij die na 1945 nog niet hebben meegemaakt'.

Toch beveelt zijn commissie een orthodox deflatoir beleid aan dat zich aan de krimpeconomie aanpast. Ik ben benieuwd met welke partner het CDA een dergelijk programma zou willen uitvoeren.