Broers (FNV) over WAO-ruzie metaal: "We laten ons niet buiten spel zetten'

HOUTEN, 30 MAART. De voorstellen om de impasse in het CAO-overleg in de metaal-industrie te doorbreken vliegen over en weer. Zondagavond meldden de metaalwerkgevers (FME) in ver gevorderd stadium van onderhandelingen te zijn met commerciële verzekeraars over een "mantelovereenkomst' voor de aanvulling van de verlaagde WAO-uitkeringen, zonder verplichte deelneming voor werkgevers en werknemers.

De bonden zien er niets is. “Te duur en te vrijblijvend”, luidde hun commentaar. Vandaag slaan ze terug met een eigen compromis-voorstel: een verplichte collectieve aanvulling via het bedrijfstakpensioenfonds (tot een nader overeen te komen niveau, bijvoorbeeld 60 of 65 procent van het laatst verdiende loon), en daarbovenop een vrijwillige regeling voor een extra aanvulling tot het gewenste niveau. “Zo verdelen we de pijn: Wij zien af van volledige reparatie met verplichte deelneming, de FME ziet af van volledige vrijblijvendheid”, zegt onderhandelaar N. Broers van de Industriebond FNV.

Wat mankeert er aan het werkgeversvoorstel van zondag?

Broers: De FME doet, ondanks onze concessies, geen enkele poging ons tegemoet te komen. Het hele aanbod komt neer op hun oude verhaal: WAO-reparatie naar keuze van de werkgever èn de werknemer, en de premie op kosten van de werknemer. Allemaal bekende standpunten, die voor ons niet acceptabel zijn als vertrekpunt om tot reparatie te komen.

Waarom niet?

Omdat het niet collectief is. De premie wordt per bedrijf berekend en dat levert hele merkwaardige uitkomsten. We weten allemaal dat in de traditionele bedrijven in de metaal - scheepsbouw, scheepsreparatie, constructiebedrijven - het arbeidsongeschiktheidsricico groot is. Dat wordt dus via een hogere premie verhaald op de werknemers in die bedrijven, terwijl zij part noch deel hebben aan het feit dat ze riskanter werk doen dan collega's in andere bedrijven. Als je premiedifferentiatie wilt toepassen, moet je de financiële prikkel niet alleen bij de werknemers leggen, maar juist ook bij de werkgevers, die toch een bijzondere verantwoordelijkheid hebben voor de arbeidsomstandigheden. Bovendien bestaat de gerede kans dat degenen die zo'n hoge premie voor de kiezen krijgen zich niet herverzekeren. Dat is een groot nadeel van het FME-systeem: uitgerekend daar waar de risico's het grootst zijn, zal men herverzekering niet kunnen betalen, zeker niet bij de kleinere bedrijven.

Enig idee wat het FME-pakket zal kosten?

Nee. Op de meest elementaire vragen - welke premie?, welke verzekeraar?, welke WAO-aanvulling? - heeft de FME geen antwoord. Dan kunnen wij het aanbod toch onmogelijk serieus nemen. Het is volgens ons ook veeleer een gebaar naar de eigen werkgevers-achterban.

Als werkgevers op het FME-aanbod ingaan, wordt de WAO achter de rug van de bonden om gerepareerd.

Dat laten we niet passeren. Als verzekeraars op instigatie van de FME de zaak achter onze rug om met een aanbod komen om het WAO-gat te dichten, dan zullen we de werknemers oproepen het aanbod te boycotten en ons opdracht te geven om over de aanvulling te onderhandelen. Maar dan leggen we het prijskaartje natuurlijk wel daar neer waar het, ten minste ten dele, thuishoort, namelijk bij de werkgever. Als het echt die kant op moet, als de FME die lijn echt eenzijdig meent te moeten doorzetten, dan roepen zij zo'n reactie over zich af, want we laten ons natuurlijk niet buitenspel zetten.