Sluwe vos Giulio Andreotti "eindigt in de bontwinkel'; Alle sporen leidden naar Rome

ROME, 29 MAART. De Italiaanse revolutie-in-slow-motion begint op stoom te komen. De beschuldigingen van corruptie tegen prominente politici en ondernemers, die drie partijleiders en vier ministers tot aftreden hebben gebracht, zijn kinderspel vergeleken met de verdenkingen tegen oud-premier Giulio Andreotti.

Voor de krant La Repubblica is het de val van een god. Nog nooit is zo'n machtige politicus door de justitie ervan beschuldigd een belangrijk deel van zijn macht te ontlenen aan zijn banden met de mafia. De beschuldiging tegen Andreotti, die in vrijwel alle kabinetten sinds de oorlog heeft gezeten en uitstekende contacten heeft in het Vaticaan, is een historische stap, zowel voor de strijd tegen de mafia als in de ontmanteling van een failliet politiek stelsel.

Ik had het wel verwacht, was Andreotti's laconieke reactie. Hij heeft zaterdagavond zelf het nieuws over het onderzoek bekendgemaakt, om meteen zijn commentaar te kunnen geven. Al enige tijd gingen er geruchten dat een paar spijtoptanten van de mafia de justitie op het spoor naar Andreotti hebben gezet.

De oud-premier zei dat die beschuldigingen een reactie waren op de harde maatregelen die door het laatste kabinet-Andreotti zijn opgesteld. “Hun wraak was te verwachten, en in zekere zin is het beter zo dan met de lupara” - het traditionele mafiageweer - zei Andreotti.

Zijn spreekwoordelijke bon mots kunnen hem nu niet meer redden. De justitie heeft het verzoek aan de Senaat om de parlementaire onschendbaarheid op te heffen van Andreotti, vorig jaar benoemd tot senator voor het leven, onderbouwd in een rapport van tweehonderd pagina's. Voor een deel staan hierin vraagtekens: over de banden van Andreotti met de vrijmetselarij, over zijn contacten met de duistere mafiabankier Sindona, over zijn tegenstrijdige verklaringen na de moord op generaal Carlo Alberto Dalla Chiesa. De justitie van Palermo, die het onderzoek uitvoert, onderstreept dat er geen aanklacht tegen Andreotti is, maar wil toestemming om deze zaken verder uit te zoeken.

Het meest concrete tegen Andreotti is zijn band met Salvo Lima, een van de belangrijkste christen-democraten in Sicilië en jarenlang Andreotti's rechterhand op het eiland. Lima is in maart vorig jaar door de mafia vermoord. In oktober schreef de Palermitaanse justitie in haar aanklacht tegen 24 mafialeiders dat “Lima is vermoord omdat hij symbool was voor dat deel van het politieke systeem dat in de loop der jaren een vorm van vreedzaam samenleven heeft ontwikkeld met de mafia.” Lima was volgens dat document de schakel tussen de Siciliaanse mafia en de nationale politiek, en hij is vermoord omdat de mafia niet genoeg hulp meer kreeg vanuit Rome.

Toen al was duidelijk dat met "Rome' Andreotti werd bedoeld, maar deze bleef voorlopig buiten schot. De afgelopen maanden is nieuw materiaal verzameld. Een belangrijke rol daarbij spelen de verklaringen van drie recente pentiti, spijtoptanten van de mafia die zijn gaan praten. Hun informatie is bevestigd door drie "oudere' pentiti, onder wie Tommaso Buscetta, die er geen gevaar meer in zien om over de banden tussen mafia en politiek te praten.

Andreotti houdt vol dat deze beschuldigingen voortkomen uit wraakgevoelens. “De mafia doet twee dingen: zij vermoordt en zij organiseert lastercampagnes,” zei hij in een tv-programma dat zaterdagmiddag werd opgenomen, vlak voordat hij het telefoontje uit Palermo kreeg. “Mij van mafia beschuldigen is paradoxaal”, aldus Andreotti in zijn verklaring een paar uur later. “Als regering en ook zelf heb ik tegen de mafia harde maatregelen en buitengewoon strenge en effectieve wetsvoorstellen aangenomen.”

Het is een verwijzing naar de maatregelen die zijn zevende en laatste kabinet heeft genomen, deels in de reactie op de moord op mafiabestrijder Giovanni Falcone, in mei vorig jaar. Maar Andreotti vermeldt daarbij niet dat voorgaande kabinetten onder zijn leiding helemaal niets hebben gedaan, en dat het pakket anti-mafiamaatregelen pas echt is uitgevoerd door het huidige kabinet, na de moord op Falcones collega Paolo Borsellino, in juli vorig jaar.

Dat Andreotti toen akkoord ging met dergelijke strenge anti-maatregelen, had vooral te maken met zijn pragmatisme. Het was duidelijk dat de samenleving actie wilde, en hij probeerde zijn politieke steun (en zijn kansen bij de presidentsverkiezingen) te vergroten door daaraan mee te werken. De mafia heeft Lima vermoord uit boosheid, omdat "Rome' de oude regels voor vreedzame samenleving begon op te zeggen.

Heel Andreotti's politieke carriére heeft in het teken gestaan van het pragmatisme, gepaard aan een zeker cynisme. Toen hij in de gaten kreeg dat hij een machtsbasis nodig had in Palermo om zijn rol binnen de partij te vergroten, sloot hij een akkoord met Lima, eind jaren zestig. Dat Lima's macht weer voor een deel gebaseerd was op de mafia, kan hem niet zijn ontgaan, al is Andreotti waarschijnlijk te voorzichtig geweest om zich ooit rechtstreeks in te laten met een mafialeider.

Volgens een reconstructie in de Italiaanse pers kreeg Andreotti af en toe de rekening voor die steun gepresenteerd. En tot het begin van de jaren negentig betaalde Andreotti prompt, in de vorm van steun voor soepele wetten en van druk op het Hooggerechtshof. De zaak-Lima draait rondom de poging om de voormalige president van het Hof van Cassatie, Corrado Carnevale, de veroordeling van mafiosi ongedaan te laten maken. Eind jaren tachtig ging dat goed en heeft Carnevale tientallen mafiabestrijders gefrustreerd met zijn uitspraken. Maar begin vorig jaar werd hij opzijgezet en bevestigde het Hof van Cassatie de veroordeling van een aantal mafialeiders. Twee maanden later werd Lima vermoord.

“Ik ben rustig, ik maak me geen zorgen,” heeft Andreotti gisteren in een interview gezegd. Zijn instelling dat de bui wel weer overwaait, heeft deze flexibele politicus vaak gered. Maar hij heeft teveel ervaring om niet te zien dat er een storm door Italië raast. In de corruptie-affaire worden twee voormalige vrienden uit Rome verdacht: de ondernemer Giuseppe Ciarrapico en de politicus Vittorio Sbardella. In Napels wordt zijn adjudant Paolo Cirino Pomicino beschuldigd van corruptie en van banden met de camorra, de Napolitaanse versie van de mafia. Misschien moet hij af en toe denken aan de waarschuwing van Bettino Craxi, de voormalige socialistische leider die vorige maand is afgetreden op verdenking van corruptie. Andreotti is slim en sluw als een oude vos, zei Craxi, maar oude vossen eindigen in de bontwinkel.