Plan: tweede fase voor vier conservatoria

DEN HAAG, 29 MAART. Aan maximaal vier van de twaalf conservatoria zou een brede tweede fase-opleiding moeten komen. Daarnaast zouden nog enkele afzonderlijke tweede fase-opleidingen ingericht kunnen worden voor specifieke richtingen als opera, orgel, lichte muziek en docerend musicus.

Dit schrijft een tijdelijke adviescommissie aan minister Ritzen (onderwijs en wetenschappen). De commissie bestond uit VPRO-directeur H. van Beers (voorzitter), J. van Vlijmen en M. van Staalen. De commissie ziet niets in versnippering van tweede fase-opleidingen over de twaalf conservatoria in Nederland. Er moeten daarom ook geen aparte tweede fases ingericht worden voor verschillende instrumenten, stijlperiodes, muziekopvattingen of muziekculturen. En als aan een conservatorium een tweede fase bestaat, moet deze zo veel mogelijk ook verschillende richtingen bieden: zowel de opleiding tot uitvoerend als tot docerend en tot (her)scheppend musicus. Kortom: in het algemeen moet het aanbod aan tweede fase-opleidingen aan een conservatorium zo breed mogelijk zijn. Uitzonderingen op deze regel zijn in het advies mogelijk voor enkele specifieke richtingen. De cursusduur van de tweede fase moet volgens de commissie twee jaar zijn. Bij de toekenning van tweede fase-opleidingen aan conservatoria voor landelijk 650 plaatsen moet de kwaliteit voorop staan. Regionale spreiding moet geen zelfstandig criterium zijn. In totaal is voor de tweede fase aan de conservatoria 13 miljoen gulden per jaar beschikbaar. Dit betekent ongeveer 20.000 gulden per student per jaar, aanzienlijk meer dan voor een eerste-fasestudent (14.000 gulden per student per jaar). Vanaf 1 augustus 1994 wordt in het hoger muziekvakonderwijs een twee-fasenstructuur ingevoerd. De eerste fase duurt vier jaar, zodat de tweede fase in 1998 van start gaat. Op dit moment duurt een volledige conservatoriumopleiding nog vijf of zes jaar.