Nederlandse gulden viert jubileum in gepaste stijl

ROTTERDAM, 29 MAART. Afgelopen week was het precies tien jaar geleden dat de gulden voor het laatst devalueerde tegenover de Duitse mark: nadien heeft de Nederlandse munt als enige Europese valuta een vaste pariteit met de ankervaluta in het EMS kunnen aanhouden.

Het beleid van De Nederlandsche Bank is daarbij altijd geweest om de eerste prioriteit te geven aan het handhaven van een harde en stabiele munteenheid. Met name de laatste jaren heeft de gulden veel aan vertrouwen gewonnen op de financiële markten: inmiddels zijn de Nederlandse korte rentes al enige tijd de laagste van Europa, terwijl de kapitaalmarktrente op vrijwel hetzelfde niveau als de Duitse lange rente is komen te liggen. De krachtige positie van de gulden op het internationale valutatoneel werd mede mogelijk gemaakt door de goede fundamenteel economische factoren waar ons land op kan bogen (met name een relatief laag inflatietempo) en een redelijk stabiel politiek en economisch klimaat.

Dat de gulden tot de eredivisie behoort bleek al tijdens de valutastormen van de afgelopen maanden, toen in het EMS verschillende munten onder druk stonden en uiteindelijk moesten devalueren cq het wisselkoerstelsel verlaten. Daarentegen fungeerde de gulden en daarmee de Nederlandse obligatiemarkt als safe haven, hetgeen mede bijdroeg aan de forse rentedalingen van de afgelopen tijd.

Meer recentelijk was tekenend de beslissing van de Belgische overheid om een deel van haar financieringsbehoefte in guldens te lenen. Achtergrond vormde de lagere rente in Nederland ten opzichte van België, en dus lagere financieringskosten, maar ook de moeilijke positie van de Belgische frank als gevolg van de politieke spanningen in de regering. Het is de eerste keer dat een buitenlandse overheid de Nederlandse kapitaalmarkt opereert.

Ondanks de sterke guldenspositie kon de Nederlandse obligatiemarkt zich afgelopen week niet onttrekken aan een verslechterd rentesentiment. Zo is de laatste twee weken de rente in ons land met 30 basispunten gestegen. De laatste 10-jaars benchmark noteerde afgelopen vrijdag 6,6%. Overigens lijkt sprake te zijn van een tijdelijke correctie, niet geheel verrassend na de forse rally van de laatste maanden. Voorts was sprake van een koersdrukkend effect als gevolg van de plaatsing van de laaste staatslening, en droegen een enigszins tegenvallend inflatiecijfer in Duitsland (blijft boven de 4 procent) en de onduidelijke politieke situatie in Rusland niet bij aan een positief renteklimaat.

Niettemin overheerst de opvatting dat de lange termijn rentetrend neerwaarts gericht zal zijn. Blijkens uitlatingen van verschillende Bundesbankraadsleden zal het monetaire beleid van de Duitse centrale bank gericht blijven op een stapsgewijze daling van de rentetarieven. De eerstvolgende stap van de Bundesbank zal ongetwijfeld een nieuwe verlaging van de repo rate of het Lombard tarief zijn.

Internationale rentemarkten

De lange rentes van de meeste Europese obligatiemarkten kwamen afgelopen week dichter bij de Nederlandse lange rente te liggen. Dit gebeurde echter voornamelijk doordat de Nederlandse 10-jaars rente iets steeg. Een aantal markten werd daarbij gesteund door renteverlagingen. Italië en Spanje konden echter nauwelijks profiteren van het feit dat hun inflatie onder de Duitse is gekomen; de Spaanse korte rente bleef onveranderd hoog.

In Ierland zijn vorige week weer enkele belangrijke rentetarieven verlaagd. Na de forse devaluatie met 10% bevindt het Ierse punt zich relatief bovenin het EMS. Doordat ten opzichte van de Franse franc de bovengrens werd bereikt kon de centrale bank gedurende de week tweemaal een belangrijk tarief (ruim) een half procent verlagen. De Deense centrale bank kon vanwege hernieuwde belangstelling voor de Deense kroon de rente ook met een half procent verlagen.

In België daarentegen verhoogde de centrale bank haar rentetarieven juist met 0,5 tot ruim 2 procent om een eventuele aanval op de Belgische frank te voorkomen. Nadat de regering Dehaene geen overeenstemming had kunnen bereiken over bezuinigingen en haar ontslag had aangeboden kwam echter niet zozeer de frank als eerder de kapitaalmarkt onder druk te staan. Dit leidde tot een stijging van de 10-jaars rente met een kwart procent in één dag. In het Verenigd Koninkrijk daalden de 20-jaars obligaties in een paar dagen tijd ook in koers en wel met een vol punt. De obligaties hadden te lijden onder de aankondiging van een veiling later deze week van nieuwe 20-jaars staatsleningen met een omvang van 3 miljard Britse pond.

In Australië werd de rente, zoals de regering Keating voor de verkiezingen al had aangekondigd, ook verlaagd en wel met een half procent naar 5,25 procent, het laagste niveau in ruim twee decennia. Hoewel dit ruim onder het hoogste niveau ligt van 18 procent dat eind 1989 werd bereikt, had de markt op een grotere verlaging gerekend. Uitlatingen van de regering dat de economische groei en werkgelegenheid een grotere prioriteit zouden krijgen dan het overheidstekort, gekoppeld aan de tegenvallende renteverlaging, deden de lange rente dan ook stijgen.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco