Het Nationaal Songfestival wordt dankzij Paul de Leeuw voor het eerst eens leuk; Nederland roept met liedje de wereld op tot vrede

AMSTERDAM, 29 MAART. “Het Songfestival is zoiets als blind zijn of gehandicapt, het is een kleine ziekte waarmee je zo goed mogelijk moet omgaan.” Paul de Leeuw, vrijdagavond de presentator van het Nationale Songfestival, zei dat de avond tevoren in een interview met Charles Groenhuysen in het NOS-programma Nova.

De Leeuw behandelde inderdaad alle ongemakken van zo'n Songfestival - liedjes, een jury en de puntentelling - zoals hij in cabaretvoorstellingen en tv-programma's ander klein en groot leed aanpakt: ontwapenend direct. “Waarom mag jij wel naar het Eurovisie Songfestival en ik niet?” vroeg hij aan zijn Surinaamse landgenote Ruth Jacott. “Ligt dat soms aan mijn huidskleur?”

Wat anders - op nationaal èn Europees niveau - altijd stijve en voorspelbaar gênante onbenulligheid oplevert, werd nu dankzij Paul de Leeuw voor het eerst leuk en onderhoudend. Het gaat bij het Songfestival nog steeds nergens om, maar dat werd nu ook eindelijk niet langer verhuld. Het was een bijna serieus bedoelde, maar zorgvuldig in toom gehouden en net niet dodelijke persiflage op een door velen beschimpt verschijnsel, dat overigens slechts weinigen geheel onberoerd laat. Nooit eerder was via de tv ook zo intensief vooraf reclame gemaakt voor het Nationale Songfestival. De perslijst telde 60 namen.

De Leeuw blies in zijn presentatie gewoon alles flink op: gestoken in een Bommel-achtig geruit tweedjasje kletste hij openhartiger, provocerender en aardiger dan wie ook gedaan zou hebben met zangeres Ruth Jacott, die al lang geleden door de NOS was aangewezen om ons land tijdens het Eurovisie Songfestival op 15 mei in het Ierse Millstreet te vertegenwoordigen. De provinciale jury's hadden slechts de keus uit acht vooraf opgenomen liedjes.

De Leeuw had de beschikking over de leukste juryvoorzitters, onder andere Annemarie Grewel, Huub Stapel, Erwin Koeman, een echt Zeeuws meisje, een Friese ijsmeester die ook voeling met het ijs houdt als het nog water is en Leo Putman, die in Overijssel "broodjes Verschrikkelijk' belegt.

Bovendien liet De Leeuw meer punten uitdelen dan ooit: 1000 was het minimum, 10.000 het maximum. Zo werd uiteindelijk het liedje Vrede, precies zoals het hoort pas bij de laatste puntentoekenning, als winnaar aangewezen met 83.000 punten.

Ik hou van jou (tekst en muziek van Jan Kisjes) eindigde op de achtste en laatste plaats met een toch nog eervolle score van 22.000 punten. Het klassieke probleem bij het toekennen van de punten ontbrak evenmin, toen kledingontwerpster Leny Vos, die Corry Konings als belangrijkste klant heeft, namens Brabant telkens opnieuw in de fout ging. Ook het bij een Songfestival onmisbare verschijnsel veeltaligheid was aanwezig: het Zeeuwse meisje deelde vuufduuzend punten uut. De Leeuw probeerde verder in hoog tempo Drents te praten, wat hem volgens een pietluttige Drent niet perfect afging.

Paul de Leeuw, die jarig was terwijl hij op het podium van de Amsterdamse disco Escape stond, monopoliseerde - tegen zijn gewoonte in - de avond niet geheel. Hij was zo attent het Nationale Songfestival vooral een feestje te laten zijn voor zangeres Ruth Jacott. Haar optreden zorgt voor continuïteit in het Nationale Songfestival: Jacott is de partner van Humphrey Campbell, die vorig jaar tijdens het Eurovisie Songfestival eindigde als negende met Wijs me de weg. Campbell zingt nu in Vrede mee in de backing-group.

Ruth Jacott, die onder andere optrad in Cats, kan in ieder geval zingen en dat is tijdens songfestivals wel eens anders. Jacott beheerst het pianissimo en heeft verder een forse, prettig wendbare en licht-zwoele stem die zeer geschikt is voor het grote podium. Heeft de commissie die de liedjes uitzocht vooral haar specifieke vocale mogelijkheden in gedachten gehad? Het heeft er de schijn van, want alle acht liedjes leken veel meer op elkaar dan zij van elkaar verschilden. De spaarzame variatie kwam voornamelijk van diversiteit in tempi en ritme, de soul-achtige sound bleef eigenlijk altijd dezelfde. Of lag dat ook aan het Metropole Orkest onder leiding van Harry van Hoof, dat alle nummers begeleidde?

Geen enkel lied was een meezinger. Zelfs flarden blijven nauwelijks in de gedachten van de luisteraar hangen, behalve dan het refrein van het winnende lied Vrede, dat ik na de herhaling zó kon nazingen. De compilatie van delen uit de acht liedjes klonk eigenlijk als één song met alleen wat contrasten in de coupletten. Het vlotste nummer was Waar blijft de tijd met muziek en tekst van Henk van de Kerkhof, dat sterk herinnerde aan Waterloo van Abba. Het langzaamste - en misschien daarom mij het meest aansprekende - was Tederheid op tekst en muziek van Gina de Wit. Voor het overige bestreken de titels gezamenlijk vrijwel alle sentimenten van een levensloop: Kom op, Loop met me mee, Ik hou van jou, Medeleven, Tederheid, Waar blijft de tijd, Blijf bij mij, Vrede.

Wat opvalt bij het lezen van veel van de songteksten is dat het geminachte Candlelight-niveau vaak lang niet wordt gehaald:

Ik vraag me af waar ben je nou als je eens wist wat ik je zeggen wou. Of wat te denken van: Waar blijft de tijd oh eenzaamheid straks ben je ineens je beste jaren kwijt.

Fijn was dat er weer gezongen kan worden van Ik hou van jou. Negen jaar geleden won de Volendamse Maribelle (Marietje Kwakman) het Nationale Songfestival met Ik hou van jou, waarmee ze in Luxemburg als dertiende eindigde. In de tekst van het nieuwste Ik hou van jou wordt die regel niet gevolgd door het traditionele ik blijf jou trouw maar soms door ik hou van jou, met heel mijn hart en ziel ben ik bij jou en ter afwisseling door zoveel van jou of - pure eenvoud - door ik hou van jou...ik hou van jou. Wat men niet begrijpt is dat componisten nog iets kunnen aanvangen met zulke meestal ritmisch onregelmatige regels als deze van Gerrit den Braber in Medeleven:

Alles zonder jou, is een weg die ik niet wou en de toekomst lijkt verdrietig grauw.

Den Braber heeft in het begin van hetzelfde lied overigens minder last van rijmdwang:

Morgen is geen morgen meer zonder mijn beminde. In de regen van mijn ziel, mijn hart kan ik zonder jou de weg niet vinden.

Wat gaat Nederland straks tijdens het Eurovisie Songfestival met dat liedje Vrede op muziek van Erik van Thijn en Jochem Fluitsma de wereld nu precies toezingen? De tekst van Henk Westbroek is zeker ambitieuzer dan die van vorige Nederlandse liedjes als Ringdingeding van Thérèse Steinmetz, Dingdingedong van Teach In en Ronkititikitonk of zoiets, van Milly Scott. Aan de muziek is de verheven boodschap van Vrede niet af te horen: het hedendaagse engagement dat in een cynische tekst is vervat klinkt als puur amusement, er is zelfs een disco-intermezzo.

Vrede signaleert dat voor alle problemen wel een technische oplossing wordt gevonden, maar dat de mensheid faalt bij het aanpakken van het fenomeen oorlog. Dat komt het duidelijkst tot uiting in het refrein:

We bouwen huizen om orkanen te weerstaan en maken schepen om in elke storm te varen. Er wordt gesleuteld aan een lamp die nooit kapot zal gaan het wil alleen nog niet zo lukken...om de vrede te bewaren.

Rijm en assonantie werken hier goed, maar men kan wel bedenkingen hebben bij de cruciale slotregel: om de vrede te bewaren. Sinds mensenheugenis is er immers geen sprake van de totale wereldvrede, altijd zijn er wel ergens oorlogen en gewapende conflicten. Strikt genomen is het probleem dus niet de vrede te bewaren, iets dat dat in de lang opgerekte muzikale uitbeelding veel nadruk krijgt. Het gaat erom vrede te stichten of te scheppen of uit te vinden, om een term te gebruiken uit de techniek, die een van de thema's van het lied is.

Opmerkelijk is de openingsstrofe:

Zelfs de allerduurste auto kan niet zwemmen en als 't nat is heeft ie moeite om te remmen. Daarom is er met het asfalt iets gedaan waardoor er nooit een druppel water op blijft staan.

Het is een lofzang op het ZOAB, het Zeer Open Asfalt Beton, dat tegenwoordig op de snelwegen wordt aangebracht. Maar ook hierop valt iets af te dingen: het probleem met ZOAB is dat het water wel snel wegloopt maar dat de remweg eerder wordt verlengd dan verkort. Lang kan men nadenken over de betekenis van het volgende couplet:

Als geen brug te ver is komt straks elke klok gelijk te staan. Als geen weg te lang is wil straks geen mens een ander mens meer slaan.

De klokken moeten kennelijk beter gelijkgezet in de wereld, zelfs over de duur van de zomertijd lopen immers de meningen tussen de landen uiteen. En slaan, vorige week nog toegestaan door het Europese Hof, moet weer worden verboden. Als die probleempjes zijn opgelost, is het volgens Nederland dus eindelijk vrede.