Half miljoen bezoekers vieren feest in Antwerpen

ANTWERPEN, 29 MAART. Met volle terrasjes in de zon, dreunende fanfarekorpsen door de binnenstad en witte ballonnetjes met Paul van Ostaijens tekst "Ik ben de straat', zo luidde Antwerpen dit weekeinde zijn jaar als culturele hoofdstad in. Naar schatting een half miljoen mensen uit België en daarbuiten - vooral Nederlanders gaven in groten getale acte de présence - waren naar Antwerpen gekomen om de feestelijkheden bij te wonen. Alleen het vuurwerk op zaterdagavond trok volgens burgemeester Cools al zo'n 300.000 toeschouwers.

Toneel, tentoonstellingen van oude en moderne kunst, klassieke muziek, jazz en pop - keuze te over voor wie er bijtijds bij was, want de meeste voorstellingen waren volledig uitverkocht. De musea waren gratis toegankelijk. Het Scheepvaartmuseum was gistermiddag zo vol, dat men op de nauwe trappen van het middeleeuwse gebouw nauwelijks voor- of achteruit kon.

Op elkaar gepakt stond het publiek ook tijdens de concerten in de prachtig gerestaureerde hal van het Centraal Station, in 1905 gebouwd door de Brugse architect Delacenserie. Acht slagwerkers, een hoorn en dertig klarinetten lieten de hal zinderen met de compositie Talisker van Luc Brewaeys, genoemd naar een van zijn favoriete whisky-merken. Voor het stuk was een deel van de musici geplaatst op drie podia in de hal, terwijl negen anderen zich tijdens het concert verplaatsten over galerijen, trappen, erkers en ramen. Het geluid kwam daardoor steeds uit andere, onverwachte hoeken. De Belgische componist maakte knap gebruik van de lange nagalmtijd in de hoge hal die zes tot zeven seconden bedraagt. Af en toe liet hij de galm van pauken, bellen, en vibrafoons bijna onmerkbaar overnemen door de blaasinstrumenten. Oerwoudgeluiden, tingelende klokjes, of een zoevende orkaan, alles was in de muziek van Brewaeys terug te vinden. Het publiek, treinreizigers en andere belangstellenden, had er een langdurig applaus voor over. Weglopers waren er maar weinig. “Drieduizend mensen die geboeid naar hedendaagse muziek luisteren. Wij hebben de neiging het publiek te onderschatten,” concludeerde Eric Antonis, de organisator van Antwerpen 93.

"Bezette Stad' was het thema van het openingsweekeinde naar het gelijknamige gedicht van Van Ostaijen ("dans de bezette stad/ tussenzoon - begeerten/ latente lichten/ lantaarns op en neer/ lichtende bar in het duister') Het hoogtepunt van de "bezetting' was een vier tot vijf kilometer lange fanfare die zaterdagmiddag drie uur lang door de binnenstad trok. Er deden 35 groepen met meer dan 1100 muzikanten uit verschillende landen aan mee, van een vioolfanfare uit Zweden tot en met een Steel Band uit Trinidad. De meeste bijval kwam voor een groep Afrikaanse trommelaars uit Kameroen. Dit tot opluchting van Antonis, die zei te hopen dat Antwerpen daarmee iets van zijn racistische reputatie had verloren.

Iets rustiger was het in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, waar zaterdag een indrukwekkende tentoonstelling werd geopend van de Antwerpse barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678). Het is dit jaar vierhonderd jaar geleden dat Jordaens werd geboren, vandaar de grote overzichtstentoonstelling met negentig schilderijen, zeventig tekeningen, dertig prenten en, heel bijzonder, een reeks wandtapijten die naar zijn ontwerp werden gemaakt. Jordaens werd benvloed door Peter Paul Rubens (1577-1640), aan wie vanaf 15 mei een tentoonstelling wordt gewijd. Jordaens geldt na Rubens en Van Dyck tot de derde belangrijke Vlaamse tijdgenoot van Rembrandt. Hij had een grote produktie en de tentoonstelling toont zijn talloze, levensgrote schilderijen met mythologische en religieuze thema's, zijn genretaferelen gebaseerd op volkse wijsheden en zijn kundige portretten. Het is jammer dat het museum het aantal rondleidingen niet heeft beperkt, want de rust werd enigzins verstoord door gidsen die elkaar overstemden en groepen die tijdens de uitleg het zicht op de schilderijen belemmerden.

Het toneelstuk Sarajevo ging eveneens in première. Hoofdpersoon is het meisje Sara dat in de verscheurde stad verschillende ontmoetingen heeft personen uit heden en verleden. Het stuk wordt door acteurs afkomstig uit het voormalige Joegoslavië in het Engels gespeeld met passages in het Servo-kroatisch, Macedonisch, Sloveens, Turks, Jiddish en Zweeds. Er is muzikale begeleiding en het bevat musicalachtige elementen. Sarajevo is bij wijlen boeiend, geestig, of ontroerend, maar omdat niet alle mensen die Sara ontmoet even interessant zijn, zakt het stuk af en toe in.

Niet iedereen is even ingenomen met het culturele jaar. Tegenstanders menen dat het geld beter had kunnen worden besteed aan de verpauperde wijken in Antwerpen. Een groep kunstenaars, die vinden dat zij niet genoeg aan bod komen, is bezig een tegenfestival te organiseren. Maar niemand verstoorde dit weekeinde de feestelijkheden. Tot in de kleine uurtjes vloeiden bier en wijn rijkelijk in cafés en op ontvangsten. Zaterdagnacht tussen één en twee doolden feestgangers die het voor gezien hielden, zoekend door de straten. Want het openbaar vervoer, dat tot twee uur zou doorrijden, was het enige dat liet afweten.