Feyenoord mist tegen Roda riante kans op monsterscore

ROTTERDAM, 29 MAART. Feyenoord presenteert zich met de week serieuzer als titelkandidaat, maar verzuimt de alsmaar groeiende vorm in voldoende doelpunten tot uitdrukking te brengen. Gistermiddag ontving Feyenoord in De Kuip Roda JC, een zwalkende ploeg die de Rotterdammers alle gelegenheid op een monsterscore bood. Het werd slechts 3-0.

In de rust, bij een 1-0 voorsprong, nam Feyenoorder John de Wolf gisteren in de kleedkamer Stadion Sportnieuws, het officiële programmaboekje, ter hand. Niet om al luchtig door het boekje bladerend de zinnen te verzetten. Niet om te lezen dat de favoriete dis van collega-Feyenoorder Alfred Schreuder Hollandse stamppot is. En al evenmin om van diezelfde speler te weten te komen dat deze wel eens een avondje zou willen stappen met Romario. De Wolf was zich in de schaarse minuten dat hij op adem kon komen van zijn inspanningen tijdens de eerste helft, zich al volop aan het concentreren op het tweede bedrijf. De voorstopper bladerde naar pagina 24, vergeleek het doelsaldo van Feyenoord met dat van PSV en besefte dat er tegen degradatiekandidaat Roda JC meer inzat dan een schamele 1-0.

Gezien de prestaties in de huidige competitiefase, waarin De Grote Drie elkaar qua puntentotaal nauwelijks ontlopen en regelmatig puntverlies wordt geleden, behoren de meest vreemde slotscenario's voor dit seizoen tot de mogelijkheden. Het is niet denkbeeldig dat aan het eind van het seizoen de doelsaldi van Ajax, PSV en Feyenoord beslissen over het kampioenschap van de eredivisie.

Een dergelijke ontknoping vond plaats in het seizoen 1990-'91 toen op de laatste competitiedag Ajax en PSV het zich in hun thuiswedstrijden tegen respectievelijk Vitesse en FC Volendam niet konden permitteren al te slordig met doelkansen om te springen. Beide teams wonnen met 3-0 waardoor PSV zich tot kampioen mocht kronen. De Eindhovenaren finishten evenals Ajax op 53 punten, maar het saldo van 84 doelpunten voor en 28 tegen viel welgeteld twee goals gunstiger uit dan dat van Ajax (75-21).

Tegen die achtergrond bezien is het juist voor Feyenoord zaak zoveel mogelijk doelpunten te produceren. De Rotterdamse voetballers kunnen bogen op een zeer regelmatig seizoen, waarin tot nu toe slechts twee keer werd verloren (thuis tegen Ajax en MVV) en weliswaar niet altijd even sprankelend maar wel overtuigend werd gespeeld. De laatste nederlaag dateert al weer van 29 november, toen in de Kuip MVV met 3-4 te sterk bleek. Nu het behalen van punten voor Feyenoord geen al te moeilijke opgave is, in tegenstelling tot Ajax en PSV, dient ook aan de doelpuntenbalans te worden gedacht.

Ook co-trainer Geert Meijer leek daarvan doordrongen toen hij gistermiddag met spijt in zijn stem moest constateren dat, na de marginale 2-1 winst vorige week op FC Volendam, tegen Roda JC opnieuw te slordig met doelkansen was omgesprongen. “Ik moet helaas concluderen dat we wel eens beter hebben gespeeld dan vandaag. Maar dat zal in deze fase van de competitie nog wel meer gebeuren. De druk wordt groter, het scoren wordt moeilijker”, analyseerde Meijer vluchtig de 3-0 tegen Roda JC.

Gelet op het aantal kansen dat Feyenoord zich tegen de Limburgers schiep, had een ruimere uitslag op het scorebord moeten komen. Pas na een half uur viel het eerste doelpunt, toen Regi Blinker aan de linkerkant een dieptepass gaf op Rob Witschge die met zijn zwakkere rechterbeen scoorde. Dat vleugelspits Gaston Taument (in de 47ste minuut) en middenvelder Peter Bosz (68ste) vervolgens doel troffen, geeft het aloude manco bij Feyenoord nog eens aan; de club ontbeert een centrumspits met een neus voor doelpunten.

John van Loen, die na een mislukt avontuur bij Ajax als de verlosser Rotterdam werd binnengehaald, heeft tot nu toe de hooggespannen verwachtingen niet kunnen inlossen. De boomlange midvoor slaagt er maar niet in de voorzetten van de flankspelers Taument en Blinker te verzilveren. Het was tegen Roda JC aandoenlijk om Van Loen voor de zoveelste keer dit seizoen de rol van stervende zwaan te zien spelen.

Zijn onmacht, regelmatig door hemzelf op het speelveld uitgebeeld door vertwijfelde gebaren naar het hoofd, is inmiddels zo wijdverbreid dat het supporterslegioen halverwege wedstrijden morrend om super-invaller Jozsef Kiprich begint te roepen en het er verdacht veel op lijkt dat zijn medespelers hem het liefst overslaan bij de opbouw en afronding van een aanval. Met een spits die er in korte tijd in is geslaagd zich een dergelijke bedenkelijke status te verwerven, mag eigenlijk niet worden vertrouwd op een eindspurt zoals PSV zich die twee jaar geleden kon veroorloven.