Een week in Hongkong

Dinsdag. Het is 's morgens half negen en de werkdag begint in de wolkenkrabbers van het Central District.

Binnen een paar minuten tel ik drie vrouwen die lopend over straat in hun draagbare telefoon praten. In het kleine vierkantje groen van het stadspark tegenover mijn hotel onttrekt zich intussen een twintigtal mensen tijdelijk aan het spitsuur met hun dagelijkse tai chi, een Chinese vorm van meditatieve ochtendgymnastiek. Langzaam en geconcentreerd maken ze de bewegingen, hoofdzakelijk in groepsverband; soms ook individueel met gesloten ogen. Later op de dag zie ik een Westerse bedelaar.

De South China Morning Post, de belangrijkste Engelstalige krant van Hongkong, beschrijft hoe werkloze Engelse afgestudeerden op de bonnefooi naar Hongkong vliegen om daar werk te zoeken. Als dat niet lukt moeten ze op straat muziek maken of hun hand ophouden. Intussen is onder de Chinese bevolking bijna geen werkloosheid en groeit de economie van Hongkong met zeven procent per jaar. Australië en Nieuw-Zeeland zijn al voorbij gestreefd, Engeland is nu ingehaald en over een jaar of drie à vier is het gemiddelde inkomen in Hongkong hoger dan in Nederland (zulke vergelijkingen van de nationale produktie per jaar laten buiten beschouwing dat het wooncomfort in het Westen nog heel lang veel royaler zal blijven dan in Hongkong of Japan).

Woensdag. De economische conferentie die ik bijwoon gaat vooral over de vooruitzichten voor China. De economische groei in de Chinese provincies het dichtst bij Hongkong is nu vijftien procent per jaar. In beide richtingen is er een enorm kapitaalverkeer, want nieuwe Chinese miljonairs en oude Chinese politici brengen hun geld uit voorzorg naar Hongkong; tegelijkertijd maken bedrijven uit Hongkong gebruik van de lage loonkosten in China. Hierdoor zijn de laatste acht jaar in Hongkong vierhonderdduizend banen verdwenen in de industrie, maar hebben twee miljoen Chinezen werk gekregen in de fabrieken van Zuid-China. Hongkong wordt minder belangrijk als industriecentrum, maar specialiseert zich in de rol die Nederland ook graag wil vervullen in Noord-West Europa: knooppunt voor handel, transport en communicatie.

Donderdag. Een hemelsblauwe dubbeldekstram passeert, geheel beschilderd met reclame voor de KLM. Een stadbus maakt reklame voor ABN-AMRO bank. In de platenzaak domineren de verschillende Philips-labels. Op de gebouwen van Modern Printing prijkt het logo van Bührmann-Tetterode, de Nederlandse distributeur van Heidelberg drukmachines. Shell en Unilever geven uiteraard ook nadrukkelijk acte de présence. Dat zijn dan de grote Nederlandse bedrijven, maar er gaan elke week natuurlijk ook nog honderden vertegenwoordigers van kleine Nederlandse firma's naar het Verre Oosten. Dat moet dan compenseren voor het feit dat Nederland - in tegenstelling tot Frankrijk, Italië en Engeland - minder presteert met damesmode, parfum of dure stropdassen. Zo moeten alle Europese landen hun best doen om een plaats te behouden in één van de meest prestigieuze winkelcentra van de wereld. Hongkong? Ja, want wat daar de laatste jaren is ontwikkeld aan winkelcentra voor de zes miljoen inwoners en een even groot aantal jaarlijkse bezoekers is al even luxueus als de mooiste winkelstraten in München, Parijs of New York.

Vrijdag. De luchtvaartmaatschappij van Hongkong, Cathay Pacific, heeft de administratieve verwerking van de vliegtickets verplaatst van Hongkong naar het goedkopere Sydney. Zo groot is al de krapte op de arbeidsmarkt in Hongkong. Ook in de aangrenzende provincies van China is er een tekort aan arbeidskrachten. Als de economische groei in dit tempo doorzet, is China plus Hongkong binnen dertig jaar de grootste economische macht ter wereld. Hoe Nederland zich in die tijd economisch staande kan houden is nu moeilijk te zeggen. Moeten onze kleinkinderen straks in Volendams kostuum Delfts blauw verkopen aan rijke toeristen uit Oost-Azië? Of blijft Nederland superieur met tulpen uit Amsterdam en Hollandse tomaten? Als vierhonderd jaar kapitalistische geschiedenis enige voorspellingskracht hebben voor de toekomst dan zullen transport, handel, logistiek en internationaal bankieren wel een belangrijke rol blijven spelen in ons Nederlands "pakket'. Daarvoor zijn slagvaardigheid, een goed niveau van dienstverlening en talenkennis natuurlijk essentieel. In Hongkong is de overschakeling van industrie op commerciële dienstverlening tot nog toe heel succesvol verlopen en kennelijk lukt dat dus ook met een regering die nooit praat over loonmatiging of een industriefonds, maar meer dan wij hier gewend zijn vertrouwt op de dynamiek van de entrepreneurs.

Zaterdag. Het Hong Kong Philharmonic Orchestra begint het concert met een korte compositie van een moderne Chinese componist. Daarna klinken Mozart, Benjamin Britten en Beethoven. Het jaarlijkse budget van het orkest is precies even groot als dat van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, en net als in Nederland is het overgrote deel van de inkomsten afkomstig van de overheid. Ook het openbaar vervoer ontvangt flinke subsidies en de metro is niet alleen veel schoner maar ook iets goedkoper dan in de havenstad aan de Nieuwe Waterweg. Het zou daarom oppervlakkig zijn om Hongkong af te doen als een voor ons irrelevante vorm van extreem kapitalisme.

Zondag. Tot 1949 was Hongkong helemaal niet zo'n opmerkelijk succes. Maar na de communistische machtsovername in China begon de razendsnelle economische groei. Kennelijk zijn er weinig plaatsen ter wereld waar echte ondernemers zich zo in hun element voelen als Hongkong. Als we ons goed realiseren dat zeven procent economische groei niet betekent dat de ambtenaren en politici zo knap zijn, maar dat kennelijk veel entrepreneurs kun kansen kunnen grijpen, dan heeft dat wel enige consequenties voor het Nederlandse sociaal-economische beleid. Nieuwe ondernemers hebben - denk ik - meer behoefte aan een goed telefoonnet, een overheid die snel beslissingen kan nemen over vergunningen en een sterke infrastructuur, dan aan langdurig overleg met gevestigde organisaties van werkgevers en werknemers. En ook zijn entrepreneurs natuurlijk gebaat bij lage belastingen op inkomen en vermogen. In ruil daarvoor zijn ze dan bereid om aanzienlijk meer dan veertig uur per week te werken, grote risico's te nemen en heel veel uit hun inkomen te sparen om daarmee de uitbreiding van hun bedrijven te financieren. Als wij iets kunnen leren van Hongkong, dan zou het zijn dat entrepreneurs zoals Goldschmeding (Uitzendbureau Randstad) of Twaalfhoven (Indivers, onderhoud van vliegtuigmotoren en turbines) belangrijker zijn voor de werkgelegenheid dan nog weer een nota over industriebeleid of een poging tot een industrieel fonds. Dat alles is uitermate zichtbaar bij een bezoek aan Hongkong en je zou wensen dat ook in Nederland het besef groeit dat entrepreneurs uiteindelijk moeten zorgen voor de werkgelegenheid en de welvaart van de toekomst.

Wij hoeven helemaal niet alles wat in Zuid-oost Azië gebeurt even sympathiek te vinden; integendeel, met name in China valt helaas nog veel werk te doen voor Amnesty International. Maar een paar nuttige lessen over ondernemers die kunnen sparen en investeren omdat de belastingen niet al te hoog zijn, en de overheid ze ruim baan geeft, vallen wel degelijk in Hongkong te leren.