Draaien en lassen (8)

De metaalwerkgevers, verenigd in de FME, presenteerden het gisteravond op een inderhaast belegde persconferentie als het ei van Columbus.

“Wij bieden collectieve WAO-reparatie aan”, zei voorzitter Hans van den Akker. Dat leek een forse concessie voor de organisatie die het woord "collectief' bijna als een vloek is gaan beschouwen, tenzij het collectieve loonmatiging betreft. Maar de vakbonden prikten zijn aanbod onmiddellijk door als zijnde “een zeepbel”. Dus duurt de impasse in hun CAO-conflict voort en zijn de stakingen vanmorgen alweer de derde week ingegaan.

Korte inhoud van het voorafgaande. Vol goede moed schoven werkgevers en werknemers direct na de opgelegde "adempauze' bij elkaar aan tafel voor een nieuwe CAO voor de 200.000 werknemers in de metaal- en elektrotechnische industrie. Maar al meteen kwam de klad erin. De bonden eisten een collectieve regeling ter aanvulling van de verlaagde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (WAO). Terwijl de FME zei “nooit” aan enige collectieve regeling ter reparatie van de WAO te zullen meewerken.

Na vijf onderhandelingsrondes tekende zich over de andere belangrijke onderwerpen - ziekteverzuim, loon, VUT en extra banen voor draaiers en lassers in opleiding - overeenstemming af. Maar de WAO-reparatie bleef splijtstof en de bonden zagen zich, met waarneembare tegenzin, genoodzaakt hun leden op te roepen tot stakingen. Vlak voordat het eerste bedrijf op 15 maart plat ging, maakte eerste onderhandelaar Nico Broers van de Industriebond FNV een opmerkelijke wending. Tot ergernis van de andere bonden liet hij weten desnoods genoegen te kunnen nemen met een "dringende aanbeveling' van CAO-partijen aan de ongeveer 1.000 metaalwerkgevers om de WAO te repareren.

Broers slaagde erin de andere bonden voor zijn initiatief te winnen, maar "oriënterend overleg' met de FME op 16 maart mislukte, doordat ze het niet met elkaar eens konden worden over de tekst. De bonden wilden vastgelegd zien dat ze in de bedrijven kunnen meebeslissen over eventuele WAO-reparatie; de FME wilde zwart op wit hebben dat de uiteindelijke beslissing over eventuele WAO-reparatie aan de werkgever is.

Inmiddels is er bij een kleine honderd bedrijven gestaakt en groeit de onrust binnen de FME. Bijna dagelijks verklaren metaalwerkgevers zich bereid de WAO te repareren. En de FME krijgt veel verontruste leden aan de telefoon met de vraag of er nog wat van het CAO-overleg terechtkomt. “Wij mogen het personeel niet al te lang in het ongewisse laten over de financiële gevolgen van bijvoorbeeld een toekomstig bedrijfsongeval”, schreef predident-directeur ir. P.D.A. Huisman van Polynorm vorige week aan de FME. Kennelijk zien collega-werkgeversorganisaties er geen probleem in “iets meer toeschietelijk te zijn”, schreef hij.

Aangemoedigd door deze kritiek onthulde de FME-top gisteren in een ver gevorderd stadium van onderhandelingen met verzekeraars te zijn over een “mantelovereenkomst” voor de WAO-reparatie waarop werkgevers en werknemers naar eigen keuze kunnen intekenen. De boodschap was duidelijk en in de eerste plaats bestemd voor de eigen achterban: "FME-leden, maakt u geen zorgen. Binnenkort komen we met een offerte van verzekeraars en als u meedoet, kan het WAO-gat voor uw werknemers - indien zij daar prijs op stellen - worden gedicht'.

Tegelijkertijd zet de FME met dit aanbod het conflict met de bonden op scherp, want het primaat inzake de WAO-reparatie blijft bij de werkgevers en de bonden worden gepasseerd. Ze mogen wel meedoen (“graag zelfs”, aldus Van den Akker), maar als ze weigeren gaat het gewoon door en sluiten werkgevers en verzekeraars een collectief contract, net als bij auto-, ongevallen- of ziektekostenverzekeringen voor werknemers die ook dikwijls via de werkgever lopen.

De moeilijkheid voor de bonden is nu dat hun optie - reparatie desnoods per bedrijf en via het bedrijfstakpensioenfonds - geen schijn van kans maakt zonder medewerking van de werkgevers, terwijl het FME-aanbod bepaald niet kansloos is zonder medewerking van de vakbonden. Zo bezien is de zeepbel misschien wel een meesterzet.