CANDY DULFER over funk

Candy Dulfer geeft deze week met Funky Stuff concerten in Tilburg (Noorderligt, 31/3,1/4), Utrecht (Tivoli, 2 en 3/4) en Sittard (Stadsschouwburg, 4/4).

“Lichte muziek is aan mij niet besteed. Muziek moet heavy zijn, vol zitten met verhulde agressie. Als je speelt moet het zijn alsof je op het punt staat om door een muur heen te schoppen; je houdt jezelf in en laat de energie bij beetjes naar buiten komen.”

Candy Dulfer (1969) is Hollands beroemdste altsaxofoniste. Ze is de dochter van jazz-saxofonist Hans Dulfer, werkte samen met popartiesten als Prince en Van Morrison, maakte twee succesvolle solo-cd's, en treedt met haar groep Funky Stuff op in Amerika en Europa. Dulfer speelt pop en jazz, soul en blues, maar heeft een grote voorkeur voor funk, de opzwepende dansmuziek die aan het eind van de jaren zestig uit verschillende Afro-Amerikaanse muziekstijlen werd ontwikkeld.

“Funk staat of valt met een basgitarist en een hele goede drummer: die leggen de ritmische groove waar de rest van de band op inhaakt. Dat wil niet zeggen dat de andere muzikanten een bijrol spelen. Bij funk is ieder instrument belangrijk - als het goed is kun je er niets uit weglaten. In de rock ligt dat wel anders: daar heerst nu zelfs het idee dat een stuk pas werkelijk kwaliteit heeft als het overeind blijft in een "unplugged' gitaarbewerking.

“Funk draait om de sound, om het contact en de wisselwerking tussen de spelers. Een solo-saxofonist, zoals ik, hoeft niet eens zo veel te doen: één akkoord het hele nummer door, met hier en daar een modulatie. Mijn grote voorbeeld is Maceo Parker, die bekend werd in de blazerssectie van James Brown en meedoet op mijn laatste cd. Zijn timing is perfect; hij is zuinig met zijn noten, maar speelt ze precies goed. Nooit vóór het accent in de maat, dat zou een misdaad zijn; niet óp het accent, dat zou goed genoeg zijn; maar net erna - een beetje lui, dat is het mooist. Maceo bereikt de top van de funk: het punt waarop je alleen nog ingehouden schokkend meeswingt.

“Ik ben van jongsaf aan een funk-fan geweest. Toen iedereen gek was van punk en new wave, hield ik meer van zwarte groepen als Mother's Finest en de funky disco van Nile Rodgers. Niet dat ik alle funk leuk vond: George Clinton, met zijn hippie-achtige experimentele "free funk', is nooit mijn favoriet geweest. Met James Brown had ik meer op, die maakte liedjes met een kop en een staart. Maar de interessantste van alle funk-grootheden was Sly Stone. Hij schreef liedjes met intelligente teksten en muzikale dubbele bodems, en experimenteerde met ongebruikelijke dingen als Hammond-orgels, clavinets en effectapparaten. Wat Jimi Hendrix heeft gedaan voor de elektrische gitaar, deed Sly Stone voor alle instrumenten van de funk.

“Funk is van oorsprong zwarte muziek - daar ben ik me goed van bewust. Ik kan me mateloos ergeren aan mensen die beweren dat er zonder blanke artiesten nooit funk was geweest. Je zou kunnen zeggen dat ik, als wit meisje uit Broek in Waterland, over funk geen recht van spreken heb. Maar moderne funk is niet aan plaats of ras gebonden. Met respect voor de traditie en de voorgangers kan iedereen funky zijn.”