Bonnard

Vandaag geen vogels. We hebben vogels zat gehad. Het moet ook zonder kunnen. Had ik zo gedacht.

Vandaag de schone kunsten. Naar Düsseldorf, de werken van Bonnard. De brave Bonnard rukt op. Zelfs in het oog van Armando is er genade voor Bonnard. Uit "Krijgsgewoel': “Schilders als Bonnard bezondigden zich niet aan het kwaadaardige gestamp van de schepping.”

Maar eerst de hond. Hij gaat niet mee. Hij geeft geen stuiver voor Bonnard. Voor de hond is het allemaal stinkende verf, zinloos op een doek gesmeerd.

Voor dag en dauw, of eigenlijk nog vroeger, zomertijd, lopen we een domweg rondje langs de Oude Rijn. Beduidend onder nul, het knispert van de kou. En dan alweer naar huis. Ik heb de voordeursleutel in mijn hand, want heus, geen opzet in het spel.

Ik kijk bij toeval naar de lucht en zie twee grote zilverreigers overvliegen, briljante vogels in het prille schijnsel van de zon.

Nergens anders in dit land vliegen nu twee grote zilverreigers over. Kijk je even eerder, kijk je even later, dan zie je niks, de hemel leeg.

Let wel: het zijn er twee. Twee dieren kunnen hoop bij liefde voegen. Twee dieren kunnen een paartje vormen, twee zeldzame dieren een zeldzaam paartje.

Wat zeg je dan?

Je zegt o jee.