Beurs van Berlage: een dode stad

Een jongetje ribbelt met zijn wijsvinger over de bakstenen muur. Ten minste drieduizend passen heeft het kind nog te gaan voordat zijn korte benen het einde van deze dooie, rooie wand bereiken. Aan de overkant van het Damrak ronkt het leven. Toeristen verdringen zich voor de Hollandse klompen en Belgische frieten.

Maar hier is het alsof de stad in een diepe slaap is verzonken. Het gebouw met de bakstenen muren staat verlaten in de lage zon. Even springt het jongetje opzij voor een buitenlander die slingerend probeert weg te komen op zijn gehuurde fiets. Dan hervat het kind zijn dromerige spel in dit verlaten stuk binnenstad. Amsterdammers komen niet verder dan de Bijenkorf, zo lijkt het. En wie vanuit het centraal station de stad inloopt kiest de kant van het gifblauwe "straatmeubilair' dat de gemeente hier vorig jaar voor 20 miljoen gulden neerzette.

De Beurs van Berlage is een stad in de stad. Negentig jaar geleden bouwde de socialistische architect Hendrik Petrus Berlage op het gedempte water aan het Damrak een nieuwe koopmansbeurs voor de hoofdstad. “Hij had een tempel willen bouwen en hij bouwde een beurs!”, schreven Annie en Jan Romein over de indrukwekkende kolos vol torens en schoorstenen die de bouwmeester ontwierp voor "het kapitaal'. Een groot tegeltableau van Jan Toorop in de vestibule lijkt de handelaar te waarschuwen: Een klok met de wijzers op tien voor twaalf, strijdende arbeiders, emanciperende vrouwen, duivelse mannetjes die met gretig gebaar geld inhalen.

Een voor een trokken de verschillende beurzen weg uit het gebouw. In 1986 kreeg de optiebeurs, als laatste, een eigen gebouw. Eindelijk kon de Beurs van Berlage de bestemming krijgen waarvan zijn ontwerper had gedroomd: een volkspaleis, een tempel voor de kunst, een stad waarin het leven bruist.

Rammelend met zijn sleutels loopt Jeroen Schilt nu door de verlaten ruimtes. Op de balustrade van de grote zaal waar ooit de koopmansbeurs was gevestigd staat hij stil. De zon schijnt door het glazen koepeldak. Stilte, leegte; de Beurs van Berlage is een dode stad. Op de galerijen zijn een paar makelaars- en advocatenkantoren gevestigd. In de vestibule staan de stoelen opgestapeld van een failliet café. De rest wordt beheerd door een zieltogende Stichting die af en toe een tentoonstelling organiseert en verder "commercieel rondkomt' van bedrijfsfeestjes en congressen. Alleen het deel dat wordt beheerd door het Nederlands Philharmonisch Orkest zorgt met concerten voor meer leven.

Schilt, interim-directeur van de Stichting, is verliefd op zijn gebouw, kent elke hoek, elke tekening, elke steen. “Dit is de grootste zaal van Nederland”, wijst hij naar de parketzee onder ons. “Moet je kijken die lichtval. Wat je hier allemaal aan culturele activiteiten zou kunnen doen!” Met open ogen staat hij te dromen. Een tentoonstelling over de SDAP en honderd jaar sociaal democratie, zoals het Rijksmuseum laatst voorstelde. Ateliers voor jonge kunstenaars. Een continue activiteit, een bruisende kunststad die Amsterdam weer kan verbinden met een van de meest schitterende gebouwen die deze eeuw zijn gebouwd. “Maar ja, daar is dus wat meer voor nodig dan de twee ton subsidie die we per jaar van de gemeente krijgen.”

Schilt loopt op tegen een verkokerd gemeentebestuur. De ene wethouder verwijst naar de andere en die weer naar het grondbedrijf als eigenaar van het gebouw. De Beurs van Berlage is een verprutst project. Wat het Beaubourg van Nederland had kunnen zijn, sleept zich moeizaam voort van het ene projectje naar het andere. Een visie om een van Nederlands mooiste gebouwen aan de lethargie te onttrekken is er niet. De stad heeft andere dingen aan zijn hoofd.

Op een van de reliëfs in de koopmansbeurs heeft Berlage zichzelf afgebeeld aan de hand van de oude socialistische wethouder van Amsterdam M. Treub die hem met grote stappen de geschiedenis insleurt. Door de voortvarendheid van deze stadsbestuurder kon Berlage zijn volkspaleis bouwen. Hoe kon de bouwmeester weten dat minder dan een eeuw later de nazaten van Treub het eufemisme "besturen op afstand' zouden uitvinden?