"Basisbeurs' moet dienen als een vangnet voor kunstenaar

DEN HAAG, 29 MAART. “Kunstenaars moeten geen bijstandsuitkering krijgen, maar steun bij de uitoefening van hun langdurig verliesgevend beroep. De overheid zorgt ook voor een bodem in het bestaan van mensen die landbouwer of binnenschipper zijn. Waarom zouden kunstenaars dan niet zo'n economische basisvoorziening krijgen? Dat is achtergrondidee bij ons plan voor een basisbeurs voor kunstenaars.”

Dit zeggen Roel Mulder en Henk Rijzinga, directeur en bestuurslid van het landelijk Voorzieningsfonds voor Kunstenaars en opstellers van het vandaag bekend geworden plan voor een basisbeurs voor kunstenaars.

Het plan is een reactie op het kabinetsvoorstel om een einde te maken aan het volgens Sociale Zaken "oneigenlijke gebruik' van de bijstand door duizenden Nederlandse kunstenaars. Kunstenaars moeten, als de nieuwe aangescherpte Algemene Bijstandswet wordt aangenomen, binnen een jaar zelfstandig zijn, anders moeten ze zich omscholen. Alleen voor 1200 veelbelovende beeldende kunstenaars wordt een aparte, bijstandsvervangend stipendium gecreëerd.

Absurd vinden Mulder en Rijzinga dat plan. Mulder: “Er zijn duizenden andere kunstenaars, ook musici, theatermakers, schrijvers, die nu met behoud van uitkering kunst maken. Die worden weggesaneerd. Alleen die 1200 uitverkorenen krijgen een flink stipendium. Ik vind het heel begrijpelijk dat de overheid voor veelbelovende kunstenaars iets extra's doet, dat ze bij wijze van spreken de klaprozen tussen het koren wat extra mest geeft. Maar de situatie die nu onstaat door het kabinetsvoorstel, is dat de overheid alleen nog maar een veldje met klaprozen wil, en het koren laat verkommeren.”

“Dat willen we met ons basisbeurs idee voorkomen,” stelt Rijzinga, zelf beeldend kunstenaar. Wie aan kan tonen dat hij serieus functioneert als kunstenaar in de samenleving, hetzij als schilder, componist, theatermaker of schrijver, en minder verdient dan de bijstandsgrens, kan in aanmerking komen voor de basisbeurs van 924 gulden netto per maand in het VvK-plan.

De voordelen van het plan zijn volgens de opstellers legio. Om te beginnen is het plan goedkoper dan de huidige bijstandsregeling (33 miljoen gulden goedkoper) en het voorgestelde stipendiumplan (11 miljoen goedkoper).

“Het houdt een erkenning in van het beroep kunstenaar, en behandelt kunstenaars die nu eenmaal weinig kunnen verdienen op de vrije markt niet als werklozen, maar als zelfstandigen met een zakelijk gezien marginaal beroep,” aldus Rijzinga.

De regeling stimuleert de betrokkenen ook om een zelfstandig bestaan op te bouwen: van 924 gulden komt een alleenstaande niet rond. Een bijstandsgerechtige heeft (met 184 gulden bijverdiensten) nu recht op netto 1416 gulden per maand.

“ Kern van ons plan is,” aldus Mulder, “dat kunstenaars die nu in de bijstand zitten bereid zijn een financieel offer te brengen, in ruil voor de vrijheid die ze horen te krijgen. Zo worden ze niet bevoorrecht boven andere bijstandtrekkers, maar worden ze ook niet gedwongen te voldoen aan de nieuwe bijstandsregels, die uitoefening van hun beroep onmogelijk maakt.”

Kunstenaars die van de beurs gebruik maken mogen bijverdienen tot ze het - inclusief beurs - het niveau van het minimumloon bereikt hebben. Dan mogen ze niet langer een beroep doen op het basisfonds - het is dus niet een basisloon, waarop kunstenaars voortdurend recht hebben. Mochten na verloop van tijd de inkomsten weer teruglopen, dan kan opnieuw een beroep op de beurs gedaan worden. “Het moet werken als een vangnet, omdat zoiets in de praktijk op de kunstmarkt onontbeerlijk is. Dat is ook een van onze bezwaren tegen het huidige kabinetsvoorstel: ze doen net alsof na een stipendium van een paar jaar het probleem van een aantal kunstenaars in de bijstand tot in de eeuwigheid is opgelost.”

Een nieuwe beeldende kunstenaarsregeling willen Mulder en Rijzinga dit basisbeurssysteem absoluut niet noemen: “Kunstenaars brengen een offer, er zit een risico in dat bij het beroep hoort. Dat was bij de oude BKR niet zo. Daar kreeg je een ruime uitkering in ruil voor kunst, en je werd risicoloos afhankelijk van de staat. Er onstond een gesloten circuit. Dat is bij de nieuwe stipendiumregeling ook weer het geval, maar niet bij ons plan.”

Volgens het VvK zou er een apart fonds, een Basisfonds voor kunstenaars opgericht moeten worden, dat geld van Sociale Zaken kunnen krijgen. Omdat de regeling betrekkelijk eenvoudig is, zijn de overheadkosten laag en is de fraudegevoeligheid gering, aldus het VvK.

Het basisbeurssysteem zou ondersteunend werken naast het vrijwel uitsluitend op het stimuleren van kwaliteit gerichte kunstbeleid van WVC zijn, menen de opstellers van het plan. Zij wijzen ook op soortgelijke algemene steunmaatregelen voor kunstenaars in het buitenland, zoals Ierland, waar kunstenaars geen belasting hoeven te betalen. In sommige Duitse deelstaten zijn speciale, gunstige belastingtarieven voor kunstenaars. En in Denemarken hebben kunstenaars jaarlijks negen maanden recht op volledige bijstand.