Alles wat Simonis zei over Bär klonk ongeloofwaardig; Ook Alfrink werd "vermoord'

“De grootste schade, die rondom het aftreden van bisschop Ronald Bär is veroorzaakt, is de terugval in de polarisatie van de jaren zeventig”, zei de nog steeds fungerende bisschop H. Ernst van Breda onlangs.

Hij is de enige bisschop in Nederland, die het gehele Pastorale Concilie in Noordwijkerhout (1968 - 1970) heeft meegemaakt. Op de laatste zaterdag van 1970 werd de benoeming van Ad Simonis bekendgemaakt. Juist als nu ging er een schok door katholiek Nederland. Hij werd "uitverkoren' om de positie en de overtuigingskracht van kardinaal Alfrink te breken. Nederland verkeerde, ondanks gestook van een kleine minderheid fanatieke extreem-conservatieven, de jaren daarvoor in een euforie. Wat het Pastoraal Concilie, dat een grote toeloop van buitenlandse journalisten uitlokte, toen voorstelde omtrent catechese, geboortenregeling, de vrouw in de kerk, vrije keuze van celibaatsverplichting enz. haalde de voorpagina's van de New York Times en Le Monde.

De buurman in België, kardinaal J.Suenens, zei het altijd wat ondiplomatieker dan Alfrink: “De paus is de gevangene van de Romeinse curie”. Het was te begrijpen, dat de nieuwe Nederlandse zoeaven stonden te popelen om de paus te gaan bevrijden.

Maar Alfrink, die al vóór maar ook tijdens het Vaticaanse concilie (1962 - 1965), met steeds meer steun, gepleit had voor een meer democratisch centraal bestuur van de wereldkerk, werd voor dit evangelisch pleidooi gestraft door de Romeinse curie. Zijn vriend Paulus VI kon, ook al lijdend aan psychische depressies, niet meer tegen zijn ambtenaren op. Alfrink bezocht hem soms wel zeven keer per jaar en schakelde zelfs dr. Anne Terruwe in, de beroemde psychiater uit Deurne. Het mocht allemaal niet baten. In 1969 stond een bisschoppensynode, die over haar eigen bevoegdheid moest oordelen, zozeer onder druk van Vaticaanse ambtenaren, die hun positie bedreigd zagen, dat Alfrink, de bevrijder van het systeem, moest bezwijken.

Een jonge kapelaan uit Den Haag, die door een merkwaardige loop van omstandigheden op het concilie in Noordwijkerhout was terechtgekomen en die volkomen ongeschikt was voor een bestuurstaak en psychisch nauwelijks opgewassen tegen de moeilijkheden, die hem stonden te wachten, werd bisschop van Rotterdam. Tegelijk met de tragedie van Alfrink, die als trouw kerkvorst door Rome werd "vermoord', begon de tragedie van Simonis, die in al zijn kwetsbaarheid door Rome werd ingezet en misbruikt om Nederland te zuiveren van vrijheidsopvattingen, die niet pasten in de Romeinse strategie om de bewustwording van de wereld en de toenemende secularisatie in te dammen.

Alfrink was verbitterd, maar bleef weerbaar. Hij koos niet voor een schisma maar voor de moeilijke weg van het midden. Hij leefde nog, maar was eigenlijk al dood. “Media vitae in morte sumus” wordt tijdens deze boetetijd gezongen en Simonis voelde zich schuldig aan dat langzame en uiterst pijnlijke "afsterven' van Alfrink. Deze had gekozen voor de mens, Simonis koos voor het instituut kerk. Alfrink wijdde zelf Simonis tot bisschop, maar protesteerde tijdens de plechtige wijding in Rotterdam tevens tegen Rome en zei dat dit nooit meer mocht gebeuren: een bisschop benoemen, die alleen maar instond voor een kleine groep fanaten, die Alfrinks gezag achter zijn rug en in Rome hadden afgebroken. De woedende Alfrink kon niet voorkomen dat een geestverwant van Simonis in Roermond werd benoemd. Op de vooravond van zijn vertrek naar Rome om Gijsen daar samen met de paus te wijden was Alfrink emotioneel gebroken. Maar hij ging met opgeheven hoofd door tot zijn afscheid in 1976, waarin hij nog eens pleitte voor een menselijke vorm van gezagsuitoefening in de kerk.

Dat woord "menselijk' betekende een omkeer binnen de kerkelijke gezagsstijl, die "goddelijk' en "kerkelijk' gezag identificeerde. Ik heb mij dezer dagen ineens gerealiseerd wat dat woord menselijk voor Nederlanders betekent en hoe dit in directe relatie staat met het aftreden van mgr. Bär. Nederlanders zijn allemaal "protestanten' in de oorspronkelijke zin van het woord. Protestant betekent van oorsprong iemand die protesteert tegen besluiten van (Duitse Lutherse) vorsten. Nederlanders, socialisten, vrijzinnige liberalen, humanisten, protestanten, of katholieken getuigen graag, komen openlijk voor hun mening uit en gedragen zich democratisch wanneer zij met elkaar over de meest ingrijpende problemen gaan praten. Hun maatstaf is daarbij menselijkheid. Dat geldt voor gehandicapten, voor gevangenen, drugsverslaafden, illegale buitenlanders, seksuele geaardheid, democratie en dialoog, politiek en oecumene.

Deze verschuiving van God naar mens is typerend en terug te voeren op een opvatting over incarnatie, waarin de "menselijkheid' van Christus overheerst. Door de studie van dr. A. Mantz van der Meer ben ik mij er bewust van geworden dat Christus niet de asceet was, zoals hij vanouds door de kerk is voorgesteld, maar ook een seksueel wezen, een man, die ook begeerte kende en hield van andere mensen, mannen of vrouwen. Alfrink, als exegeet, was daarvan diep overtuigd. Ook van de menselijke bestuursvorm, die de eerste christenen wilden: Petrus samen met de andere apostelen en niet Petrus alleen. "Jezus wilde geen kerk stichten', zeggen sommige theologen, al moest die er wel om sociologische redenen komen. Maar dan was die kerk bedoeld, niet om leden te werven voor een eventuele denominatie, maar om mensen "beter mens te maken'.

Simonis heeft deze erfenis van Alfrink verdrongen en hij lijdt er nog dagelijks onder. Alfrink was geloofwaardig, Simonis is het niet. Het is niet de grootste vernedering voor een geloofsverkondiger, dat hij niet geloofd wordt, maar dat hij ongeloofwaardig is. Kardinaal Simonis zag het die zaterdagochtend in een Utrechts kerkgebouw aan de gezichten van al die journalisten: ze geloofden hem niet. Dat gold voor alles wat hij zei over mgr. Bär en wanneer hij vast kwam te zitten keek hij wat hopeloos naar zijn collega mgr. H. Ernst, die met zijn geloofwaardigheid geen moeilijkheden heeft. Ernst zei dezer dagen nog over bisschop Bär: “Hij had echter één handicap, die hem in mijn ogen noodlottig is geworden: hij is overgevoelig voor weerstand”. Alfrink was dit niet. Hij stierf als een martelaar, dat betekent ook al getuige, bloedgetuige. Maar de man, die nu zijn zetel bezet, heeft zelfs vijf jaar na de dood van Alfrink, 17 december jongstleden geen enkele publieke oproep gedaan om Alfrink te blijven herinneren.

De Rotterdamse bisschop Bär deed mij herinneren aan Alfrink, die zelf ook gehecht was aan het legervicariaat. Alfrink was eerst ook conservatief, hij stond stil als een verkeersagent, die de snelle veranderingen van de jaren zestig jaren regelde en daarna zelf aan die veranderingen ging deelnemen, omdat hij open stond voor mensen. Bär is na Alfrink de tweede martelaar, al is hij nog in leven. Hij, bisschop Bär, zal wel steeds meer herdacht worden. Kardinaal Simonis en zijn afgetreden geestverwant mgr. J. Gijsen zijn uit hun situatie gezien eveneens "martelaren'. Martelaren op weg naar Pasen - de dag van de bevrijding.