Algerije verbreekt zijn relaties met Iran

ALGIERS/ TEHERAN, 29 MAART. De Algerijnse regering heeft zaterdag de diplomatieke relaties met de Islamitische Republiek Iran verbroken en haar ambassadeur uit Soedan teruggeroepen. Algiers beschuldigde de twee landen van inmenging in zijn interne aangelegenheden en van openlijke steun voor moslim-fundamentalistisch terrorisme in Algerije. Iran en Soedan hebben verbaasd gereageerd.

De Algerijnse regering riep al ruim een jaar geleden, nadat zij samen met het leger een moslim-fundamentalistische verkiezingsoverwinning had verhinderd, haar ambassadeur uit Teheran terug. In november werden de relaties tot een symbolisch niveau gereduceerd op beschuldiging van “een campagne van inmenging en openlijke vijandigheid”. De verslechtering van de relaties met Iran - en gelijktijdig met het eveneens door moslim-fundamentalisten geregeerde Soedan - viel samen met het toenemend moslim-fundamentalistisch geweld tegen Algerijnse politiemannen en militairen.

De laatste weken zijn ook hoge (ex-)regeringsfunctionarissen vermoord, in wat Algerijnse commentatoren zagen als een verandering in tactiek van de fundamentalisten. Dat leidde vorige week tot protestmarsen in Algerijnse steden, waarin honderdduizenden demonstranten het terrorisme veroordeelden en leuzen schreeuwden als “Noch Teheran noch Khartoum - een Algerijns Algerije”.

De legerkrant El Djeich verzekerde gisteren in een hoofdartikel dat “het terrorisme zal worden uitgeroeid”. “Het leger zal de krachten van het kwaad, van het verraad en van misdadige intriges doen falen, omdat het een stevig gebouw vormt, een niet te schokken scherm, vastbesloten en bereid om de hoogste prijs te betalen om het land te leiden op het pad van veiligheid en vrede.”

De Iraanse regering, die altijd alle beschuldigingen van inmenging in Algerije heeft verworpen, noemde de Algerijnse actie irrationeel. Zij meende dat het Algiers erom ging de aandacht af te leiden van interne problemen. Soedan uitte “verbazing en verdriet”, en onderstreepte dat het “het principe van niet-inmenging in de aangelegenheden van andere staten onderschrijft”. (Reuter, AP)