VO NGUYEN GIAP; De generaal die de Amerikanen versloeg

Giap. The Victor in Vietnam door Peter Macdonald 368 blz., Fourth Estate 1993, f 61,75 ISBN 1 85702 107 X

"Thoi co' is Vietnamees voor "het juiste moment', de meest geschikte tijd om te handelen. Daarvoor raadplegen Vietnamezen als goede boeddhisten bij voorkeur de sterren. De nu tachtigjarige gepensioneerde Vietnamese generaal Vo Nguyen Giap is ervan overtuigd in zijn leven de juiste momenten te hebben gekozen, hetgeen hem in staat stelde zijn militaire overwinningen op de Fransen en de Amerikanen te behalen.

In de zojuist verschenen biografie Giap. The Victor in Vietnam, geschreven door de Britse gepensioneerde legerofficier Peter Macdonald, komt echter niet zozeer het beeld naar voren van een man naar de sterren kijkt, maar van iemand die zijn leven lang koel zijn kansen berekende en daarnaar handelde. Astrologie is een etiket, rationaliteit de inhoud van de Vietnamese denkwijze.

""Begrijp het volk en men begrijpt het leger. Begrijp het leger en de overwinning is verklaard', schrijft Macdonald. Uit de geschiedenis van Vietnam en de volksaard van zijn inwoners probeert hij de oorlogssuccessen van dit kleine, armoedige land af te leiden. Het aardige van dit boek is dat, hoewel door een Westerling geschreven, het hoofdzakelijk de Vietnamese zijde van de geschiedenis belicht, zonder dat het naar propaganda neigt.

Naast Giap zelf, die aan de auteur in 1990 een vraaggesprek toestond - wat hij zelden doet - laat Macdonald ook veel gewone Vietnamezen aan het woord. Zij mogen in prachtige mini-autobiografietjes hun eigen oorlogservaringen vertellen. Het valt te merken dat de auteur militair is. De krijgskundige aspecten krijgen veel aandacht, veldslagen worden in geuren en kleuren beschreven. Bovenal is er de grenzeloze bewondering voor de prestaties van Giap (""onvermoeibaar vol van ideeën, energie en inspiratie'). Ook twee van Giaps belangrijkste vroegere tegenspelers, de Franse generaal Bigeard en zijn Amerikaanse beroepsgenoot Westmoreland, die beide voor dit boek werden geïnterviewd, geven toe dat hun vijand van destijds ""een groot generaal' was. Macdonald kiest overigens geen partij. De militaire successen van Giap beschrijft hij geheel los van diens verder weinig opwindende leven en de twijfelachtige politieke stellingnames.

BEROEPSREVOLUTIONAIR

Vo Nguyen Giap werd geboren in 1912 als zoon van een rijstboer en een onderwijzeres in een dorp ten noorden van Hué. Na een kortstondig verblijf op een Frans gymnasium werd hij beroepsrevolutionair en werkte in de jaren veertig al samen met Ho Chi Minh en Pham Van Dong. Gedrieën stelden ze ""organisatorische wetten' op voor de Vietminh, de verzetsbeweging tegen de Fransen. Daarin werden moord en marteling uitdrukkelijk opgenomen als legitieme methoden en daarvan zouden de Vietnamese communisten niet aarzelen gebruik te maken.

De terreur die zij in Noord-Vietnam aanrichtten na het vertrek van de Fransen in 1954 wordt door Macdonald uitvoerig beschreven:""Hordes jonge kaders, gewapend met ideologische ijver en vastbesloten om een marxistische brave new world op te bouwen, overspoelden honderden dorpen waar een sociale orde werd verwoest die tweeduizend jaar had bestaan... in een wreed uitgevoerde collectivisatie van de landbouw, werden tienduizenden totaal onschuldige mensen vermoord of dakloos gemaakt.'

De rode terreur duurde ongeveer twee jaar en kostte volgen Macdonald aan dertigduizend tot honderdduizend Vietnamezen het leven. In oktober 1956 gaf Giap namens de partij dit alles openlijk toe en toonde hij berouw. ""We hebben grote fouten gemaakt, ' zei hij, ""We hebben ons verlaten op disciplinaire straffen, verbanning, executie. Erger nog: marteling werd opgevat als een normaal gebruik in de partijorganisatie.' Hij beloofde beterschap, en het moet gezegd: toen zich in 1975 een soortgelijke situatie voordeed, na het ondergang van het pro-Amerikaanse bewind in Zuid-Vietnam, kozen de machthebbers uit Hanoi voor een andere aanpak. Duizenden tegenstanders werden weliswaar opgesloten in heropvoedingskampen, maar van terechtstellingen op grote schaal was geen sprake meer. In economisch opzicht hadden de communisten echter niets geleerd: de rampzalige collectivisatie van de landbouw werd uitgebreid over heel Vietnam, met als gevolg een terugloop van de agrarische produktie en een massale uittocht van "bootvluchtelingen'. Pas in 1986 werd deze politiek verlaten.

Afdingen op de militaire prestaties van Giap en de Vietnamese communisten is niet nodig: de feiten spreken voor zich. Maar het is wel van belang te analyseren waarom het (Noord-)Vietnamese Volksleger (Vietminh) en hun Zuidvietnamese pendant (Vietcong) in staat waren het Amerikaanse leger te weerstaan, ondanks de onvoorstelbare oorlogsinspanning van de Amerikanen (in totaal werd acht miljoen ton bommen afgeworpen op Vietnam, vier maal zoveel als tijdens de hele Tweede Wereldoorlog door alle partijen samen). De verklaring dat Vietnamezen onverzettelijke mensen zijn, volstaat hier niet.

HART EN ZIEL

Waarom slaagden de Vietnamese communisten wel waar hun evenknieën in Korea faalden? Ook het Koreaanse schiereiland is, net als Vietnam, met zijn ruige binnenlanden uitermate geschikt voor een guerrilla-oorlog. Begin jaren vijftig, ten tijde van de Koreaanse oorlog, was het tij evenwel net niet gunstig genoeg voor de communisten van Kim Il Sung, al heeft het heel weinig gescheeld. De Verenigde Staten wisten na de invasie door Kims communistische troepen van Zuid-Korea in 1950 via de Verenigde Naties een internationale legermacht op de been te krijgen - de brede samenstelling van de interventiemacht zou pas veertig jaar later, in de Golfoorlog tegen Irak, worden herhaald. En de Volksrepubliek China, net in 1949 ontstaan, steunde weliswaar met hart en ziel Kim Il Sung, maar was nog niet sterk genoeg. Bovendien bleek de tijd tussen het vertrek van de Japanse koloniale macht uit Korea, in 1945, en het begin van de oorlog niet lang genoeg om op het hele Koreaanse schiereiland een communistische netwerk op te zetten.

In Vietnam verliep de aanloop tot een communistische machtsovername veel geleidelijker. Giap en Ho Chi Minh waren al als jongeren vanaf de jaren twintig bezig met het opbouwen van een verzetsorganisatie. De overwinning op het Franse leger was in zekere zin voorspelbaar; net na de Tweede Wereldoorlog had Frankrijk wel wat anders aan zijn hoofd dan een oorlog in een ver land.

Toch is de nauwgezette weergave die Macdonald geeft van de nederlaag die de Fransen incasseerden in Indo-China onthullend. De auteur meldt trots dat de cijfers in zijn boek over de verliezen van de Fransen ""niet eerder op deze manier' zijn gepresenteerd. De slag bij Dien Bien Phu blijkt aan 11.500 Franse militairen het leven te hebben gekost, van wie het grootste deel in Vietnamese gevangenschap stierf. De totale Franse verliezen in de Indochinese oorlog bedroegen 92.797 man, twee keer zoveel gesneuvelden als later onder de Amerikanen (46.000).

Het vertrek van de Fransen betekende in 1954 dat het noorden van Vietnam onder communistisch bestuur viel. De zuiderlingen moesten van het communisme niets hebben, dus wachtten Giap en Ho Chi Minh rustig af. Omstreeks 1960 veranderden de omstandigheden, zowel op mondiaal niveau als in de regio, dramatisch in hun voordeel.

De Koude oorlog tussen het Westen en de Sovjet-Unie kwam op een hoogtepunt: Chroesjtsjov en Brezjnev maakten Zuidoost-Azië tot inzet van de prestigeslag met de Amerikanen. En de Volksrepubliek China was intussen een macht van betekenis geworden. Beide communistische mogendheden gingen over tot massale militaire, economische en logistieke steun aan Ho Chi Minh en de zijnen. En in de Westeuropese landen stonden de jaren zestig in het teken van democratisering en van linkse idealen. Communisme en socialisme konden nog op sympathie rekenen en dat gold niet voor militaire interventies in den vreemde. Amerika's Europese bondgenoten beperkten zich tot verbale steun. Niemand stuurde troepen, behalve Zuid-Korea, Australië, Nieuw Zeeland en Thailand.

Uiteindelijk werd de Vietnamoorlog niet uitgevochten tussen Giap en de Amerikaanse legerleiding, maar tussen Brezjnev en Mao Zedong enerzijds, en de Amerikaanse regering anderzijds. Zonder de Chinees-Russische steun was het de Vietnamezen nooit gelukt de Verenigde Staten te weerstaan.

DOI MOI

In de persoon van Vo Nguyen Giap weerspiegelt zich het trieste lot van het Vietnamese volk: dertig jaar vochten ze een manmoedige strijd en bouwden vol overtuiging een nieuw systeem, dat in theorie, zoals Macdonald het verwoordt, ""appelleert aan de edelmoedige natuur van de mens, aan het goede eerder dan aan het slechte in mensen.' De Vietnamese communisten beseffen nu dat hun ideologie in de praktijk niet werkt. De tragiek is dat hun hervormingspolitiek (doi moi) uiteindelijk simpelweg neerkomt op datgene waar de Amerikanen in Zuid-Vietnam voor stonden: een vrije ondernemersgewijze produktie. Ho Chi Minh-stad in 1993 gaat, tot tevredenheid van iedereen in Vietnam, opnieuw de kant op van een bruisende, ondernemende en door en door kapitalistische stad.

Achteraf bekeken is het zeer waarschijnlijk dat wanneer Zuid-Vietnam niet in communistische handen zou zijn gevallen, zich een ontwikkeling zoals in Zuid-Korea had voorgedaan; met inderdaad jaren van rechtse dictatuur, gekoppeld aan ongebreidelde economische groei, die in het geval van Zuid-Korea uiteindelijk resulteerde in een hoge welvaart en zelfs een terugkeer van een soort democratie.

Tegenwoordig vraagt de bezoeker aan Vietnam zich verbijsterd af waar in dat land in godsnaam om is gevochten. Is de dertig jaar lange strijd van Vo Nguyen Giap en zijn kameraden het allemaal waard geweest? Tijdens het historische bezoek van de Franse president François Mitterrand aan Vietnam, vorige maand, zei Giap dat ""het wiel van de geschiedenis doordraait'. De ex-generaal, die in juli 1991 uit het politburo werd gezet, wil evenmin als de Vietnamese regering veel kwijt over de ondergang van het Oosteuropese communisme en houdt krampachtig vast aan een weinig levensvatbare weg: een communistische staatsstructuur maar een kapitalistische economie.

MacDonald komt tot de conclusie dat alle verbetenheid en inzet Vietnam niets goeds heeft gebracht, behalve zelfstandigheid. Het land zucht onder een Amerikaanse boycot, de Russen hebben hun steun gestaakt en de Chinezen helpen liever niet te veel. ""Vietnam is geïsoleerder dan ooit tevoren.'

De armoede en eenzaamheid van Giaps Vietnam culmineerde voor biograaf Macdonald in het verzoek dat hem bereikt na zijn ontmoeting met de "held'. Of hij de oude generaal s.v.p. een fles whisky zou willen bezorgen.