Trucs helpen de Japanse banken; Internationale eisen voor minimale kapitaaldekking geen probleem meer

TOKIO, 27 MAART. De 21 grote Japanse banken zullen dit boekjaar het grootste bedrag in de geschiedenis op hun debiteuren afschrijven: in totaal ruim één biljoen yen (12 miljard gulden). Het leeuwedeel (900 miljard yen) wordt direct afgeschreven als oninbare leningen en de rest (300 miljard yen) als verlies op de verkoop van onroerend goed, dat als onderpand dient voor hun "slechte' leningen.

Deze ongekend forse afschrijving doet hun winst vóór belastingen dit boekjaar kelderen met gemiddeld 35 procent. Maar dit percentage was nog veel hoger geweest, als de banken niet krachtig waren geholpen door de financiële autoriteiten.

Wanneer over vijf dagen het boekjaar sluit, moeten de Japanse banken, die behoren tot de grootste ter wereld, voor het eerst voldoen aan de eis dat acht procent van hun activa is gedekt door eigen kapitaal. Deze reserve-regel, afkomstig van de Bank voor internationale betalingen (BIB) in Bazel, ook wel de "centrale bank der centrale banken' genoemd, is bedoeld om de soliditeit van de Japanse banken nationaal en internationaal te versterken. Op overtreding staan sancties. De zwaarste is wellicht dat banken, die de norm niet halen, worden uitgesloten van internationale transacties.

In financiële kringen in Tokio wordt er niet aan getwijfeld dat de banken netjes aan de regel zullen voldoen. Hoewel de Japanse banken door de gebarsten "luchtbel-economie' van buitensporige speculatie in effecten en onroerend goed nu zitten opgescheept met een gigantisch bedrag aan "slechte' leningen (officieel 12,3 biljoen yen, officieus een veelvoud) en de ernstigste crisis sinds de oorlog doormaken, worden ze door het financiële autoriteiten volop geholpen om de crisis het hoofd te bieden.

Zo heeft de Bank van Japan het officiële disconto tot 2,5 procent zo ver verlaagd dat de banken dit jaar aanzienlijke winsten boeken op hun kernactiviteit. Hun netto-inkomsten nemen zodoende toe met naar schatting 25 procent. De winst kan zo hard groeien, doordat de rentemarge, het verschil tussen de rente op uitgeleend geld en die op deposito's, almaar groter is geworden. Dat komt weer doordat de banken met opzet de renteverlagingen vertraagd doorberekenen aan de klanten die hun geld op de bank zetten.

Hulp voor de banken komt ook van de beurs. De autoriteiten hebben semi-publieke fondsen opdracht gegeven voor miljarden aan aandelen te kopen. Geld dat afkomstig is van de in totaal 294 biljoen yen (4.594 miljard gulden) aan de Postspaarbank toevertrouwde spaar-, pensioen- en verzekeringsgelden, de grootste spaarpot ter wereld. Geld dat de fondsen beleggen, doorgaans in veilige staatsobligaties.

Die aankopen, tot nu toe voor 2,8 biljoen yen en onderdeel van het grote stimuleringspakket van afgelopen jaar, hebben de koersen op de beurs van Tokio de laatste weken flink opgedreven. Weliswaar staat de Nikkei, het koersgemiddelde van 225 belangrijke fondsen, nog steeds iets lager dan de slotkoers van het vorige boekjaar, maar 347 van de in totaal 1234 actieve fondsen, waarvan de meeste niet onder de Nikkei vallen, hebben hun slotkoers van vorig jaar wel overschreden. En hogere koersen maken het effectenbezit van de banken (en andere bedrijven) meer waard en daarmee hun eigen kapitaal groter.

Het beursfonds dat hard in koers is gestegen is NTT, de telecommunicatiegigant, dat tijdens de luchtbel-economie eind jaren '80 het grootste beursfonds ter wereld was en nu nog vijf procent uitmaakt van de beurswaarde van alle actieve fondsen in Tokio. NTT is in 1984 gedeeltelijk geprivatiseerd en de aankondiging onlangs dat het na zeven verlagingen zijn telefoontarieven zal verhogen en nog eens 30.000 man personeel kwijt wil, heeft de warme belangstelling gewekt van beleggers. Voor de kleine belegger die negen jaar geleden aan aandeeltje NTT kocht voor de lieve som van 1.197.000 yen maar een kraandruppel, want de koers sloot vandaag op 843.000 yen. Maar hij stond door de prijsval op de beurs eind vorig boekjaar op een dieptepunt van 636.000 yen.

Banken en bedrijven, die later NTT-aandelen kochten, maken daarop nu aanzienlijk winsten. Computerconcern NEC, dat achtduizend aandelen NTT bezit, schat zijn koerswinst dit boekjaar op 1,3 miljard yen, tegenover een verlies van 3,4 miljard yen in het vorige boekjaar.

Wat de banken ook heeft geholpen is de uitgifte van achtergestelde leningen, die “op verzoek” van de autoriteiten zijn gekocht door de verzekeringsmaatschappijen, die, anders dan de banken, door hun premies kunnen rekenen op vaste inkomsten en dan ook veel minder hard zijn getroffen door de gebarsten luchtbel-economie. Achtergestelde leningen, die bij een déconfiture pas als laatste aan de beurt zijn voor compensatie, mogen de banken rekenen tot hun eigen vermogen.

Ten slotte hebben de autoriteiten de banken geholpen met een nieuw instituut, dat hun onderpanden op "slechte' leningen opkoopt. De banken financieren dit instituut zelf. Maar het voordeel is tweeërlei. Bij verkoop aan het instituut mogen ze het verlies dat ze op dit onderpand maken als gevolg van de gekelderde prijzen voor onroerend goed, fiscaal afschrijven. Bovendien verdwijnt uit hun balans de "slechte' lening en komt er een "goede' lening voor in de plaats, namelijk het geld dat ze zelf uitleenden aan het instituut, dat in hun plaats nu zit opgescheept met het onderpand.

Het instituut moet vervolgens proberen dit onderpand te verkopen, maar met de almaar dalende prijzen ziet het er voorlopig naar uit dat ze dat alleen kunnen doen met fors verlies. Vooralsnog zullen ze daarom wel van verkoop afzien. In feite is de hele constructie een “belastingtruc”, zei een bankier die anoniem wilde blijven, ten koste van de belastingbetaler. Een bovendien een uitstel-operatie volgens hem, want vroeg of laat krijgen de banken de rekening toch gepresenteerd, tenzij de prijzen van onroerend goed weer stijgen. Maar dat gelooft nog niemand.