Ruim zesduizend medisch specialisten declareren ...

Ruim zesduizend medisch specialisten declareren rechtstreeks bij ziekenfonds en particuliere ziektekostenverzekeraar. Zij brachten in 1991 zo'n 2,7 miljard gulden bij de verzekeraars (en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) in rekening, tweehonderd miljoen gulden meer dan in 1990. Het grootste deel van de andere, vermoedelijk zo'n vijfduizend, specialisten onder de 65 jaar werkt (volledig) in dienstverband.

Zo op het eerste oog zouden de declarerende specialisten in 1991 een gemiddelde omzet van 450.000 gulden hebben gehaald. Maar dat bedrag vertekent de werkelijkheid. Want van de zesduizend declarerende specialisten is er een deel dat niet full-time een vrije praktijk voert: zij zijn part-time in dienst bij - voornamelijk - academische ziekenhuizen en voeren in de resterende tijd een vrije praktijk. Daarnaast zijn er ziekenhuizen waarbij de specialist voor de kliniek een dienstverband heeft en de polikliniek als vrije praktijk mag voeren.

Zoals er geen betrouwbare cijfers bekend zijn over het aantal specialisten dat op dit moment in Nederland werkzaam is, zo ontbreekt nauwkeurig cijfermateriaal over de omzet van de declarerende specialisten in de verschillende disciplines. De cijfers die er zijn, zijn dan ook omstreden. Dat geldt ook voor het overzicht van de uitgaven per specialisme dat de Ziekenfondsraad op verzoek van het zogeheten Vijf-Partijen-Overleg over de uitgaven in 1990 en 1991 heeft opgesteld. Met enige slagen om de arm kan worden geconcludeerd dat full-time vrijgevestigde cardiologen, urologen, laboratoriumartsen (zoals patholoog anatomen en medisch microbiologen) en de groep radiologen, radiodiagnosten en radio-therapeuten tot de specialismen met de grootste omzet horen: gemiddeld komen zij tot een jaaromzet die ligt tussen tenminste vijf- en zeshonderdduizend gulden. Daarbij zijn er uitschieters: zo is een omzet van acht, negen ton in de radiodiagnostiek geen uitzondering, wat betekent dat anderen aanzienlijk onder het gemiddelde moeten zitten. Oogartsen, keel-, neus- en oorartsen, gynaecologen, longartsen, dermatologen, internisten, (plastisch) chirurgen en anesthesisten horen tot de "tweede divisie' met een gemiddelde omzet tussen de vier en vijf ton. Onderaan de ladder komen dan neurologen, allergologen, gastro-enterologen, reumatologen en kinderartsen: zij halen een gemiddelde omzet die uiteenloopt van 300.000 tot 400.000 gulden. Van de psychiaters, die het grootste deel van hun omzet verwerven via de AWBZ, is de omzet niet te achterhalen.

Via de tarieven zijn in de omzet de praktijkkosten van de specialisten begrepen. Deze bestaan voor de meeste van hen voornamelijk uit het salaris van de secretaresse, maar soms ook moet uit de omzet van een maatschap de in dienst zijnde arts-assistenten worden betaald.