Mondiaal denken is als een religieus gebod

Is het in een tijd van de verbeten verzelfstandiging van de afzonderlijke delen, nog mogelijk mondiaal te denken? György Konrad meent van wel: het is mogelijk, maar moeilijk. Globisme is een realiteit die aan de gang is, de meeste activiteiten en uitvindingen sluiten zich aaneen tot één wereld.

De Hongaarse schrijver György Konrád droeg deze beschouwing vorige week voor tijdens het Cultuurdebat dat werd georganiseerd door het opinieblad over de mondiale samenleving "BijEEN' en het Derde Wereld Centrum van de universiteit Nijmegen.

Ieder mens is verantwoordelijk voor de gehele mensheid. Het gebod "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf' maakt geen onderscheid tussen het eigen en een ander volk. Is het met het oog op de etnische burgeroorlogen in de Balkan en de Kaukasus, in een tijd van de verbeten verzelfstandiging van de afzonderlijke delen, nog mogelijk mondiaal te denken?

Mogelijk wel, maar moeilijk. Dit is evenwel nog geen reden om af te stappen van ons mondiaal individualisme en ons op te werpen als spreekbuis van enigerlei oorlogvoerend particularisme. Ook ten tijde van het machtsblokken-systeem hebben we dat niet gedaan, ofschoon daarin toch ook een redelijke uitdaging lag.

Vóór 1989 was de Oosteuropese democratische beweging een experiment om te komen tot een nieuw universalisme, dat uitdrukking zou geven aan de ware gevoelens van de Oosteuropeanen. Het was het radicale universalisme van ingerekende samenlevingen, van de huishouding van een gesloten inrichting. Ik een gevangene, jij ook een gevangene.

Ik stond niet loyaal aan de zijde van enige generale staf in het machtsblokken-systeem. Hoewel ik het Sovjet-systeem boven mijn hoofd weg wilde hebben, was ik zeker niet uit op een oorlogsnederlaag van het Sovjet-imperium, omdat die namelijk vergezeld had kunnen gaan van de teloorgang van honderden miljoenen mensen.

Die optie heb ik bij wijze van axioma geschrapt uit de voor mij relevante draaiboeken. Ik ging ervan uit dat de meeste normale mensen er net zo over denken, maar onder de invloed van een soort politieke zelfcensuur er niet voor uit durven komen. Dit was in overeenstemming met onze geweldloze instelling. Voor ons was wapengeweld zonder meer een misdaad, iets dat we onszelf waarschijnlijk bij wijze van uitzondering veroorloven en ook dàn zonder hoop op absolutie.

Een mens kan kiezen voor de zonde, maar hij kan een misdaad niet als deugd presenteren. Wie eenmaal globist is geworden, is gemachtigd om elke willekeurige deelgemeenschap te begrijpen en ervan te houden, maar niet om het gezichtspunt van de mensheid uit het oog te verliezen. Hij mag er niet van afzien ook de andere partij te horen, noch zich overgeven aan de eenzijdige propaganda van een van beide partijen.

Van denken is pas sprake als over de zelfrechtvaardiging is heengestapt.

Waarschijnlijk is het mondiale individualisme een aristocratisch standpunt, zoals dat van een arts, die zich door een eed verplicht eenieder naar zijn beste vermogen te genezen, ongeacht het milieu van de patiënt.

Uit de erkenning van mondiale verbanden volgt de huiveringwekkende ontmoeting met de beleving van de mondiale verantwoordelijkheid. Elke uitgesproken, elke geschreven zin is een weggeworpen steen, je weet niet wie hij raakt en hoe.

We kunnen de verplichting tot globistisch of mondiaal denken ook beschouwen als een religieus gebod. Het mondiaal humanisme denkt in het perspectief van de gehele mensheid en dat kan niet gemakkelijk gezegd worden van de grote wereldgodsdiensten, die exclusief zijn op hun eigen manier. Het spreekt vanzelf dat het globisme net zo'n bevel is als "Heb je ouders, de partner, de kinderen lief'.

Je moet je ook spraakzaam tonen tegenover een wildvreemde. En met iemand die je nog nooit hebt gezien kunnen meevoelen. De globist staat aan de kant van de aarde en haar bewoners en houdt soms in gedachten de mensheid als een baby in zijn armen. Mondiaal denken kan ik me alleen maar voorstellen als artistiek denken. Mogelijk zijn er nog altijd jongeren in wier schedel de globe ronddraait.

Waarom zou de wereldbol minder zijn dan een voetbal?

Het woord "globist' refereert aan de Aarde en aan haar kostuum, de biosfeer, met inbegrip van ons zelf.

Met het woord "humanisme' zou ik voorzichtiger omspringen. Ik weet namelijk niet of wij die vleiende onderscheiding van de andere levende wezens wel verdienen. In het woord "humanist' ligt niet de zelfkritiek van het menselijk ras besloten. Het staat eerder voor grootspraak. Voor het gevoel van trots op het feit dat we mensen mogen zijn.

Maar aangezien de mensheid zonder meer morele kritiek verdient wegens haar kijfzieke, tot moord geneigde, huichelachtige aard, zou ik kunnen zeggen: iedere zuigeling is verdacht. In iedere baby schuilt een heilige en een moordenaar en soms haalt opvoeding die twee door elkaar.

Vasthoudende globisten blikken met gretig begrip in de richting van vasthoudende particularisten. Mogelijk haten de laatsten de eersten alleen al daarom.

Wie zou echter afstand willen doen van het spelletje waarbij je in je privé ruimteschip met de snelheid van het licht heen en weer kunt vliegen tussen twee willekeurige punten van de wereldbol?

Het kost de globist allemaal geen stuiver. Zelfs in een gevangeniscel kan hij zich verlustigen aan ruimtereizen. Voor een opgesloten verbeelding zijn grenzen lachwekkend. Het zou niet netjes zijn te ontkennen dat het de mondiale verbeelding niet ontbreekt aan een anarchistisch gevoel voor humor.

Waarmee kan een intellectueel van dienst zijn? Hij brengt de mensen met elkaar in contact. En hij reist net zo lang tot hij de plek heeft bereikt waar het niet meer uitmaakt of je Hettiet bent of Assyriër.

Rembrandt en Spinoza waren mondiale intellectuelen zonder zich te verroeren. Zelf waren ze geen grote reizigers, maar hoeveel toekomstige vliegreizen hebben die twee heren niet op hun geweten. Ze spraken slechts een paar mensen uit hun omgeving toe. Het maakte niet uit, want ook mensen van heinde en verre vingen hun woorden op. Hoeveel mensen hebben anderhalf jaar geleden niet de Rembrandt-tentoonstelling bezocht?

Zo te zien is de mobilisering van bepaalde pennen en penselen een mondiaal evenement. Mogelijk reikt taal die dichtbij wordt gebezigd ver. Daaruit volgt dat grenzen niet bestaan en dat het decor van machinegeweren niet meer is dan een illusie.

Sinds de Berlijnse muur verdwenen is, geloof ik niet meer in grenzen. Toch heeft het daar niet ontbroken aan beton en grijs geschilderd ijzer of aan grijze barakken en uniformen. Goed, er waren ook altijd-groene ficussen. Toen is dat allemaal verdwenen, ik kan er niets van terugvinden, of heb ik alles maar gedroomd? Is het IJzeren Gordijn soms de illusie of, preciezer gezegd, het visioen van een paranoïde mensheid geweest? En die grenzen van nu dan? Aan weerskanten dorpen die op elkaar lijken, een dakpan en een straatnaambord zullen wellicht van tint verschillen.

Aan het begin van deze eeuw bedroeg de afstand tussen het geboortestadje van mijn moeder en dat van mijn vader vijfentwintig kilometer, met paard en wagen deed je er twee tot drie uur over. Met de auto doe je er tegenwoordig misschien wel zes uur of nog langer over vanwege de tussenkomende Roemeens-Hongaarse grens.

Als klein kind vond ik de grens een interessante flauwigheid, er hoorde ook nog een betonnen bunker bij met schietgaten, aan de andere kant. Anno 1993 zijn die douane- en geldwisselprocedures er de etnografische overblijfselen van. In dit deel van de wereld vermenigvuldigen de etnografen zich als konijnen. Als het zo doorgaat komt er ook nog een sluitboom tussen onze en de aangrenzende flat.

Mijn zoontjes vonden het leuk om in de tuin een sluitboom op te stellen en tol te heffen, tot ze daar genoeg van kregen. Morele verheerlijking doet de folklore geen goed. Ze wordt te sterk gedoseerd en daarmee kitscherig. Sterker, het wordt misschien nog iets anders, laten we zeggen grenswacht en douane. In mijn omgeving breiden het uniform en de douanefolklore zich op aanstekelijke wijze uit - symptomen vol beklemming en gewichtigdoenerij.

Nationalistische politici maken misbruik van het eenvoudigste verlangen, namelijk van ons gemeenschappelijk verlangen naar een veilig thuis, dat vrij is van angst en vernedering. We wonen er, we cultiveren het en we houden ervan, we willen ons er niet voor hoeven te schamen en wanneer erop afgegeven wordt, trekken we ons dat in zekere zin aan.

Natuurlijk is een griepvirus voldoende om het globisme te reduceren tot een lachwekkend woord; dan heb je in deze tijd van het jaar, aan het eind van de winter, niet meer nodig dan een warme hoek in de kamer en een kopje thee.

Er is een tijd voor komen-en-gaan en een tijd voor rustig-blijven. De vermeende auteur van de Spreuken, koning Salomon, weet dat de mens zichzelf is met inbegrip van de pendelbeweging, en dat geen van beide slingeringen over het hoofd gezien mag worden, want houdt die tweetaktbeweging eenmaal op, dan bekoel je zelf ook.

In die wijsheid liggen cynisme en genegenheid besloten. Ze neuriet de schlager van de lokale individualist en zweeft aan een paraplu tussen de werelddelen.

Het globisme is een realiteit die aan de gang is. De meeste activiteiten en uitvindingen sluiten zich aaneen tot een wereld. Neem bijvoorbeeld de computer, het xeroxapparaat of de fax. Tien jaar geleden zat de politie nog achter mijn manuscripten aan. Ze zou het nu eens moeten proberen. Ik lever ze af per telefoon en voordat de politie het weet zijn ze allang op de plaats van bestemming aangekomen.

De lering die hieruit getrokken kan worden is dat het tekstverkeer niet langer beknot kan worden als onder de goede oude dictaturen. De huidige stand van de techniek neemt de censors de wind uit de zeilen.

De betekenis van de staat in het internationale verkeer neemt af, het grootste deel daarvan gaat zijn gang zonder staatsbemoeienis. De intelligentsia belegt haar eigen bijeenkomsten, er zijn beroepsgroepen die beschikken over een eigen wereldgemeenschap. Van een vereniging van de landen is nog geen sprake, maar op internationale conferenties spreekt het vanzelf dat er zoiets bestaat als een internationale publieke opinie, waarmee de publieke opinie op lokaal niveau genoodzaakt is rekening te houden.

Iedereen is voor eigen rekening minister van buitenlandse zaken. Laten we niet afgeven op de ministers van buitenlandse zaken, dit is wat in hun vermogen ligt, de rest wordt van onszelf verwacht. En een paar onafgedane zaken moeten we aan onze achterkleinkinderen vermaken.

Wat de techniek mogelijk maakt, dat komt er ook. We kunnen een internationaal gesprek niet eens meer uit de weg gaan. Verborgen uithoeken en ruimtereizen maken beide deel uit van ons levenspad. De coherentie van de mens wordt gegeven door de slingerbeweging. We moeten leven met paradoxen, worden er van binnen door verscheurd. Soms beteugelen we ze en dan heerst er alom stilte. We bereiden de wereld, Europa, ons vaderland, ons huis, het avondmaal van de kinderen ieder op onze eigen, vindingrijke manier.

Iedereen denkt, zo heb ik geconstateerd, dat het op de plek waar hij leeft al met al toch het beste is. Door te leven waar ik leef, kies ik voor die plek en als ik die keuze heb gemaakt, blijft er niets anders over dan de mythen van die plek te schilderen.

De plek waar ik leef moet uit een zeker oogpunt boeien. En inderdaad, boeiend kan ze ook gemaakt worden. Iedere plek wordt interessant door de verhalen die ermee verbonden zijn. Daaruit komt literatuur voort: een vlakte is duizelingwekkend omdat ze vlak is, een berg aantrekkelijk omdat hij gewelfd is.

Het gevoel dat me koppelt aan een markante plek, is onlosmakelijk verbonden met het gevoel gegriefd te zijn. Slechte daden kunnen - eenmaal vereeuwigd - ook vijfhonderd jaar na dato nog pijnlijk zijn voor een kind.

In de loop van hun geschiedenis hebben de meeste gemeenschappen veel geleden. Voor sommige geldt dat in het bijzonder, hun verleden is één grote blessure. Onverhoeds zeg je iets zonder te weten wat je ermee losmaakt.

Kijk eens rond bij een doorsnee gezin, en zie de kleur van dwaasheden waarover ze het daar met elkaar aan de stok krijgen. Het schijnt dat er ook deze eeuw nog geen eind is gekomen aan de moorddadige prehistorie van de mens.

In naam van de grote ideologieën (communisme, democratie) wordt er inmiddels weinig gedood, nu mag er veel gedood worden in naam van de natie en sommige godsdiensten.

Tien jaar geleden was het nog de verre vijand die als boeman werd afgeschilderd en door de propaganda zwartgemaakt, tegenwoordig is het je buurman. De propaganda - respectievelijk spreekbuis van sociale argwaan, antipathie en haat - probeert nu sommige, naast elkaar bestaande, etnische groepen in een minder fraai daglicht te plaatsen. Ze maakt een karikatuur van hen en is daar dan bang voor. De uitdaging wordt gepersonifieerd door onze medemens uit de naaste omgeving.

Als we naast het gefluister van God ook dat van de duivel horen dan fluistert de laatst vast: "Gij zult uw naaste haten als uzelf'. Dat is het probleem met ons, stakkers: kunnen we niet goed met onszelf overweg, dan lukt dat ook niet met anderen. Gedemoraliseerd door allerlei normen kunnen we onze eigen feilbaarheid niet aan. Dronkaards kunnen tenminste nog lachen om hun eigen ongerijmdheid.

Elke willekeurige classificatie van mensen of groepering van mensen zorgt ervoor dat ze worden nageteld. We kunnen worden opgeteld op grond van talrijke statistische karakteristieken - leeftijd, geslacht, huidskleur, religie, nationaliteit, natie, klasse, verblijfplaats, opleiding, vak en inkomen - maar ik denk niet dat we teruggebracht kunnen worden tot onze statistische karakteristieken, en nog minder dat we die als bijzondere waarden of tegenwaarden kunnen beschouwen.

Ik ben met geen van mijn statistische karakteristieken identiek. Je hebt mensen die hun statistische karakteristieken tot voorwerp maken van een overdadig soort collectieve sentimentaliteit.

We hebben ongetwijfeld een reële behoefte aan die collectieve sentimentaliteit, zoals we ook begaan kunnen zijn met onszelf en onze mislukkingen met elkaar versmelten in een gemeenschappelijk (van natie, klasse of religie uitgaand) zelfmedelijden, dat op bevrijdende wijze samengaat met een kwetsend gevoel van wrok jegens anderen, om van erger niet te spreken.

Wanneer collectieve waarden aan het wankelen gebracht worden (en dat is in het algemeen het geval in Oost-Europa) is er geen ander gaaf collectief waardenstelsel in reserve.

Er is van alles dat instort, maar zelf storten we liever niet in. Er moet een samenhangend waardenstelsel tevoorschijn getoverd worden dat zich niet kan baseren op een collectieve vernedering. Een mens kan het immers een tijdlang verdragen om aan te horen dat hij niets voorstelt, maar op een gegeven moment is voor hem de maat vol. Al onze identiteiten hebben er behoefte aan zich afzonderlijk te profileren.

Onder alle bovengenoemde statistische karakteristieken vallen identiteiten, rollen, organisaties, werelden. En allemaal winnen ze terrein, een ieder ten koste van de ander, en allemaal sluiten ze een koop met de rest. En iedere schikking tussen de rivaliserende en samen dansende identiteiten is van geheel persoonlijke aard.

Dat is de realiteit. Dan zijn er nog beschrijvende schema's en "collectief' genoemde eisen, waarvan de agressieve verkondiging altijd gepaard gaat met een zeker gebrek aan talent.

Is iemand ergens niet goed genoeg voor, dan valt hij de rest lastig. Hoe middelmatiger hij zelf is, des te meer pretenties heeft hij tegenover de rest.

En voor je het weet heb je te maken met ideologieën, verstandelijk bewerkte, collectieve zelfrechtvaardiging en georganiseerde, zelfzuchtige praatjesmakerij. Voor de geest is zelfrechtvaardiging zoiets als het stillen van honger. Een goed gesprek komt pas op de tweede plaats.

Van het wezenlijke is pas sprake nadat er over de zelfrechtvaardiging is heengestapt.

Maar ook tijdens het smakelijke avondmaal en de ongedwongen conversatie weet een kamer in ons brein dat buiten, achter de gesloten deur, dichtbij of op afstand, de hongerigen en dorstigen staan te wachten. Niet altijd kan de deur ze verhullen. Ook het televisiescherm is zo'n transparante deur.

Misdaad en lijk liggen voor ons huis begraven.

Ons hele leven is een aaneenschakeling van zonden en penitenties, van diensten en wederdiensten, zelfs wanneer we slapen of plezier maken.