"Mijn hart springt eruit en mijn tranen stromen'

Een stem uit duizenden. De stem van haar vader. Nietsvermoedend pakte Janny Nozinovc (14) vorige week zaterdag de telefoon op en hoorde na maanden haar vader. “Ik gilde van opwinding. Jammer dat moeder niet in de buurt was. Hij kon niet lang praten want telefoneren vanuit Bosnië is duur. Hij zei dat we vooral niet terug moeten komen. Er is niets te eten. Hij heeft honger en verlangt naar tabak”. Na dit telefoontje kon de dag niet meer stuk, de accu was opgeladen.

Volgende week is het een jaar leden dat Janny, haar moeder Pasa, haar broertje Salih en tante Nura Zvornik ontvluchtten richting Tuzla. Vandaar ging de reis verder om uiteindelijk op 1 augustus vorig jaar in Nederland te arriveren. “Het leven is bitter voor de verjaagden, die niemand kan helpen. Ik ben bang voor de toekomst omdat ik die niet heb. Hier niet omdat ik dat niet wil. Dààr zou ik een toekomst willen hebben maar dat kan niet. Stel je voor: ik ga naar het gymnasium in Tuzla, naar de universiteit in Sarajevo. Maar terwijl ik naar het nieuws luister verlies ik mijn hoop”, schreef ze eind vorige maand in haar dagboek.

De hoop op terugkeer vervliegt, de bitterheid om wat zich in Bosnië afspeelt, klinkt tussen de regels van haar dagboek. “Europa kijkt, maar niemand onderneemt iets. Mensen worden op de vlucht gejaagd, vermoord en Owen en Vance zitten te vergaderen. De stomste idioot ziet dat ze aan de kant van de Serviërs staan. Langzaam maar zeker gaat heel Bosnië eraan, in de tussentijd wordt vergaderd over een staakt het vuren. Dat is toch belachelijk, echt om je dood te lachen. Het is zo bitter: mensen kijken ernaar op de tv alsof ze een nare oorlogsfilm zien, maar wel met chips en pinda's onder handbereik om zich niet te vervelen”.

Oorlog verandert mensen. De ervaringen zetten zich vast in de hoofden, alleen de doden kunnen het niet meer na vertellen. De overlevenden, in het voormalige Joegoslavië en elders in Europa, zullen niet kunnen vergeten noch vergeven: hun verdere leven zal ervan doortrokken zijn. “We zullen allemaal zo veranderen, we zullen elkaar niet meer herkennen. Misschien zullen we het samen niet meer kunnen vinden, zullen we elkaar niet meer begrijpen. Ik zal voor altijd verloren zijn”, schreef Janny aan haar vriendin R.

Tabletten - die worden, zegt Janny, met grote regelmaat door de volwassen in het tijdelijk opvangcentrum in Den Bosch geslikt om kalm te blijven. “Ze weten niet wat te doen. Als je die koppen kon zien: allemaal zijn ze opgezet van pillen en grote wallen onder hun ogen door het gebrek aan slaap.” De Ramadan is inmiddels voorbij, de verplichte vasten viel menigeen zwaar maar niemand wilde ophouden “denkend aan de mensen in Bosnië, die al een heel jaar vasten omdat er niets te eten is, laat staan iets lekkers”.

Voor haar moeder was de vastenmaand een zware beproeving, haar maag bleek niet langer bestand tegen de zenuwen, ze moest tabletten slikken waardoor ze wel gedwongen was te eten. “Ik wilde ook niet dat zij vastte, ze at al bijna niets”. Ze haakt nog steeds, elke dag. Het aantal gereedgekomen kleedjes stapelt zich op.

“Er drukt iets in mijn borstkas. Mijn hart wil eruit springen en tranen beginnen te stromen zoals nooit tevoren. Zo gaat het elke avond en steeds stel ik mij dezelfde vraag: wanneer zal ik de mijnen zien, wanneer zal ik mijn vader tegenkomen, hem omhelzen en uithuilen omdat hij de man is die alles begrijpt. Tenminste, als hij niet ook veranderd is”, schreef ze begin deze maand in haar dagboek.

Haar eerste gele kaart heeft ze inmiddels op zak: de straf voor haar voortdurende geklets tijdens de les. Razend is ze. “Toen ik de leraar vroeg waarom ik een gele kaart kreeg, zei hij dat alle leraren klaagden dat ik klets tijdens de les. Ik vroeg welke leraren dat zijn en waarom ze dat niet tegen mij hebben gezegd. Hij deed of hij gek was en mijn vraag niet hoorde. Ze denken zeker dat, omdat wij vluchtelingen zijn en nergens heen kunnen, ze ons in de maling kunnen nemen. Maar dat is een vergissing”.