MACHTELOZE LIBERALS

Om de erfenis van Roosevelt. Vijf Amerikaanse liberalen over het Amerikaanse liberalisme na 1945 door Hans Veldman 224 blz., BZZT^oH 1993, f 34,50 ISBN 90 6291 787 9

Op 4 januari 1947 kwam een aantal voormalige medewerkers van president Roosevelts regering in Washington bijeen en stichtte de vereniging ADA, Americans for Democratic Action. Zij voelden zich verwant door hun gedeelde ervaring onder de New Deal, het ambitieuze crisisbestrijdingsprogramma van Roosevelt, door hun afkeer van de ongenspireerde politiek van zijn opvolger Truman, en door een vage overtuiging die zij "liberalism' noemden. Ze waren zowel anti-communistisch als anti-big business, ze spraken zich in de jaren vijftig soms uit voor een vorm van biefstuk-socialisme, en waren begeesterd door een drang naar spirituele hervormingen. De kern van ADA had banden met de overheid, de universiteiten en de vakbonden, en hield politiek voeling met de linker vleugel van de Democratische Partij.

Ondanks de overmaat van goede bedoelingen en politiek talent heeft de ADA op geen enkel moment in de vijfentwintig jaar historie die de amerikanist Hans Veldman in zijn Om de erfenis van Roosevelt onder de loep neemt, vanaf de oprichting tot het begin van de jaren zeventig, een rol van betekenis gespeeld.

Toch waren er in die kwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog genoeg kwesties die schreeuwden om gezamenlijke actie van progressieve democraten, zoals de omschakeling op een vredeseconomie, het verweer tegen de agressieve onderzoekscommissie van Joseph McCarthy, strijd voor de burgerrechten van de zwarten, en de groeiende verwikkeling van Amerika in Vietnam. Aan elk van deze zaken is wel door enig ADA-lid een bijdrage geleverd à titre personnel, maar na lezing van Veldmans boek kan men niet anders concluderen dan dat de verenigde erfgenamen van de New Deal, het kapitaal niet goed hebben weten te beheren.

Dit gebrek aan successen van het georganiseerde "liberalism' - de term "liberalen' in de titel van het boek is misleidend - verklaart een aantal mankementen van Om de erfenis van Roosevelt. Mijn vermoeden is dat trouw aan de zaak Veldman weerhouden heeft een onaangename conclusie te trekken uit een historische analyse van de ADA, en dat hij daarom tot het minutieuze uitpluizen van de vijf levens van prominente "liberals' heeft besloten, op zoek naar hun verdiensten voor de leer en de praktijk.

Dat levert een enkele maal een mooi verhaal op, zoals de vergeefse gooi naar het presidentschap van de "derde wegger' Henry Wallace in 1948, en er is zelfs enige spanning voelbaar rond de introductie in de politieke economie van de "kwalitatieve' denkbeelden van John Kenneth Galbraith. Maar die biografische aanpak heeft ook de saaie herhaling van de goede intenties, onderlinge conflicten en aanvaringen met de politieke machine ten gevolge.

Zo is het boek een verslag van persoonlijke inspanningen en teleurstellingen in plaats van het onderzoek naar een beweging in het politieke krachtenveld. De personages zijn voor zo'n overbelichting niet interessant genoeg, en hun uitvoerige schriftelijke en mondelinge overwegingen (Veldman heeft vier van de vijf hoofdpersonen genterviewd) bij deze of gene richtingenstrijd zijn uiteindelijk van weinig historisch belang.

De politieke wapenfeiten van de eerste drie "liberals' vormen niet meer dan "petite histoire'; de twee laatsten, de econoom Galbraith en de historicus Arthur Schlesinger zouden meer invloed op het Amerikaanse "liberalism' hebben gehad. Het is waar dat de opvattingen van Galbraith over "particuliere rijkdom en publieke armoede' een rol speelden in de New Frontier-campagne tegen de armoede van Lyndon Johnson, maar publikaties als The Affluent Society en The Industrial State moeten toch vooral gezien worden als deel van een veel bredere stroom van kritiek op de Amerikaanse zelfgenoegzaamheid die zeker niet alleen uit de koker der "liberals' voortvloeide.

Storend in dit boek is ook de pedante wijze waarop het fijnzinnige werk van David Riesman, The Lonely Crowd, kortweg gekarakteriseerd wordt als ""het uitroepen van het "liberalism' tot de ware historische Amerikaanse ideologie'. En de inlijving van het grimmige The Power Elite van C. Wright Mills bij degenen die ""de Amerikaanse politieke structuur als de best denkbare oplossing voor een prettige samenleving zien' mag een stout staaltje van wensvervullend denken heten.

Niet bekend

Om de erfenis van Roosevelt is behalve onaantrekkelijk uitgegeven ook houterig geschreven. Op enkele plaatsen spreekt de auteur zichzelf tegen of zegt het omgekeerde van wat hij bedoelt (zo is er eenmaal sprake van veteranen waar het onmiskenbaar over deserteurs gaat). De tekst is gelardeerd met Engelse citaten die in het merendeel van de gevallen moeiteloos vertaald hadden kunnen worden, en die nu vaak het goede verloop van een zin bederven.