Lubbers in het spoor van Jelle Zijlstra

DEN HAAG, 27 MAART. Treedt Ruud Lubbers in het voetspoor van good old Jelle Zijlstra? “Als ik opstap heb ik de laatste zeven jaar de nieuwe Zijlstra-norm nageleefd”, zei Lubbers gisteravond aan het eind van zijn wekelijkse persconferentie.

Volgens Zijlstra moeten de Rijksuitgaven stabiel blijven. Dat wil zeggen: in volume, dus wèl een compensatie voor de prijzen, maar géén echte groei. Zijlstra formuleerde zijn nieuwe norm deze week, als voorzitter van een CDA-commissie die vooruitblikt tot het jaar 1998.

Of Lubbers inderdaad zo streng is in de leer hangt er van hoe je het bekijkt. Van een nulgroei van de totale collectieve uitgaven, in volume, was sinds 1985 zeker geen sprake. Maar als je alleen 's Rijks uitgaven bekijkt ziet het beeld er anders uit.

De voormalige premier en president van De Nederlandsche Bank reageerde gisteravond laat afhoudend. “In ons plan gaat het uitsluitend over de Rijksuitgaven. We willen dat die stabiel blijven. We willen daarnaast dat de sociale premies omlaag gaan, maar dat is een andere zaak. De cijfers van de afgelopen zeven jaar kan ik u nu niet onmiddellijk geven.”

Een vluchtige blik in de cijfermassa's van het Centraal Planbureau geven geen uitsluitsel over 's Rijks uitgaven, alleen over de totale collectieve uitgaven.

In 1985/1990 groeide het volume van de totale collectieve uitgaven met jaarlijks 1,4 procent. Die groei werd aangezwengeld door de overdrachten aan het buitenland en door de rentelasten. Dat zijn beide Rijksuitgaven. In de jaren groeide het volume van de collectieve sector nog langzamer: in 1991 met 1,3 procent, in 1992 met 0,5 procent, en in 1993 waarschijnlijk met 0,2 procent.

De groei van het volume van de Rijksuitgaven zat sinds 1990, conform Lubbers' stelling, dicht bij de nullijn. Defensie ging omlaag, onderwijs, openbaar bestuur, infrastructuur en milieu gingen omhoog. De rentelasten stegen verder, net als de EG-overdrachten, maar de subsidies daalden.

En volgend jaar? Volgens Lubbers blijft het Rijk volgend jaar “zelfs als het kabinet niet meer dan vier miljard bezuinigt” binnen de Zijlstra-norm. Maar, voegde hij er gisteravond onmiddellijk aan toe, “Kok en ik” vinden méér bezuinigen, al gebeurt dat dan met 'incidentele' maatregelen, toch verdedigbaar. Want “ons niveau van de uitgaven is te hoog”. Dat vond Zijlstra ook.