Langs de armoedegrens; Aan de oostkant van Duitsland verrijst een nieuwe Muur

Laat de auto maar staan, was me in Dresden aangeraden. Het was ineens hevig winter geworden in Zuid-Saksen. Bovendien was het maar goed twee uur sporen naar Zittau. Door uitlopers van het Ertsgebergte, langs vers besneeuwde oude Reichsbahn-stationnetjes, zeker deze dag bijna stuk voor stuk van die prentbriefkaarten à la Anton Pieck.

Neukirch, Oppach, Wilthen, Sohland, Neusalza, Ebersbach. De trein is praktisch leeg, de eerste klasse een aangekoppelde anomalie, een raar-exclusieve luxe voor volksverraders van het nieuwe merk Wessi. Uitzicht op kilometers winter. De lucht is wit, de hemel wit, de wolken waar nog sneeuw in zit, zijn wit dat zacht vergrijzelt...? - voor straf schieten de regels van Henriëtte Roland Holst me niet goed te binnen.

Terechte straf. Niks poëtische idylles. Direct voor het station van Zittau, grenspost en oud industriestadje met omstreeks 35.000 inwoners, van wie een flink aantal tegen het einde van de oorlog uit Silezië of Bohemen is gekomen, wacht de werkelijkheid van een weggeteerde binnenstad. Veel huizen hangen scheef, de schilder en de metselaar lijken ver voor de oorlog voor het laatst langs geweest.

De vroegere Oosteuropese markt is weg, de industrie (textiel, machines) is nagenoeg overleden, de werkloosheid is officieel 20 procent, in feite 50. De enige fabriekshal waar het nog druk is, staat aan de Weberstrasse. Daar was in DDR-tijd nog een machinale weverij, nu is daarin het overvolle opvangoord voor de ter plaatse impopulaire asielzoekers (nog 4,5 vierkante meter per persoon) gevestigd. Zittau is een drie-landenpunt, gedachte kern van de veelbesproken (32ste) Euroregio van Saksen, Polen en Tsjechië. Zo te zien is de voorbespreking daarover nog niet afgelopen.

Illegaal

Een taxirit van 20 minuten voert naar de grenspost Zittau/Sieniawka. Naar een afspraak met de heren Weber en Kiefer, de rayonchef en zijn plaatsvervanger van de Bundesgrenzschutz (BGS). Het is daarvoor een mooi ogenblik op een goede plaats. Duitsland had vorig jaar 440.000 of 70 procent van de asielaanvragen in de Europese Gemeenschap. Zo'n 300.000 asielzoekers kwamen illegaal binnen, van wie circa 110.000 via de lange Pools-Duitse grens (over de Oder-Neisselijn tussen Stettin-Frankfurt/Oder-Zittau) en 130.000 over de Tsjechisch-Duitse grens. Mooi ogenblik in een goede tijd ook, want in Bonn zijn de coalitie en de SPD het een paar weken geleden, na een jarenlang slepend debat, eens geraakt over een verscherping van de naar Europese norm zeer liberale asielwetgeving.

Dezelfde dag dat ik in Zittau ben is Rudolf Seiters (CDU), de Duitse minister van binnenlandse zaken, in Boedapest. Hij confereert met zijn Oosteuropese collega's over regelingen die straks, uiterlijk in mei 1993, mogelijk moeten maken dat illegale grensoverschrijders en afgewezen "economische' asiel-aanvragers (zo'n 96 procent) direct naar hun "veilig' verklaarde land van herkomst of hun dito transit-land (vooral: Polen en Tsjechië) kunnen worden teruggestuurd. Daarbij vervalt de "bewijsplicht' voor het uitwijzende land (Duitsland) en mag voortaan van "redelijke zekerheid' worden uitgegaan. Anders gezegd: Seiters is druk in de weer om ten laste van zijn oostelijke buren een "cordon sanitaire' rondom de Bondsrepubliek aan te leggen, zoals de critici van het voorgenomen nieuwe asielrecht klagen.

Nieuw Duits kolonialisme jegens Oost-Europa, zeggen die critici ook. Met D-marken, goede raad, lichte politieke druk, technische bijstand. Bijvoorbeeld (straks) technische bijstand bij de aanleg van met radar of elektronische middelen beveiligde grenzen. Met hulpmiddelen die in Oostenrijk en de VS al in gebruik zouden zijn. De Poolse regering maakt er amper een geheim van dat zij liefst haar oostgrens zo beveiligd zou zien tegen de miljoenen die uit de vroegere Sovjet-Unie kunnen komen. Zij wil ook zoiets als een visumplicht invoeren voor andere Oosteuropeanen (vooral Roemenen en Bulgaren, dus vooral Sinti en Roma). Of anders tenminste een schriftelijke uitnodiging uit Polen naast een verplicht minimum aan geld (dat is nu 200 dollar per persoon) gaan eisen voor een verblijfsduur van drie maanden. Hardop zeggen de politici in Duitsland en zijn buurstaten het niet, maar zo is er wat verderop in Oost-Europa een nieuwe Muur in aanbouw.

Hulpsheriffs

Commandant Weber is een 45-jarige Oostduitser. Aan zijn grenspost in Zittau passeerden vorig jaar zo'n anderhalf miljoen mensen in beide richtingen. Dat is dan het legale grensverkeer, waarvoor nu ook vijf kleine extra overgangen worden ingericht. Duitsland en Polen hebben over dit zogenoemde "kleine-grensverkeer' vorig najaar een overeenkomst getekend. Weber is erg te spreken over de samenwerking met de Poolse douane en grenspolitie, die zij aan zij met de Duitse collega's samenwerkt. Of is dit zijn "officiële' tekst?

Weber zegt al lang werkzaam te zijn bij de grensbewaking, maar vertelt ""liever niet'' wat hij vóór de Duitse eenwording deed. Dat maakt een tragische indruk, te meer waar zijn 36-jarige plaatsvervanger Kiefer Westduitser is en dus best kwijt wil dat hij van '76 tot '92 bij de grenspolitie in Hannover werkte. De heren willen of mogen niet precies zeggen hoe groot hun eenheid aan de grens is, maar dat het om enkele honderden gaat ontkennen zij niet. Er is trouwens een acuut personeelstekort bij de Duitse grenspolitie. Omdat de BGS-opleiding drie jaar duurt worden er nu alvast - op korte termijn en voor drie jaar - omstreeks 5.000 "hulpsheriffs' gezocht. De belangstelling is enorm, maar ook het percentage sollicitanten met een strafrechtelijk of ideologisch te belast verleden blijkt groot.

Prostitutie en drugsverkeer zijn hier nog niet zo'n probleem. Daarvoor kan ik beter gaan kijken bij de Duits-Tsjechische grenspost in Zinnwald, circa 150 kilometer verderop aan de E 55 van Dresden naar Teplice (en Praag), luidt het advies.

Een min of meer nieuw probleem vormt in Zittau wèl de grote stroom van in het Westen gestolen dure auto's die dag in dag uit naar Oost-Europa verdwijnen. In 1992 waren dat er circa 80.000, in Zittau zijn er vorig jaar 431 aangehouden. Dat is maar een deel van wat de grens overging, want ook dit West-Oostverkeer is professioneel opgezet. Het komt steeds vaker voor dat de grensovergang vooraf door bendes wordt geïnspecteerd, waarna een colonne van 3 tot 4 gestolen auto's met hoge snelheid de grensbarrières naar Polen neemt. Zulke "doorbraken' kwamen alleen in Zittau, waar geen slagbomen zijn, vorig jaar al 119 keer voor. Kaum gestohlen, so in Polen, heet het over deze auto-export wel.

Weber is verantwoordelijk voor een grensstrook van 35 km tussen Görlitz en Zittau, het heuvelachtige en beboste terrein is er ideaal voor Schlepper-organisaties. Er zijn zo'n zeven tot acht bruggen over de Neisse, die hier bovendien in het drogere jaargetijde soms maar enkele decimeters diep is. In 1992 werden in Webers gebied 5.114 mensen aangehouden langs de Grüne Grenze (75 procent Roemenen, 10 procent uit het GOS, vooral Oekraïeners, voorts kleine aantallen Bulgaren, Afrikanen, Indiërs, Pakistani). Eind februari van dit jaar stond de teller al op zo'n 1.500. De schatting is dat op elke "gepakte illegaal' zo'n vier à vijf mensen de oversteek wèl lukt.

De grensbewaking zelf is in het gebied tot Görlitz en haar Poolse zusterstad Zgorzelec, aan de andere kant van de Neisse, zo moeilijk als overal aan Duitslands oostelijke en zuidoostelijke grenzen. Voor het grootste probleem zorgen ook hier de zogenoemde Schlepper of Schleusser, die vaak zelf ex-asielzoeker of ex-vluchteling zijn. Zij loodsen illegalen van Polen naar Duitsland voor bedragen die tot 2.000 mark kunnen oplopen.

Het komt geregeld voor dat deze commerciële gidsen hun klanten vlak voor de grens hun paspoort afnemen of laten weggooien en hen afzetten, met de belofte dat zij hen een paar uur later per auto aan de andere kant zullen komen oppikken. In veel gevallen, zegt Werner, komen zij die belofte niet na. Hun klanten/vluchtelingen, slecht gevoed, slecht gekleed en met minimale bagage, worden dan na verloop van tijd alsnog ingerekend door de grenspolitie. ""Die mensen nemen enorme risico's, zij komen soms met complete families, hoogzwangere vrouwen, baby's, grijsaards.''

Zij komen praktisch zonder geld en spreken doorgaans maar een paar woorden Duits: Deutschland gut, Asyl bitte. Eten en drinken wacht aan de grenspost, waar in barakken langs de weg ook vingerafdrukken worden genomen, foto's gemaakt, formulieren ingevuld. Moeizaam moet daarna worden geprobeerd om de nationaliteit vast te stellen van mensen die (volgens de nu nog geldende regeling) pas kunnen worden abgeschoben als vast staat wat hun land van herkomst is. Dat maakt hen natuurlijk niet spraakzaam. Bij de Bundesgrenzschutz in Zittau is een Roemeens reisbureau bekend dat enkele reizen naar Zgorzelec organiseert voor "toeristen' die gedetailleerde kaartjes van het grensgebied meekrijgen.

Wie als illegaal herkenbaar is, niet direct om asiel vraagt of blijkens zijn paspoort afkomstig is uit een "veilige' staat, wordt liefst dezelfde dag nog per bus voor de thuisreis naar vliegveld Schönefeld in Berlijn gebracht. Wat niet verhindert dat zij vaak kort daarna terugkeren om alsnog een poging te wagen. Wie erin is geslaagd de grens te passeren (of per vliegtuig komt), vraagt trouwens in veruit de meeste gevallen pas later ergens in het binnenland om asiel.

Badende zigeunerinnen

Het slechte weer maakt de afgesproken tocht met een patrouille onmogelijk. Als ik "de groene grens' toch wil zien, moet ik aan de overkant van de Neisse, in het Poolse dorpje Sieniawka, maar een taxi zien te krijgen. Elke Poolse taxi-chauffeur kent langs de route naar Zgorzelec wel plaatsen waar groepjes mensen uit Oost-Europa of de Derde wereld op hun kans wachten, zegt commandant Weber troostend bij het afscheid.

In het armelijke Sieniawka zelf is een groot deel van de mensen op straat trouwens zichtbaar niet-autochtoon. Kleumende donkere mannen en vrouwen bieden kleedjes, sloffen sigaretten, lange kleurpotloden te koop aan, stil-vijandig bekeken door de lokale bevolking. Op een marktje doen Poolse handelaars aan houten stalletjes zaken met Oostduitse klanten die hier het rijke Westen met behoorlijke plompigheid vertegenwoordigen. Badende zigeunerinnen, glaswerk en cassetterecorders zijn het meest in trek, er wordt flink afgedongen. ""Nein, Mutti, nur kleine Scheine zeigen'', zegt een man tegen zijn kennelijk te gretige vrouw. (Ter vergelijking: in de Oostduitse industrie bedroeg het maandloon in 1992 gemiddeld 1600 dollar, in Polen 188 dollar en in Tsjechië 170.)

De tocht per taxi, een kuchende oude Mercedes zonder verwarming, valt tegen. De chauffeur wil vooraf vast 100 mark en heeft eigenlijk niet zoveel zin in de voorgenomen expeditie. Misschien kent hij de "goede' plaatsen wel niet. Hoe dat zij, na 30 km en nog eens 50 mark geven we het uiteindelijk op, de één een weekloon rijker, de ander een illusie armer. Morgen zelf per auto uit Dresden maar eens naar de Tsjechische grens rijden, neem ik me voor.

Dresden, Dippoldiswalde, Altenberg, Zinnwald/Cnovec (grens), Dub, Teplice (Terpitz): de E 55 is onder internationale vrachtwagenchauffeurs berucht om zijn buitengewoon lange wachttijden aan de grens. Maar door die wachttijden staat de weg ook bekend als Strasse der Liebe. Liefde voor een zachte prijs, aangeboden in de berm, op parkeerplaatsen en kleine cafeetjes door Tsjechische meisjes die thuis in Literomerice, Ust, Decin, Krupka en andere nabije plaatsjes in een maand niet kunnen verdienen wat zij hier voor een paar uur Anschaffen krijgen. En, hoe jonger des te hoger de prijs. Het half-uurtarief varieert van 50 tot 200 mark, dat wil voor velen zeggen: van een Tsjechisch week- tot maandloon.

Wachthuisjes

Op de grote volle parkeerplaats van de truckers in Zinnwald/ Cnovec is een gemêleerde ellende te zien. Tussen de rijen hoge vrachtwagens doen Tsjechische meisjes in luchtige bedrijfskleding kouwelijk aan acquisitie onder vermoeide norse mannen. Daarachter zijn grote groepen zigeuners te zien, die zwijgend toekijken uit geïmproviseerde onderkomens (wachthuisjes, tenten). Drie arme groepen. De ene wacht op verlof om eindelijk verder te rijden, de andere hoopt dat dat nog even mag duren, de derde wacht tot het straks donker wordt aan de Duitse grens, op een kleine zestig kilometer van Dresden.

Inflatie en werkloosheid gieren nu door het ooit verhoudingsgewijs welvarende Bohemen. Oude fabrieken - zoals de grote glasfabriek in Teplice - hebben het allang begeven, de middenstand heeft ook geen basis meer. Nieuwe Oostduitse "rijkdom' aan de andere kant van de grens (Pirna, Dresden, Freiberg, Bautzen) lokt niet alleen vluchtelingen en asielzoekers, maar ook de Tsjechische bevolking.

De armoedegrens is hier zeker zo hoog, maar blijkt anders dan aan de Poolse kant, waar de rooms-katholieke kerk regeert. Möchten Sie Sex? Aan de Tsjechische grens wordt in een stencil gewaarschuwd voor de gevaren van de aangeboden instant-liefde voor de westelijke consument. Want de "beschermers' van de meisjes slapen niet, de portemonnee, of de auto, is zó verdwenen. Een Duitse douanier vertelt, met een "net-goed' ondertoon, over een man die, zeer ontnuchterd, te voet en slechts in ondergoed aan de grens terugkeerde.

Hier in de grensstreek is een nieuwe mafia opgestaan, die met uitzicht op Duitsland en West-Europa en tegen een achtergrond van verpaupering opereert. Trefwoorden: roof, drugs, prostitutie. Vrouwenhandel ook, naar bordelen in heel Duitsland en verder. Ook onder het motto: hoe jonger hoe beter. Het Bundeskriminalamt schat het aantal jonge meisjes uit Tsjechoslowakije dat sinds 1989 min of meer gedwongen in Duitsland aan het werk raakte in de seks-industrie, al op enkele tienduizenden.

In de Sächsische Zeitung stond de dag na mijn rit naar de Tsjechische grens een verhaal dat kenmerkend is voor nieuwe vormen van particulier initiatief in deze barre grensstreek. Het was het verhaal van de arrestatie van een zeer ondernemende Saksische dertiger die in het gehucht Singwitz, bij Bautzen, een kleine twintig jonge Tsjechinnen in dienst had in een florend bordeel. Door tussenkomst, en met fysieke hulp van Roemeense en Hongaarse branchegenoten die in Bohehem waren neergestreken, voorzag hij zich geregeld van nieuwe, bij voorkeur minderjarige werkneemsters die desnoods met geweld, en via geheime grensroutes, werden aangevoerd. De "ingewerkte' meisjes verdwenen dan tegen een gerede verkoopprijs (7.000 tot 10.000 mark) uit Singwitz naar elders in Duitsland. De zaak kwam mede aan het rollen doordat een 14-jarig meisje uit Decin erin slaagde vanuit een bordeel in Kiel contact met de politie op te nemen.

Het Westen heeft het communisme verslagen, maar de rekening is in de verste verte nog niet opgemaakt. Er loopt alweer een (lange) Muur door Europa. Tussen de westelijke sociale verzorgingsstaten en hun jong-democratische oostelijke buren. Tussen gekoesterde ordening hier en aanzwellende legioenen vluchtelingen en chaos in velerlei vorm daar.

Wie wil, kan bij Zittau, te Frankfurt aan de Oder of in Zinnwald/Cnovec over die muur kijken. Of in Marseille, of Bari. Minister Seiters praat - welwillend bezien door zijn EG-partners - namens Bonn over een snelle verschuiving van die muur in oostelijke richting. Het ziet ernaar uit dat de Polen en Tsjechen daar wel oren naar zullen hebben.